Nuon/Vattenfall krijgt groen licht voor vier windparken op land

Energieproducent Nuon/Vattenfall mag vier windparken op diverse plaatsen in Nederland gaan ontwikkelen. Het bedrijf mag windmolens neerzetten in Noord-Brabant, Friesland en Flevoland. De turbines moeten duurzame energie voor ongeveer 155.000 huishoudens opwekken.

 

“Dit is een belangrijke stap voor ons. Het is een heel mooie zaak dat alles nu in een stroomversnelling komt”, vertelt Gerard van Oostveen, Directeur Projectontwikkeling Wind op Land bij Vattenfall. Voor sommige projecten lopen de voorbereidingen al langere tijd.

Windparken

De projecten waar Vattenfall in ieder geval mee door mag gaan, staan in Brabant, Friesland en Flevoland en worden in een aantal gevallen met andere bedrijven of omwonenden gefinancierd. In Brabant worden langs snelweg A16 zes windmolens geplaatst. De windmolens maken deel uit van een groter windpark van 28 turbines. In Friesland komen vier molens in het windpark Nij Hiddum Houw. Dit is een vervanging van het bestaande windpark Hiddum Houw.

 

In Flevoland mag Vattenfall 22 nieuwe windmolens gaan exploiteren, verspreid over twee projecten. De meeste windmolens staan in Windplanblauw, een park van in totaal 61 windmolens. Vattenfall krijgt daar veertien windmolens. In het windpark Jaap Rodenburg II bij Almere komen 8 windmolens van Vattenfall te staan.

 

Andere projecten

Naast de vier nieuwe projecten heeft Vattenfall op nog drie windparken ingeschreven: Haringvliet in Zuid-Holland, Moerdijk (Noord-Brabant) en Nieuwe Hemweg (Noord-Holland). Die aanbestedingen verwacht het bedrijf binnenkort af te kunnen ronden. In de drie projecten komen in totaal 19 windturbines te staan. Op de Rotterdamse Maasvlakte wordt in 2019 het project Slufterdam geopend, in het Noord-Hollandse Wieringermeer worden honderd turbines geplaatst.

 

Offshore wind

In een eerder stadium kreeg Vattenfall al toestemming om het offshore project Hollandse Kust Zuid te bouwen. Hier moet vanaf september 2023 700 megawatt aan energie opgewekt worden.

 

Wij lazen dit op duurzaambedrijfsleven


Trams en metro’s GVB op groene stroom

De trams en metro’s in Amsterdam rijden per 1 januari 2019 op groene stroom uit Nederland. GVB heeft na een aanbestedingstraject gekozen voor Nuon/Vattenfall als energieleverancier. Het contract loopt door tot en met december 2028.

 

GVB startte in mei van dit jaar een aanbestedingstraject op voor een nieuw energiecontract voor de komende 10 jaar. Een van de eisen was dat de groene stroom die de vervoerder gebruikt vanaf 2019 uit eigen land moet komen. Nuon/Vattenfall levert 100 procent groene stroom die in Nederland wordt opgewekt. De energie komt onder andere van verschillende windmolenparken.

 

“De samenwerking met Nuon is een belangrijke sprong voorwaarts voor Amsterdam en draagt zo ook nog eens direct bij aan de klimaatdoelstellingen van ons kabinet,” zegt algemeen directeur Alexandra van Huffelen van GVB. “Op jaarbasis besparen we ruim 84 Kton aan CO2 uitstoot.” De vervoerder hoopt in 2025 klimaatneutraal te opereren.

 

 

 

Zonnedak

Ook gaat GVB een zogeheten ‘energy hub’ bouwen. Een pand van GVB wordt voorzien van een groot zonnedak. De vervoerder wil graag dat Amsterdammers mee kunnen profiteren van deze extra opwekcapaciteit en in de komende periode wordt besproken hoe hier het beste vorm aan kan worden gegeven. Ook gaat de vervoerder samen met de gemeente en Nuon/Vattenfall onderzoeken waar bespaard kan worden op het energieverbruik, bijvoorbeeld door het terugwinnen van (rem-)energie.

 


Bouw grootste zonnepark van Limburg op Chemelot gestart

De bouw van het grootste industriële zonnepark van Limburg op een voormalige deponie van DSM op het Chemelot terrein is van start gegaan. Zonnepark Louisegroeve gaat hernieuwbare stroom leveren met een capaciteit voor ca. 1000 huishoudens.

Het park is een initiatief van zonnepark uitbater NaGa Solar, DSM en Chemelot. NaGa Solar verzorgt de investering in het zonnepark en de infrastructuur, de bouw en het beheer van het park. DSM stelt de grond beschikbaar en daarnaast zijn de zonnepanelen uitgerust met de laatste technologische innovaties van DSM. Chemelot coördineert de verdere uitrol en draagt zorg voor het snel en efficiënt verlopen van de bouw op het industrieterrein. Het zonnepark zal naar verwachting eind november 2018 de eerste stroom leveren aan het elektriciteitsnet.

 

Via deze link is de livestream van de Louisegroeve bekijken. Ook kun je via de kalender knop boven aan de pagina momenten bekijken uit het verleden. De camera staat sinds 14 september jl. Tijdens werktijden kan er live meegekeken worden.

 

 

 

Zonnepark Louisegroeve is vooralsnog de grootste solar installatie van Limburg met een oppervlakte van 5,7 hectare en 10.573 zonnepanelen. De zonnepanelen wekken gezamenlijk jaarlijks 3200 MegaWatt-uur (MWh) aan hernieuwbare energie op die wordt teruggeleverd aan het openbare net en ca. 1000 huishoudens van duurzame elektriciteit voorziet.

 

Het park wordt aangelegd op de voormalige deponie Louisegroeve op het Chemelot terrein waardoor de grond op deze manier duurzaam wordt benut. DSM heeft de grond beschikbaar gesteld aan NaGa Solar, een Limburgse internationaal actieve ontwikkelaar van en investeerder in  solar projecten. De financiering van het project vindt plaats middels een groep particuliere Nederlandse investeerders.

 

De zonnepanelen zijn uitgerust met door DSM Advanced Solar ontwikkelde technologieën op het gebied van coatings en backsheets die het rendement van de modules verhogen. De modules die gebruikt zijn voor de Louisegroeve zijn afkomstig van Tata Power Solar, een Indiase partij die in nauwe samenwerking de innovaties van DSM heeft toegepast. De komende jaren wordt deze installatie gebruikt als proefinstallatie waarbij DSM de resultaten van toegepaste technische innovaties nauwkeurig volgt.

 

NaGa bevestigt de modules op een speciaal daarvoor ontwikkeld ballast systeem zodat de ondergrond van het zonnepark, de voormalige deponie, ongewijzigd en afgesloten blijft.

 

“Zonnepark Louisegroeve draagt bij aan de transitie naar hernieuwbare energie en de ambities van het Nederlandse klimaatakkoord. Onze inzet om de voormalige deponie waar ooit bruinkool werd gewonnen gereed te maken als locatie voor het opwekken van hernieuwbare energie en als locatie voor DSM’s nieuwe technieken is een mooie metafoor voor innovatieve manieren om klimaatverandering tegen te gaan”, zegt Atzo Nicolaï, President DSM Nederland.

 

Robert Claasen, Executive Director Chemelot licht toe; “Op Chemelot wordt volop gewerkt aan en geïnvesteerd in duurzaamheidsinnovaties op allerlei gebieden, zoals uitgesproken in de visie Chemelot 2025. Zo werkt Chemelot aan het efficiënter inzetten van energie en zoekt ze continu naar verbeteringen. De combinatie van het toepassen van de nieuwe innovatieve techniek van DSM en het inzetten van de voormalige deponie op een duurzame manier sluit naadloos aan bij deze ambitie. Het is fantastisch dat NaGa Solar op het Chemelot terrein op deze manier een bijdrage levert aan de klimaatdoelstellingen door het opwekken van duurzame energie ten behoeve van de directe omgeving van Chemelot om zo een meer duurzame samenleving te kunnen realiseren.”

 

“De ontwikkeling van het zonnepark op de Louisegroeve is een geweldig voorbeeld van bundeling van kennis en innovatie. Waar verschillende partijen zich samenvoegen om duurzame energiedoelstellingen te behalen. Onze visie in het realiseren van duurzame energie door dubbel grondgebruik is perfect in balans met dit project. Waar mogelijkheden zoals hier op een voormalig deponie zich voordoen, biedt het voor NaGa Solar de kans om de grond te gebruiken en deze locatie meerdere functies te geven. De Louisegroeve bood, zeker op lokaal gebied, daar de uitgeschreven kans voor.”, aldus Henny Pelsers, CEO van NaGa Solar.

 

Wij lazen dit op de website van Chemelot


Energierobot moet verspilling in gebouwen voorkomen

ING heeft op vastgoedbeurs Provada de Energierobot geïntroduceerd. De robot moet verspilling van duurzaam opgewekte energie in gebouwen voorkomen. Op dit moment wordt circa 50 procent van alle duurzame energie in Nederland door gebouwen verspild.

Doordat 70 procent van de klimaatinstallaties niet goed is afgesteld, staat bijvoorbeeld de verwarming onnodig aan of worden ruimtes verlicht terwijl er niemand aanwezig is. Gebouwen met energielabel A kunnen op deze manier het verbruik van energielabel G hebben.

 

Identificatie van energiebesparingsmogelijkheden

De energierobot moet hier verandering in brengen. Door middel van algoritmes en de gegevens van slimme energiemeters van gebouwen, vergelijkt de robot de gegevens met een exacte benchmark van het specifieke gebouw. Hiermee wordt tot 15 procent aan energie- besparingsmogelijkheden geïdentificeerd. Dat staat gelijk aan de helft van het totaal aan duurzaam opgewekte energie in Nederland.

 

Beheerders, installateurs, energiebedrijven en gebruikers weten zo snel en goedkoop hoe ze het energiemanagement in hun gebouwen kunnen verbeteren. Hierdoor is er minder energie en onderhoud nodig, verouderen installaties minder snel en wordt onnodige CO2-uitstoot vermeden.

 

ING biedt de energierobot aan voor alle klanten van de vastgoedtak ING Real Estate Finance (ING REF). In potentie kan de energierobot zo jaarlijks € 30 mln aan energiekosten en 92.000 ton aan CO2-uitstoot besparen, zonder dat hiervoor extra investeringen nodig zijn voor klanten van ING.

 

'Sneller, efficiënter en grotere impact'

De robot is ontwikkeld in samenwerking met verduurzamingsadviesbureau CFP Green Buildings. Bram Adema, directeur van CFP: “Tot dusver was de aanpak van energieverspilling in gebouwen tijdrovend. Er zijn ook niet genoeg energieconsultants om de meer dan 500.000 gebouwen in Nederland in de gaten te houden. Daarom hebben we een robot ontworpen die dit 24/7 volledig automatisch kan. Omdat de robot het meest tijdrovende werk al heeft gedaan, kunnen installateurs en energieconsultants efficiënter werken en grotere impact hebben.”

 

Met dank aan Duurzaambedrijfsleven

 


Innovatieve warmteconcepten bieden kansen voor de warmtetransitie

Lagetemperatuuraardwarmte (LTA) en het Mijnwater-concept (MW) zijn twee innovatieve en relatief onbekende verwarmingsconcepten die potentieel een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de warmtetransitie in Nederland.

Dit blijkt uit een onderzoek naar de mogelijkheden van deze concepten, dat door CE Delft en IF Technology in opdracht van TKI Urban Energy en RVO.nl is uitgevoerd. Beiden gebruiken warmtenetten op lage temperatuur en oogsten warmte uit de ondergrond of de wijk zelf. Bij het Mijnwater-concept wordt daarbij gewerkt met een smart thermal grid met ondergrondse buffering.

 

De kennis over deze twee innovaties is nog beperkt. De concepten worden op dit moment elk op één locatie door één partij uitgevoerd. Dat heeft geleid tot de vraag of deze ook elders in Nederland ontwikkeld kunnen worden. Het onderzoek geeft daarvoor inzicht in de eigenschappen, belemmeringen en kansen van deze lagetemperatuuropties in Nederland. Ook bevat het een potentieel-schatting van de (aanzienlijke) mogelijkheden die de opties afzonderlijk te bieden hebben.

 

Lagetemperatuuraardwarmte blijkt volgens het onderzoek op heel veel plekken in Nederland mogelijk, ook daar waar reguliere geothermie (nog) geen optie is. Ook het Mijnwater-concept is op veel plekken in Nederland mogelijk. De buffering kan zowel bovengronds als ondergronds gerealiseerd worden, waarbij een mijn niet noodzakelijk is. Een smart thermal grid zoals Mijnwater maakt slim gebruik van de vraag naar warmte én koude en stemt aanbod en vraag op pand en gebiedsniveau nauw af. Zij kan daarbij anticiperen op weers- en vraagprofielen. De concepten kunnen afzonderlijk en in combinatie met elkaar worden toegepast. Bovendien kunnen beide concepten op een kleinschaliger niveau worden geïmplementeerd, dan gangbaar is bij hogetemperatuurwarmtenetten (HT-netten).

 

Deze concepten en hun onderdelen hebben de potentie de volgende stap te vormen in het verduurzamen van de huidige HT-warmtenetten en in het aardgasvrij maken van de stedelijke omgeving.

 

Meer lezen? Download het rapport HIER

 


Proef met waterstof batterij bij Nuoncentrale

Bij de Magnum-centrale van energiebedrijf Nuon komt een proef met de battolyser, een apparaat dat zowel stroom kan opslaan als waterstof produceren. Met een capaciteit van 60 kWh gaat het om een demonstratieproject.

Het bijzondere van de battolyser is dat hij twee functies combineert: opslag van elektriciteit en het maken van waterstof middels elektrolyse. Fokko Mulder, hoogleraar aan de TU Delft, ontwikkelde het apparaat om een dilemma in de duurzame elektriciteitsvoorziening te slechten. ‘In de discussie over de opslag van duurzame energie gaat de ene keer de voorkeur uit naar batterijen, de andere keer naar de omzetting in waterstofgas. Elk op zich is het net niet’, vertelde hij eind 2016 in De Ingenieur toen hij de eerste battolyser werkend had gekregen. ‘Je hebt namelijk heel veel batterij nodig om alle piekstroom op te slaan. En bij de productie van waterstof is het probleem dat de installatie alleen rendeert tijdens die piekstroom, wat over een jaar genomen weer te weinig is om de installatie terug te verdienen. Verder is batterijopslag vooral voor de korte termijn, en waterstof veel meer voor seizoensfluctuaties.’
Opschaling

De oplossing is de combinatie van beide in één apparaat: de battolyser dient als batterij en als die vol is schakelt het apparaat vanzelf over op de productie van waterstofgas.

 

Bij de Magnumcentrale komt nu een eerste demonstratieproject van 60 kWh. Het is mogelijk gemaakt door een subsidie uit het Waddenfonds van 480.000 euro. Daarnaast dragen Nuon en kunstmestfabrikant Yara bij aan de ontwikkeling van het apparaat. Eerder vormden de TU Delft en Proton Ventures, een bedrijf dat is gespecialiseerd in energie-opslag, een samenwerkingsverband.

 

De battalyser komt begin volgend jaar in bedrijf en zal vervolgens uitgebreide tests ondergaan. Zijn de resultaten goed, dan volgt verdere opschaling naar 1 of 10 MWh.

 
Meer dan een eeuw

De elektroden van de batterij bestaan uit ijzer en nikkel met een kaliumhydroxideoplossing als elektrolyt. Mulder: ‘Nikkel-ijzer­batterijen bestaan al meer dan een eeuw. Ze zijn heel robuust, maar hebben de strijd vroeger verloren met loodaccu’s.’ Daarbij speelde mee dat de batterij waterstof produceert; indertijd was dat ongewenst verlies. ‘Die eigenschap benutten wij nu juist volop.’ Tijdens het opladen ontstaat gereduceerd ijzer en nikkeloxide-hydroxide. Dat zijn twee materialen die in de elektrolysewereld bekend staan als geschikte katalysatoren voor de productie van waterstof.

 
Hogere efficiëntie

Om duurzaam opgewekte stroom te benutten heeft de battolyser volgens Mulder een duidelijk voordeel. ‘De batterijfunctie is voor het snel terugleveren van stroom het meest efficiënt. Vervolgens kiest de batterij de minder efficiëntie optie: omzetting van stroom in waterstofgas door elektrolyse.’ Dat kan dan worden opgeslagen om er weer elektriciteit mee te maken, of om die te gebruiken als transportbrandstof en voor industriële processen. Die elektrolyse gebeurt overigens met een efficiëntie tot 90 %. ‘Dat is relatief hoog’, aldus Mulder.

 

Met dank aan De Ingenieur


Investering voor eerste drijvende zonnepark op zee

Oceans of Energy, een jong Nederlands bedrijf, kan de ontwikkeling van zijn unieke zonnepark op zee echt vorm gaan geven. Het bedrijf, waar ook andere Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen bij betrokken zijn, hebben een investering van 300.000 euro ontvangen van investeringsfonds UNIQ.

Samen met de eerdere financiële steun van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, kan het consortium flinke stappen zetten in de ontwikkeling van een drijvende centrale die straks op plekken waar een schaarste is aan land schone energie op kan wekken middels zonnepanelen op zee. Dankzij de nieuwste investering van UNIQ kunnen er verdere stappen worden gezet in de ontwikkeling van drijvende zonnepanelen en het testen hiervan.

 

 

 

Financiële steun

Het consortium ontvangt gedurende drie jaar tijd financiële ondersteuning van RVO.nl vanuit de Topsector Energie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat ter realisatie van het project. “Het is een interessant innovatieproject onder andere door het grote herhalingspotentieel. Naast additionele duurzame energieproductie kan het ook leiden tot verduurzaming van olie- en gasplatforms. RVO.nl kijkt met belangstelling uit naar de resultaten, waaronder de opbrengsten en levensduur, in deze lastige veeleisende zee-condities,” aldus Frank Witte, Manager Energie-Innovatie bij RVO.nl. Zon op zee past goed bij maritiem Nederland en brengt de wereld nieuwe hoop op oneindig veel schone energie Allard van Hoeken besluit: “Drijvende zon op zee is een product dat goed past bij ons land met onze maritieme kennis en ervaring. De hele wereld kan hier baat bij hebben. De meerderheid van de mensen op aarde woont in kustgebieden. Ook de Nederlandse Antillen kunnen profijt hebben van deze ontwikkeling. Door nu te beginnen met zon op zee in de praktijk te brengen, verwachten wij een grote positieve impact wereldwijd te creëren.”

 

Met dank aan Kelly Bakker die dit artikel schreef in Maakindustrie


Limburgs Staalbedrijf gaat voor groen!

De nieuwe PV-installatie op het dak van het Laura Staalcenter Maastricht, die bestaat uit 1.940 groot formaat zonnepanelen, heeft een totale capaciteit van 600.000 kWh per jaar. De centrale gaat daarmee voorzien in minimaal 14% van de totale elektriciteitsbehoefte van het Staalcenter. Ook wordt een CO2-reductie van maar liefst 340 ton per jaar gerealiseerd.

Energiebesparende maatregelen
Naast de aanleg van de zonne-energiecentrale op de locatie in Maastricht onderneemt de organisatie diverse andere maatregelen om duurzamer te werken. Zo gaan zij onder andere hun persluchtinstallatie energie-efficiënter maken. Hiervoor wordt het leidingnetwerk aangepast en stappen ze over naar efficiëntere compressoren waarvan ze een kleiner aantal nodig hebben. Hiermee worden naar verwachting een energiereductie van 40.000 kWh per jaar en een CO2-reductie van 23 ton per jaar gerealiseerd. Ook zullen 70% van alle gasgestookte warmtebronnen uit de hallen verwijderd worden.

Duurzame productie, lichte constructies
Met deze nieuwe milieumaatregelen stelt het bedrijf haar klanten in staat om duurzamer te werken. Niet alleen de staalplaten en staalproducten worden vanaf nu op een groenere wijze geproduceerd; ook andere slimme innovaties helpen klanten om milieuvriendelijker te werken. Zo kunnen de stalen mobiele barriers van Laura Metaal Road Safety (SafeZone en BarrierGuard) een besparing leveren van circa 2500 ton CO2 per kilometer ten opzichte van betonnen varianten. Daarnaast investeerden ze recent in diverse innovatieve installaties in het Staalcenter in Maastricht en de locatie in Eygelshoven, waarmee platen en samengestelde producten van hogesterktestaal geproduceerd kunnen worden. Hierdoor kunnen de klanten lichter construeren, met bijvoorbeeld lager brandstofverbruik en CO2-reductie als gevolg.

Ondertekening Maastrichts Energie Akkoord (MEA)
Met de ingebruikname van de nieuwe zonne-energiecentrale voldoet het Limburgse staalbedrijf direct aan de normen voor 2020 van het landelijk energieakkoord. Daarnaast sluit het duurzaamheidsbeleid aan op het streven van de gemeente Maastricht om in 2030 volledig klimaatneutraal te zijn. De gemeente Maastricht en Laura Metaal ondertekenen daarom maandag bij de ingebruikname van de nieuwe zonne-energiecentrale ook samen het Maastrichts Energie Akkoord.


Beroepen in transitie door digitalisering

Bij verandering door digitalisering denkt men te vaak nog aan toekomstige beroepen. Het gebeurt echter nu al; digitalisering raakt mensen nu in hun werk en heeft beroepen al veel veranderd. Met de film “Beroepen in transitie” brengen de Topsectoren dit in beeld. Na de zomer zal er op basis van de interviews en onderzoek ook een publicatie verschijnen.

Aad Veenman, boegbeeld Topsector Logistiek: “Digitalisering heeft niet alleen een grote invloed op het werk van mensen maar je kan je bijna ook geen gebied voorstellen waarbij de invloed niet groot is. Ik zie potentie om met de juiste aandacht zoveel mensen mee krijgen in het werken van de toekomst en alles wat dat vraagt. Belangrijk hierbij is dat men zich bewust wordt van de veranderingen, dat men zich gaat verbeelden wat het voor mensen betekent en dat we op zoek gaan naar werkvormen om mensen in staat te stellen een leven lang te leren en te ontwikkelen.”

Arbeidsmarktonderzoek

Wereldwijd maken ontwikkelingen als digitalisering, globalisering en vergrijzing dat we opnieuw moeten nadenken over de organisatie van onze samenleving. Voor de opzet en uitvoering van effectief beleid op het snijvlak van onderwijs en arbeidsmarkt is kennis nodig van de cijfers over alle topsectoren heen. Nederland ICT laat op dit moment samen met de Topsectoren onderzoek uitvoeren door Berenschot en CenterData naar de impact van digitalisering op de arbeidsmarkt van de topsectoren.


Hittestress? Verkenning koudevraag en maatregelen!

De komende jaren wordt een toenemende vraag naar koeling verwacht, onder meer door klimaatverandering, betere isolatie van gebouwen, vergrijzing en hogere verwachtingen van comfort door gewenning aan gekoelde ruimtes. De komende jaren gaan onze gebouwen en wijken van het gas af. Wat is nodig en mogelijk om koude mee te nemen in het ontwerp van gebouwen en gebieden, liefst zonder klimaatverandering te verergeren? Om te bezien wat er al over bekend is heeft W/E adviseurs, op verzoek van TKI Urban Energy en in opdracht van rvo, hier een verkennende studie naar gedaan.

Op dit moment lijkt in de markt onvoldoende bekend welke rol koude moet spelen bij een nieuwe warmtevoorziening van gebieden, bijvoorbeeld bij de keuze tussen warmtepompen of warmtenetten. Ook is nauwelijks bekend welke overwegingen consumenten maken om al dan niet een koelinstallatie aan te schaffen. Daardoor weten we ook niet welke interventies nodig zijn om zo'n aanschaf te ontmoedigen of juist te stimuleren. Wat ook ontbreekt is een duidelijk onderscheid tussen comfortkoeling en noodzakelijke koeling voor een leefbaar binnenklimaat.

 

De studie heeft geleid tot een bundeling van 5 factsheets waarin mogelijke ontwikkelingen zijn geschetst van de vraag naar koeling in woningen en het energiegebruik dat daarmee samenhangt. Daarbij is eerst gefocust op enkele externe ontwikkelingen die de koudevraag beïnvloeden, en vervolgens op de invloed van het ontwerp van het gebouw zelf en van de gebruikers ervan. Eén factsheet behandelt een kwantitatieve inschatting van energiegebruik en -kosten van koude-opwekking. De laatste factsheet geeft een overzicht van ‘flankerend beleid’ dat raakt aan koudelevering, zoals de eisen die gesteld worden aan temperatuuroverschrijdingen in woningen, rekenmethodiek vanuit EPG/EPG-NV en warmtewet.

 

Onderstaand leest u het volledige rapport

Download
20180728 Verkenning koudevraag en maatre
Adobe Acrobat document 1.0 MB

Megabatterij in Johan Cruijff ArenA in gebruik genomen

Het grootste Europese energieopslagsysteem op basis van tweedehands en nieuwe batterijen uit elektrische auto’s in een openbaar gebouw, is in gebruik genomen. De Amsterdamse wethouder Udo Kock verrichte de officiële openingsceremonie. Dit unieke project is het resultaat van de samenwerking tussen Nissan, Eaton, BAM, The Mobility House en de Johan Cruijff ArenA, ondersteund door het Amsterdams Klimaat en Energiefonds (AKEF) en Interreg.

Het 3 megawatt opslagsysteem biedt een meer betrouwbare en efficiëntere energievoorziening en -gebruik voor het stadion, de bezoekers, omwonenden en voor het Nederlandse energienet. Door de combinatie van Eaton power conversion units en batterijen uit 148 Nissan LEAFs maakt het energieopslagsysteem niet alleen een duurzamer energiesysteem mogelijk, het creëert ook een circulaire economie voor batterijen van elektrische voertuigen.

 

“Dankzij dit energieopslagsysteem zal het stadion zijn eigen duurzame energie slimmer kunnen gebruiken en kan het als Amsterdam Energy ArenA BV de beschikbare opslagcapaciteit van de batterijen commercieel inzetten,” zegt Henk van Raan, Director of Innovation bij de Johan Cruijff ArenA. “De ArenA is verzekerd van een aanzienlijke hoeveelheid stroom, zelfs tijdens een stroomstoring. Daardoor zal het stadion bijdragen aan een stabiel Nederlands energienet. De Johan Cruijff ArenA is een van de duurzaamste stadions ter wereld en loopt voorop met de introductie van slimme innovaties zoals dit unieke energieopslagsysteem.”

 

“Het energieopslagsysteem van de Johan Cruijff ArenA weerspiegelt de expertise van Eaton op het gebied van energiebeheeroplossingen”, zegt Frank Campbell, President, Corporate and Electrical EMEA bij Eaton. “We hebben het energieopslagsysteem speciaal ontworpen om te voldoen aan de behoeften van de Johan Cruijff ArenA. Dit omvatte het ontwerpen van de vermogenselektronica, de integratie van de batterijmodules van elektrische voertuigen en het inpassen van de innovatieve oplossing in de bestaande infrastructuur van het stadion. Ik ben ontzettend trots op het resultaat en ben blij te zien dat de Johan Cruijff ArenA nu energiezuiniger is en zijn energie op een duurzame, veilige en betrouwbare manier beheert”.

 

Flexibele opslagcapaciteit

Het energieopslagsysteem speelt een belangrijke rol in het in evenwicht brengen van vraag en aanbod van energie in de Johan Cruijff ArenA. Het opslagsysteem heeft een totale capaciteit van 3 megawatt, genoeg om enkele duizenden huishoudens van stroom te voorzien. Deze capaciteit betekent dat de energie die geproduceerd wordt door de 4200 zonnepanelen op het dak van de ArenA, ook opgeslagen en optimaal benut kan worden. Het energieopslagsysteem zal back-upstroom leveren, het gebruik van dieselgeneratoren verminderen en het energienetwerk ontlasten door de pieken tijdens concerten af te vlakken.

 

Duurzaam Ondernemen schreef dit korte artikel

 


Chloorproductie AkzoNobel stabiliseert stroomnet

Aan de Rotterdamse Botlek laat AkzoNobel Specialty Chemicals een lijn voor chloorproductie aansturen door ‘e-flex’-technologie. Met hulp van netbeheerder TenneT ontwikkelde algoritmes voeren de productie op als er veel elektriciteitsaanbod en trappen op de rem als er krapte is. Zo kunnen schommelingen op het stroomnet worden opgevangen. Hoe meer variabele energiebronnen als wind en zon op het stroomnet zijn aangesloten, hoe belangrijker dergelijke stabilisatie wordt.

Naast de bestaande fabriek gaat AkzoNobel een zelfstandige chloor- en loogfabriek bouwen, die in 2021 klaar moet zijn. De nieuwe fabriek gaat enkele  tientallen miljoenen euro’s kosten. De capaciteit van de nieuwe fabriek is met 150.000 ton cloor per jaar vier keer zo laag als die van de bestaande installatie. De tweede zelfstandige fabriek geeft Akzo Nobel meer flexibiliteit en leveringszekerheid.

 

Rondom de chloorfabriek van Akzo Nobel staan fabrieken die chloor gebruiken als grondstof voor de productie van onder meer pvc, epoxyharsen en pur. Verschillende partijen uitten de afgelopen jaren zorgen over de leveringszekerheid van Akzo.


DSM neemt 100% duurzame aangekochte elektriciteit af

Koninklijke DSM heeft aangekondigd dat, dankzij een overeenkomst met de energieleverancier Eneco, vanaf 2018 al zijn aangekochte elektriciteit in Nederland uit hernieuwbare bronnen afkomstig is. Met deze mijlpaal verkeert DSM in een uitstekende positie om zijn doelstelling, namelijk ervoor zorgen dat vanaf 2025 wereldwijd 50% van de aangekochte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen afkomstig is, eerder te bereiken.

De algemene koopovereenkomst met Eneco bouwt voort op een bestaand contract tussen Eneco en DSM voor 2018 en omvat de hernieuwbare elektriciteit die DSM van de Nederlandse windparken Krammer en Bouwdokken betrekt. Eneco zal DSM in Nederland van 2018 tot 2025 van 100% duurzame elektriciteit voorzien.

 

Harry Coorens, Vice President DSM Procurement Sustainability, zegt hierover; “Ik ben trots dat we erin zijn geslaagd om alle aangekochte elektriciteit voor onze faciliteiten in Nederland in zo’n kort tijdsbestek in te kopen. Het intrinsieke streven naar duurzaamheid van alle betrokkenen heeft ertoe geleid dat we weer een stap dichter bij een schone-energie-maatschappij zijn.”

 

Hans Peters, Chief Customer Officer Eneco, vult aan; Ik ben verheugd dat we een strategisch partnerschap hebben gesmeed met een voorloper op het gebied van duurzaamheid zoals DSM. De samenwerking met DSM stelt ons in staat om onze investeringen in nieuwe windparken uit te breiden en om onze ambitie om de energie transitie te versnellen te verwezenlijken.”

 

In het kader van Sustainable Development Goal #7 (“Betaalbare en schone energie”) committeert DSM zich aan verantwoord en efficiënt gebruik van elektriciteit. De onderneming is echter afhankelijk van de beschikbaarheid van hernieuwbare elektriciteit via het nationale stroomnetwerk of via lokale energieopwekking. Omdat het lokale en regionale beleid van invloed zijn op het vermogen van DSM om hernieuwbare elektriciteit op grote schaal in te kopen, werkt DSM nauw samen met de verantwoordelijke instanties en andere bedrijven om voor een groter aanbod van hernieuwbare elektriciteit op het nationale stroomnetwerk te zorgen. DSM is een van de ondertekenaars van de Renewable Energy 100 (RE100) van de Climate Group. Dit initiatief heeft tot doel om ervoor te zorgen dat ’s werelds toonaangevende bedrijven zo spoedig mogelijk 100% van hun elektriciteit uit duurzame bronnen betrekken.

 

Bron: duurzaam-ondernemen


Schooldaken moeten vol met zonnepanelen

Een voorstel van GroenLinks en Christenunie om op 6000 scholen in Nederland zonnepanelen te leggen heeft een meerderheid behaald in de Tweede Kamer. Het voorstel roept de regering op om Stichting Schooldakrevolutie actief te ondersteunen.

Deze stichting wil het mogelijk maken dat scholen zonder eigen investering hun dak volleggen met zonnepanelen zodat alle kinderen in Nederland kunnen leren op zonnestroom. Ook worden er energiebesparende maatregelen genomen. De stichting heeft inmiddels 100 miljoen euro aangetrokken. Oppositiepartij GroenLinks en coalitiepartij ChristenUnie slaan op dit punt de handen ineen.

 

GroenLinks Tweede Kamerlid Tom van der Lee: “De energietransitie is een grote opgave die vereist dat we over de grenzen van oppositie en coalitie heen kijken. Met dit plan dragen wij er aan bij dat 6000 scholen straks hun eigen energie opwekken én hun steentje bijdragen aan een duurzame toekomst.”

 

 

Dik-Faber, Tweede Kamerlid ChristenUnie: “Er is nog enorm veel ruimte op onze daken voor zonnepanelen, die nu nog niet benut wordt. Ik ben daarom erg enthousiast over dit initiatief dat er voor zorgt dat er op 6.000 scholen zonnepanelen komen. We zullen met elkaar onze energievoorziening moeten verduurzamen. En wat is er dan mooier dan dat de kinderen op onze scholen, de volgende generatie, hierin voorop gaan.”


Meerdere subsidies energie-innovatie!

Op 2 juli 2018 openen er meerdere subsidieregelingen voor energie- en klimaatinnovaties binnen de Topsector Energie. Deze regelingen maken Nederland schoner en economisch sterker. Ook gaat het over energiebesparing en slimme inpassing.

 

De regelingen die openen zijn de pilots chemische recycling van kunststoffen (onderdeel BBEGR tender) en tenders voor MVI Energie, Geo-energie, Systeemintegratie op de Noordzee, Waterstof en CCUS (tweede openstelling). Ook opent op 2 juli de DEI-tender voor de tweede keer dit jaar.

Chemische recycling van kunststoffen

 Een nieuw onderdeel van de BBEGR tender zijn pilotprojecten voor chemische recycling van kunststoffen. Het doel van de regeling is om via innovatie de kosten van chemische recycling te verlagen en concurrerend te maken ten opzichte van verbranding. Zo draagt de regeling bij aan minder CO2-emissie in Nederland. Het budget voor deze tender is € 3 miljoen en is afkomstig uit de 'klimaatenvelop' uit het regeerakkoord.

 

MVI-Energie uitdagingen

De regeling MVI-Energie stimuleert energie-innovatieprojecten die de maatschappelijke component centraal stellen. De slagingskans van deze projecten wordt daarmee vergroot. Nieuw dit jaar is dat er voor 7 bijzondere uitdagingen een MVI-E oplossing wordt gevraagd.

 

Geo-energie

Een nieuwe regeling om de diepe ondergrond te gebruiken voor geothermie en hernieuwbare energieopslag. Deze richt zich op onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe concepten, componenten en producten. Dit moet kostenefficiënt, veilig en robuust gebeuren en bijdragen aan de energiedoelstellingen in 2030.

 

Systeemintegratie op de Noordzee

Zeer grote hoeveelheden offshore windstroom integreren in het energiesysteem tegen lage maatschappelijke kosten. Daar gaat het om bij de regeling Systeemintegratie op de Noordzee. Zowel transport en opslag van energie als het afstemmen van vraag en aanbod spelen een rol.

 

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) voert de regelingen uit in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (chemische recycling). Meer informatie lees je op; www.rvo.nl/subsidies-regelingen/subsidies-energie-innovatie-topsector-energie

 


AVL bespaart met duurzame stroom- en stoom

Het Antoni van Leeuwenhoek (AVL) schakelt voor een groot deel over op warmtepompen in combinatie met bodemenergieopslag. Het Amsterdamse ziekenhuis en onderzoeksinstituut doet dit niet alleen om van het gas af te raken, maar ook voor de kostenbesparing.

 

De aanleiding om over te schakelen op warmtepompen in combinatie met bodemenergieopslag is de revisie van de eigen gasinstallatie en conventionele koelmachines. Delen van het systeem zijn aan vervanging toe. Bovendien is een uitbreiding van de capaciteit nodig. Aanvankelijk onderzocht het AVL mogelijkheden om de gasinstallatie te verbeteren. "Maar voor investeringen in gas is hier geen draagvlak meer", zegt energiebeheerder Pascal van Heesch. "Het AVL wil duurzaam zijn. Vandaar dat we zijn uitgekomen op warmtepompen."

Inkoopvoordeel

 Het AVL grijpt de ombouw van het ketelhuis ook aan om kosten te besparen. Door de groei van het aantal patiënten nemen de zorgkosten toe. "Dat maakt het des te belangrijker om scherp te letten op overige kosten", stelt Van Heesch. "We gaan om met gemeenschapsgeld. Daar moet je heel verantwoord mee omgaan." Nu het AVL vooral elektriciteit gaat gebruiken, ontstaat er een inkoopvoordeel. De prijs per kWh daalt.

 

Innovatieve stoomvoorziening

Het inkoopvoordeel vergroot het AVL door ook de stoomvoorziening grotendeels te elektrificeren. Stoom is nodig om ruimten te bevochtigen. Patiënten voelen zich er beter bij en het vergroot de veiligheid van onderzoek en medisch handelen. Het AVL verbruikte jaarlijks 1,3 miljoen Nm3 gas om stoom te maken. "Dat geld besparen we grotendeels door voortaan water minder warm te maken met de warmtepompen", zegt Van Heesch. "Vervolgens verstuiven we het in een zogeheten adiabatisch proces."

 

Koelen in de zomer

Verduurzaming en kostenbesparing gaan hand in hand, zegt Van Heesch tot slot. "Met warmtepompen merk je het energievoordeel nog eens extra in de zomer. De warmte die we in de winter met de warmtepompen hebben opgewekt heeft een koude reststroom. Die koude slaan we op in de bodem. In de zomer koelen we daarmee het gebouw."

 

Achtergrond

Bedrijven moeten energiebesparende maatregelen nemen die zich binnen 5 jaar terugverdienen. Dat is een wettelijke verplichting van de Wet milieubeheer. RVO.nl ondersteunt en adviseert bedrijven daarbij in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

 

Wij lazen dit op de website van Pianoo

 


All-electric containerschepen in opkomst

Vorig jaar werd het door Yara Birkeland al aangekondigd: het eerste autonome, all-electric containerschip ter wereld. Als alles goed verloopt, zal deze in 2020 onder de vlag van het eerste volledig autonome scheepvaartmaatschappij Massterly de wereldzeeën bevaren.

 

De Yara Birkeland wordt ontwikkeld in samenwerking tussen het Noorse chemiebedrijf Yara en het Noorse technologiebedrijf Kongsberg dat nauwe banden heeft met de maritieme wereld. Massterly is het resultaat van een samenwerking tussen Kongsberg en het Noorse scheepsmanagement-bedrijf Wilhelmsen.

Volgens de plannen gaat Massterly autonome schepen ontwerpen en bouwen, inclusief besturingssystemen en logistieke dienstverlening. Aan land wordt gebruik gemaakt van besturingscentra waar de schepen worden gemonitord en in sommige gevallen af afstand worden bediend en bestuurd. De schepen zullen zowel in de Noorse wateren als internationaal actief zijn.

 

Volgens Wilhelmsen staat de ontwikkeling momenteel aan het begin maar het bedrijf verwacht in de nabije toekomst een aanzienlijke markt voor dit soort oplossingen. De verwachting is dat de aandacht in eerste instantie uitgaat naar korte scheepvaattrajecten. Daardoor zal ook sterker geconcurreerd gaan worden tussen vervoer over zee en over de weg. Naast een verbeterde efficiëntie verwacht het bedrijf vooral verlaging van emissies. Kortom, goed voor de portemonnee én het milieu!

 

Massterly wordt gevestigd in de Noorse stad Lysaker en is vanaf augustus volledig operationeel.

 


Krachtigste windturbine voor kust Schotland

Energiebedrijf Vattenfall installeerde voor de kust van Schotland de krachtigste windturbine ooit. Met een vermogen van 8,8 MW is de Vestas-turbine de krachtigste die in een commercieel windpark staat.

 

Het European Offshore Wind Deployment Centre (EOWDC), zoals Vattenfall het park in de Aberdeen Bay noemt, zal uiteindelijk bestaan uit elf turbines. Twee van die turbines zullen een maximaal opgewekt vermogen 8,8 MW hebben, de overige negen kunnen tot 8,4 MW leveren. In totaal wordt het vermogen dus 93,2 MW. Het park moet energie gaan leveren aan de stad Aberdeen. Op piekvermogen kan 70 % van de elektriciteitsbehoefte van de stad uit dit park komen.

Alle elf de turbines zijn V164-modellen van het bedrijf Vestas. Van buiten verschillen de 8,4 en 8,8 MW-turbines niet van elkaar. Het hogere vermogen komt door aanpassingen aan de binnenkant: de energiemodules die de beweging van rotorbladen omzetten in elektriciteitzijn verbeterd, waardoor de aangepaste turbines net wat meer stroom opleveren.

 

Record

Het is voor het eerste dat zulke krachtige windmolens in een commercieel windpark worden geplaatst. Het zijn echter niet de krachtigste turbines die er zijn; er bestaan bijvoorbeeld al Vestas-turbines met een maximaal vermogen van 9,5 MW. Die zijn echter nog nooit op een kosteneffectieve manier op zee geïnstalleerd.

 

Of de 8,8 MW wél kosteneffectief zijn valt te bezien; Vattenfall wilde niet alle elf turbines 8,8 MW maken. Daar geven ze geen reden voor, maar de kosten van de 8,8 MW-turbines zijn vanwege de nieuwere technologie in de turbines waarschijnlijk te hoog voor een heel park. Ongetwijfeld is het record dat Vattenfall hiermee vestigen interessant voor het energiebedrijf. Bovendien is het EOWDC deels ook een testfaciliteit, waar de nieuwere offshore wind-technologie een kans krijgt om zich te bewijzen.

 

De komende maanden zullen de andere tien turbines geplaatst worden. Vattenfall hoopt het park rond het einde van deze zomer af te hebben. 


Grootste zonnepanelendak van Nederland komt in Venlo

Het grootste zonnepanelendak van Nederland komt in Venlo. Inmiddels is op het dak van het distributiecentrum begonnen aan de installatie van 28.000 zonnepanelen die ongeveer 80.000 vierkante meter in beslag nemen.

Als de zonnepanelen in de herfst allemaal aangesloten zijn, levert het Venlose dak circa zeven miljoen kilowattuur per jaar aan stroom op, genoeg om circa tweeduizend huishoudens een jaar lang van stroom te voorzien. Het distributiecentrum neemt daar de helft van af. De resterende groene stroom kan door bedrijven en huishoudens in de omgeving worden afgenomen.

 

Het zonnepanelendak in Venlo neemt de titel over van het dak op de Scania-vestiging in Zwolle. Bij de Zweedse vrachtwagenfabrikant liggen als het vorig jaar aangekondigde project klaar is 22.000 zonnepanelen op het dak, die zes miljoen kilowattuur per jaar stroom genereren.

 

Elders in Europa zijn zonnepanelendaken geïnstalleerd die aanmerkelijk groter zijn en meer stroom genereren. Zo zijn er onder meer op groente- en fruitmarkten in het Franse Perpignan en het Italiaanse Bologna installaties die meer stroom opwekken. Ook in Duitsland zijn grotere projecten.

 


Nuon krijgt vergunning voor windpark zonder subsidie

Nuon krijgt via dochter Chinook C.V. de vergunning om zonder subsidie het windpark op kavels I en II van Hollandse Kust (zuid) te gaan bouwen en exploiteren.

 

Het windpark op de Noordzee levert straks voldoende duurzame stroom voor één miljoen huishoudens. De afgelopen maanden zijn de ingediende aanvragen beoordeeld, waarbij het plan van de dochter van Nuon de hoogste score heeft gekregen. Het nieuwe windpark moet in 2022 gereed zijn en is daarmee ’s werelds eerste windpark dat zonder subsidie gebouwd zal zijn.

Duurzame energie steeds goedkoper

Minister Wiebes overhandigde de vergunning aan Gunnar Groebler, vicepresident van moederconcern Vattenfall. De bewindsman deed dit bij zijn werkbezoek aan Ampelmann en HSM Offshore, twee Nederlandse bedrijven die wereldwijd toonaangevend zijn in windenergie  op zee. Minister Wiebes: “Door drastisch lagere kosten worden er inmiddels windparken gebouwd zonder subsidie. Zo houden we de energietransitie betaalbaar. Door innovatie en concurrentie wordt duurzame energie steeds goedkoper, en tot nu toe sneller dan verwacht.”

 

Chinook is een commanditaire vennootschap (C.V.) en een dochter van Nuon/Vattenfall. Nuon en Shell bouwden in 2007 Nederlands eerste windpark op zee. Nuon/Vattenfall heeft in totaal 1,6 GW aan windparken gebouwd en daarnaast nog eens 6,5 GW aan windparken in de planning. Daarmee is Vattenfall qua marktaandeel de vierde eigenaar van offshore windparken in Europa, na Ørsted, E.ON en Innogy. Vattenfall wist de laatste drie achtereenvolgende vergunningsprocedures in Denemarken te winnen. De windparken van Vattenfall zijn gelegen in Zweden, Denemarken, Duitsland, Verenigd Koninkrijk en nu dus ook in Nederland.

 

Wind op zee ligt op koers

Het kabinet ligt op koers met de uitvoering van de ambities voor wind op zee. De kostprijs voor wind op zee is de afgelopen jaren spectaculair gedaald. Ten opzichte van de 12,4 cent/kWh waarvan in het Energieakkoord (2013) werd uitgegaan is met de vorige vergunningsprocedure al een kostenreductie van 55% bereikt, waardoor het nu mogelijk is geworden een windpark geheel zonder subsidie te bouwen en te exploiteren. Inclusief dit windpark is ruim 60% van de in totaal 3.450 MW uit het Energieakkoord toegewezen aan marktpartijen, voldoende duurzame stroom voor drie miljoen huishoudens.

 

Andere windparken op zee

Tot 2023 wordt in Nederland hard gewerkt aan de aanleg van vijf windparken die, tezamen met de reeds bestaande windparken, een totaal vermogen van ruim 4.500 MW hebben en daarmee behoren tot de grootste ter wereld. In 2016 werd de vergunning voor de kavels I en II van windpark Borssele gewonnen door Ørsted, en de kavels III en IV door een consortium bestaande uit Eneco, Diamond Generating Europe, Shell en Van Oord. De openstelling van de volgende twee vergunningsprocedures staan gepland 2018 en 2019. De grote windparken dragen veel bij aan de energietransitie. In totaal hebben ze voldoende capaciteit om circa 6,5  miljoen huishoudens van duurzaam opgewekte stroom te voorzien. Tegelijkertijd voelen producenten van andere groene energietechnieken de druk om ook snel goedkoper te worden.


Stedin zet in op circulaire bedrijfsvoering

 Stedin heeft zich de grote ambitie gesteld om vanaf 2030 klimaatneutraal te zijn. Die ambitie vraagt om een grote omslag in de werk- en denkwijze van de netbeheerder, waarbij een circulaire bedrijfsvoering een steeds grotere rol gaat spelen. 

Adviseur duurzaamheid Dirk Bijl de Vroe is medeverantwoordelijk voor het uitzetten van de duurzaamheidsstrategie van Stedin. Hij licht de filosofie van het bedrijf toe: ‘We gaan uit van het zogenaamde 'One Planet Thinking'. Dat betekent dat we ons heel bewust moeten zijn van de impact van onze eigen bedrijfsvoering op het klimaat en daarbij vaststellen waar precies de grootste impact zit.’

 

Met name het hergebruik of reductie van de grote hoeveelheid grondstoffen is een interessante pijler, omdat Stedin veel grondstoffen gebruikt voor de aanleg van kabels en leidingen. Stedin heeft daarom de wens om in 2030 naast klimaatneutraal ook circulair te zijn. Bijl de Vroe: ‘De discussie over duurzaamheid gaat vaak over CO2-reductie, maar de noodzaak om anders met grondstoffen om te gaan, blijft onderbelicht. Toch verbruiken we nu al een lange tijd meer grondstoffen dan de planeet kan regenereren. Op termijn gaat er schaarste ontstaan als we dit niet veranderen.’

 

Lees HIER verder


Delftse start-up Eternal Sun uitgegroeid tot marktleider

Eternal Sun ontwikkelde een testmachine voor zonnepanelen. De innovatieve technologie bleek een gat in de markt. Binnen enkele jaren wist de start-up uit te groeien tot een internationaal toonaangevende speler in een groeiende markt. Een passende investeerder en een succesvolle overname droegen bij aan het succes.

 

CTO en oprichter Stefan Roest volgde in 2011 de master Zonneceltechnologie aan de TU Delft. Hij ontwikkelde voor zijn afstudeerproject een nieuw type zonnepaneel en wilde ’m testen. “Zo vond ik de kunstzon uit die ik nodig had voor het project.”

Onderzoek en subsidie

Roest zette rond zijn vinding een bedrijf op en schreef samen met medestudent Chokri Mousaoui een businessplan. Met hulp vanuit de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) en de TKI Urban Energy kon het bedrijf een eerste prototype ontwikkelen. “Vervolgens hebben we meegedaan aan een TRUST-project: een haalbaarheidsstudie naar een nieuwe methode om de levensduur van zonnepanelen te testen en te voorspellen. Daarnaast maken we gebruik van de WBSO-regeling die meer innovatie mogelijk maakt.”

 

Unieke technologie

 De productontwikkeling leverde uiteindelijk de Climate Chamber Solar Simulator op. “Bijzonder is dat de simulator continu zonlicht voortbrengt. En dat dit slechts 2% afwijkt van echt zonlicht. Klanten kunnen met onze machines heel nauwkeurig bewijs voeren hoeveel vermogen hun zonnepanelen leveren. Onderzoeksinstituten kijken met onze testmachines naar de levensduur van zonnepanelen.”

 

Overname concurrent

In de beginjaren had Eternal Sun nog niet breed toegang tot de markt. “We wilden extra investeringen doen om op te schalen.” Eind 2014 kwam Eternal Sun in contact met een Belgisch familiefonds. “Ze hadden feeling met wat we doen en de juiste tijdshorizon. Bovendien brachten ze strategische en bedrijfskundige kennis en ervaring in. Met steun van de investeerder kon Eternal Sun in 2016 een Amerikaanse concurrent overnemen. “Daarmee kregen we toegang tot de mooiste klanten wereldwijd. We zijn nu een belangrijke speler in de markt.”

 

Sales- en serviceorganisatie

De marktpositie is niet alleen te verklaren door de unieke technologie van Eternal Sun. “Onze investeringen in onze sales- en serviceorganisatie zijn misschien wel net zo groot als onze technologische investeringen. Er is veel tijd gestoken in het salesproces, customer needs en marktsegmentatie om passende proposities te ontwikkelen. Verder is het een kwestie van veel vragen en luisteren. Het is zaak om de verwachtingen van je klanten te overtreffen en relaties uit te bouwen. Dit jaar openen we een testlab om zonnepanelen nog voor de douane te testen. Het is extra dienstverlening. Daarnaast gebruiken we onze kennis en meetgegevens voor andere type klanten.” Een belangrijke succesfactor is volgens Roest ook de focus die je als ondernemer hebt. “Richt je op producten en diensten waar nu vraag naar is en maak die beter. Blijf bij je kern.”

 

Met dank aan Topsector Energie 


Waterschap Brabantse Delta zet extra in op duurzaamheid

Waterschap Brabantse Delta voorziet eigen gebouwen van zonnepanelen voor de opwekking van schone energie. De panelen op de werkplaats in Heiningen wekken al voldoende energie op om geheel te voorzien in de elektriciteitsbehoefte van dat gebouw. In Raamsdonksveer worden de panelen op korte termijn aangesloten.

 

Het gebruik van zonne-energie past in de ambitie van het waterschap om - in lijn met landelijke afspraken binnen de waterschappen - in 2025 energieneutraal te zijn. Ook op het gebied van het gebruik van afvalstoffen als grondstof voor nieuwe producten zetten de waterschappen stappen die gepresenteerd zijn tijdens de Week van de circulaire economie.

 

Ambitie waterschappen lopen vooruit op die van het Rijk

Deze ‘energietransitie’ is nodig om de uitstoot van CO2 terug te dringen en te voldoen aan de klimaatdoelstellingen die de waterschappen landelijk met de medeoverheden hebben afgesproken. De waterschappen willen vooruitlopen op de ambitie van het Rijk om in 2050 energieneutraal te zijn. De ambitie van de waterschappen is om al in 2025 energieneutraal te zijn. Dit willen zij bereiken door in 2020 minimaal 40% van het eigen energieverbruik zelf te produceren en in 2025 100%. Daarnaast stellen de waterschappen hun eigendommen zoals terreinen, gemalen en dijken beschikbaar voor derden om duurzame energie op te wekken. De komende jaren breidt het waterschap het aantal zonnepanelen op waterschapsgebouwen uit. Zo staan er projecten op stapel in Heerle, Zundert, Hoeven, Wagenberg en op het Hof van Bouvigne, het centrale kantoor het waterschap in Breda.

Groene warmte voor Bredase wijk

Waterschap Brabantse Delta en de gemeente Breda hebben eind 2013 het Groene Warmtestation in de Bredase wijk Haagse Beemden in bedrijf genomen. In het Groene Warmtestation gebruikt het waterschap biogas, afkomstig van het eigen zuiveringsproces op de rioolwaterzuivering Nieuwveer, voor de productie van groene stroom voor gebruik op de zuivering. Het waterschap en de gemeente leveren de warmte, die bij de productie van deze groene stroom vrijkomt, via het Groene Warmtestation en het warmtenet aan de bewoners van de wijk Bouverijen. Het Groene Warmtestation zorgt voor de warmwatervoorziening en verwarming van ongeveer 450 woningen in deze wijk.

 

Duurzame oeverbeschoeiing van autokunststoffen

Eén van de duurzame innovaties waar waterschap Brabantse Delta gebruik van maakt is duurzame oeverbeschoeiing. Deze oeverbeschoeiing wordt meestal gemaakt van hout, maar heeft daardoor een relatief korte levensduur. Door gebruik te maken van duurzame oeverbeschoeiing wordt de levensduur vergroot tot minstens 30 jaar. Deze oeverbeschoeiing, een voorbeeld van een innovatie voor de circulaire economie, wordt vervaardigd uit oude autokunststoffen, zoals bumpers, bekleding, vloermatten en spatborden. Deze grondstoffen worden verwerkt tot palen, planken en damwandprofielen.

 

Week van de circulaire economie

Van maandag 15 tot en met 19 januari 2018 staan duurzame ambities en initiatieven centraal tijdens de Week van de circulaire economie. Nederland circulair in 2050. Die ambitie heeft het kabinet neergezet in het Rijksbrede programma ‘Nederland Circulair in 2050’ en is door maatschappelijke partners en meer dan 350 ondertekenaars onderschreven in het Grondstoffenakkoord. Ook de waterschappen ondersteunen dit akkoord. Op 15 januari zijn vijf transitieagenda’s, aan staatssecretaris Van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat) overhandigd om de omslag naar een circulaire economie te versnellen. De waterschappen pakken ook de handschoen op en presenteren de volgende stap in het Grondstoffenakkoord door alvast een eerste aanzet te geven voor een Taskforce Herijking Afvalstoffen.

 

Met deze taskforce willen de waterschappen de circulaire economie een stap dichterbij brengen. Waterschappen beschouwen afvalstromen steeds meer als een bron van duurzame energie en waardevolle grondstoffen. Denk hierbij aan grondstoffen uit afvalwater en berm- en slootmaaisel. Door toepassing van innovatieve technieken kunnen stoffen zoals fosfaat en cellulose worden teruggewonnen en kunnen vezels uit grassen worden toegepast in composieten. Om de innovatie op dit gebied te versnellen zijn aanpassingen in wet- en regelgeving vereist.

 

Wij lazen dit op de website van het waterschap Brabantse Delta


Defensie gaat strijd aan met lichtvervuiling

Energiebesparing en minder lichtvervuiling. Dat is waartoe Dark Sky Werelderfgoed Waddengebied moet leiden. Defensie zette een handtekening onder deze intentieverklaring. Hiermee delen nu 44 partijen in de regio dezelfde ambities.

Met een druk op de knop werd het licht op de Willem Lodewijk van Nassaukazerne gedimd.

 

Dimbare verlichting op de Willem Lodewijk van Nassaukazerne in het Lauwersmeer is 1 van de projecten die onder de intentieverklaring valt. Daarnaast worden 2wegen op het Nieuwe Haventerrein in Den Helder van LED-verlichting voorzien. Die wordt na werktijd gedimd. Ook wordt hier een Energie Management Systeem ingevoerd. Dit moet leiden tot vermindering van buitenverlichting aan gebouwen en op wegen en parkeerterreinen.

 

Minder verstoring vogeltrek

In de Defensie Energie en Milieubeleidsnota 2015 stond het streven naar duurzame verlichting op de Nassaukazerne ook genoemd. Naast energiebesparing moet dit leiden tot bescherming van de natuur: minder verstoring van vogeltrek en nachtdieren als vleermuizen. Zo kwam begin 2016 het Dark Sky-initiatief in beeld. Ook in de Defensie Energie en Milieubeleidsnota 2019-2022 zal aandacht worden besteed aan Dark Sky. Ook voor andere Defensielocaties aan de Waddenzee wordt dan gekeken of de buitenverlichting is aan te passen.

 

Belang duisternis

Met de intentieverklaring Dark Sky onderschrijft Defensie onder meer het grote belang van duisternis voor het welzijn van mens en dier. De partijen hebben afgesproken om zich in te zetten voor meer bewustwording van het belang van duisternis. Ook zetten ze zich samen in voor versterking van de duisternis in en om de Waddenzee. Dat doen ze onder meer door allemaal nog dit jaar 1 quick-win in te voeren.

 

Met dank aan Defensie 


Ruim 33 miljoen extra voor energie-innovatie

 Op 3 april 2018 openen de subsidieregelingen voor energie-innovaties binnen de Topsector Energie. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat stelt dit jaar 33,4 miljoen euro extra beschikbaar voor energie-innovatie. 

€12,8 miljoen voor Aardgasloos

€12,8 miljoen is voor de ontwikkeling van prototypes van innovatieve producten voor aardgasloze wijken, woningen en gebouwen. De programmalijn Aardgasloze wijken maakt deel uit van de tender TSE/Urban Energy. De innovaties dragen bij aan een forse kostenverlaging voor CO2 reductie. 30% lager dan de huidige aardgasvrije oplossingen. Ook verbeteren ze de kwaliteit van de woning, het gebouw of de wijk.

 

Het extra bedrag van € 33,4 miljoen voor Klimaat wordt verder besteed aan:

·      Topsector Energie studies, inclusief CCUS-studies. Deze regeling is een haalbaarheidsfaciliteit, de beoordeling gebeurt op volgorde van binnenkomst

·      CCUS pilots en Waterstof pilots. Nieuw is dat deze regelingen in 2018 tweemaal opengaan (in plaats van eenmaal) en dat het subsidiebedrag per project hoger is

 

Doel van de energie-innovatieprojecten

Het totale budget van € 152,5 miljoen voor energie-innovatieprojecten is voor schone en efficiënt opgewekte energie die Nederland economisch sterker maakt. Ook gaat het over energiebesparing en slimme inpassing.

 

Op 3 april openen de regelingen Demonstratie Energie Innovatie (DEI), Hernieuwbare Energie, BBEG Innovatie, Urban Energy (inclusief Aardgasloze wijken, woningen en gebouwen, Energie en Industrie: Joint Industry Project (JIP), Wind op Zee R&D, pilots Waterstof en CCUS, Topsector Energie Studies. Begin mei volgen naar verwachting de openstellingen voor MVI Energie, Geo-energie, Systeemintegratie op de Noordzee en pilots Waterstof en CCUS (tweede openstelling). In de tweede helft van 2018 komen er nog meer regelingen.


Hengelo krijgt brug met zonnepanelen

Civiele techniek Dura Vermeer is bezig met de bouw van een nieuwe verkeersbrug in Hengelo met zonnepanelen in het wegdek. Bijzonder zijn de zonnepanelen die bestand zijn tegen personenauto’s en zware voertuigen. Begin 2019 moet de brug gereed zijn.

 

In Frankrijk en de VS zijn er al een paar proefprojecten met zonnepanelen in het wegdek maar toepassing in een verkeersbrug is volgens Dura Vermeer een internationale primeur. Het bijzondere aan dit project, zo vertelt projectleider Rick Lormans (Dura Vermeer Infra Regio Oost) in Cobouw, is de integratie van zo’n 50 m2 zonnepanelen in de bovenste asfaltlaag. Zij gaan de brugverlichting voeden. Deze panelen moeten extra sterk en slijtvast zijn om de belasting door personenauto’s en zwaardere motorvoertuigen aan te kunnen, maar ze moeten tegelijkertijd extra stroef zijn voor datzelfde wegverkeer.

De Boekelosebrug is een gemeenschappelijk bouw- en ontwerpproject van het Brusselse architectenbureau Ney en Partners en Dura Vermeer. Ook ingenieursbureau Sweco is erbij betrokken via de voorbereiding en de begeleiding van de aanbesteding. De brug ligt over het Twentekanaal en verbindt het centrum van Hengelo met de A35.

 

Na diverse voorbereidende werkzaamheden in het najaar, zoals het verplaatsen en slopen van de oude stalen vakwerkbrug, is de bouw van de nieuwe brug inmiddels gestart. Dit gebeurt eveneens op een naburige locatie. Na voltooiing van de damwanden volgt binnenkort het invaren van de eerste segmenten op pontons. De bouw duurt tot begin 2019 en kost bijna € 8,2 miljoen.

 

Tol betalen op zonne-energie

Het Franse bedrijf Colas produceert de speciale Wattway-zonnepanelen. Zo heeft het bedrijf op de snelweg A 63 (Zuidwest-Frankrijk) een proefvlak van 51 m2 aangelegd. Deze zonnepanelen gaan het plaatselijke tolstation voorzien van elektriciteit. In Georgia (VS) ligt een soortgelijk wegdek. Hier gaat het echter om het opladen van elektrische voertuigen.

 

Bijzonder aan het brugontwerp is volgens Dura Vermeer het gebruik van EBMR (Engineering and Build in Mixed Reality). Hiermee is het mogelijk een 3d-ontwerp te maken van de brug als soort laag over de daadwerkelijke omgeving. Dura Vermeer werkte hierbij samen met Recreate in Rijssen en Dynteq uit Enschede.

 

Wij lazen dit in het Technischweekblad


Windpark Landtong Rozenburg

De windmolens op de landtong Rozenburg worden de komende jaren vernieuwd en uitgebreid. De Provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam zien de landtong als een kans om modernere en efficiëntere windmolens te plaatsen. De landtong Rozenburg wordt geschikt gevonden als locatie omdat de landtong onderdeel is van het haven en industriegebied, op afstand van bestaande woonkernen. Bewoners en bedrijven uit de omgeving van de landtong zijn van harte welkom om deel te nemen aan de dialoog over dit windpark. 

Vernieuwing en uitbreiding bestaand windpark

Het bestaande windpark op de landtong is opgebouwd uit twee delen: het westelijke deel bestaat uit tien windmolens uit 2007. Hiervan staan er vijf aan de westkant en vijf aan de oostkant van de Maeslantkering. Direct oostelijk daarvan zijn in 2015 twee windmolens in gebruik genomen. Op de landtong worden de tien bestaande, kleine windmolens vervangen door circa negen modernere en efficiëntere exemplaren. De huidige tien windmolens leveren 15 megawatt (MW) en zijn economisch afgeschreven. De oude windmolens worden aangeboden op de internationale markt. In dezelfde grondstrook worden maximaal 9 nieuwe, grotere windmolens gerealiseerd waarbij het vermogen wordt vergroot naar minimaal 27 MW. Voor dit deel is het Havenbedrijf verantwoordelijk.

 

De bestaande windmolens hebben een tiphoogte (hoogste punt van de wieken) van 110 meter. De nieuwe windmolens hebben een tiphoogte van circa 150-210 meter. De twee windmolens uit 2015 blijven staan. Deze windmolens hebben een tiphoogte van 125 meter.

 

Daarnaast wordt onderzocht of - conform de opgave van de Provincie Zuid-Holland - het windpark in oostelijke richting uitgebreid kan worden met een aantal nieuwe windmolens met een vermogen van minimaal 9 MW en maximaal 12 MW. Deze nieuwe windmolens hebben een tiphoogte van circa 150-210 meter. De provincie Zuid Holland heeft op 21 december 2017 deze zoeklocatie voor dit windpark vastgelegd in de herijking van de Verordening Ruimte en Mobiliteit. Gezien de vele onderzoeken en het verkrijgen van diverse vergunningen worden deze windmolens naar verwachting in 2020-2021 gebouwd.

 

Milieueffectrapportage

Voor het project Windpark Landtong Rozenbrug wordt een m.e.r.-procedure doorlopen. M.e.r. staat voor milieueffectrapportage. Het milieueffectrapport (MER) dient als ‘onderlegger' voor de uiteindelijk te verlenen omgevingsvergunning(en) en de Watervergunning. Ook worden milieu onderzoeken gedaan in het kader van de Wet natuurbescherming. De resultaten hiervan worden verwerkt in de Beschikking wet Natuurbescherming, die de Omgevingsdienst Haaglanden afgeeft. 


Uniek energieopslagsysteem bij stadion ADO Den Haag

Het voetbalstadion van ADO Den Haag wordt uitgerust met een uniek energieopslagsysteem dat zal worden aangesloten op een nieuw laadplein voor elektrische voertuigen. Dankzij deze combinatie kunnen bezoekers hun elektrische voertuigen met maximaal vermogen uit duurzame bronnen opladen.

Het is voor de eerste keer dat een dergelijke combinatie in Nederland wordt aangelegd. Het project is een samenwerking van Scholt Energy Control met netbeheerder Stedin en Gemeente Den Haag, het opslagsysteem wordt geleverd door Alfen.

 

TheBattery

Overdag wordt er in het ADO Den Haag voetbalstadion energie opgewekt met behulp van zonnepanelen op het dak. Deze energie is vooral nodig om het stadion ’s avonds te verlichten, maar ook om het toenemende aantal elektrische voertuigen van de bezoekers op te laden. Het energieopslagsysteem TheBattery van Alfen garandeert dat de overdag opgewekte zonne-energie ’s avonds voor elektrische voertuigen kan worden gebruikt.

 

Hoewel het er van buiten uitziet als een gewone container, is de unit van binnen voorzien van alle benodigde onderdelen om een maximale capaciteit van 1952 kWh op te slaan. Eventueel kunnen meerdere units gekoppeld worden om de opslagcapaciteit te vergroten.


Studenten en bedrijven werken samen in Mobility Innovation Center

Tweedejaars studenten van de engineeringopleidingen van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) werken sinds kort multidisciplinair samen aan projecten van bedrijven. Dit gebeurt in het Mobility Innovation Center. Met deze vernieuwende aanpak hoopt de HAN een oplossing te bieden voor het human capital-vraagstuk rondom de energietransitie. 

Jan Oosting werkt voor het expertisecentrum duurzame energie van de HAN (SEECE) en de  engineeringopleidingen. Dit zijn de opleiders waar de nieuwe talenten voor de energietransitie vandaan moeten komen, stelt hij. ‘Studenten elektrotechniek en werktuigbouwkunde of productontwerpers: die zijn nodig de komende jaren. En daar is een tekort aan, dat beseffen bedrijven ook steeds meer.’

 

Matchmaking

De engineeringopleidingen zijn multidisciplinair gaan werken. Dat houdt onder meer in dat onderwijsprojecten deels plaatsmaken voor échte projecten van bedrijven. ‘Vanaf het begin hebben we gezegd dat we de verbindende schakel moeten zijn tussen opleiders, onderzoekers en bedrijven. Alle partijen in die driehoek hebben elkaar nodig. Dan kan er innovatie plaatsvinden.

 

Om dit voor elkaar te krijgen proberen we continu een match te maken tussen de leerdoelen van de onderwijskant en de problemen van bedrijven. Op die manier proberen we een samenwerking te creëren die voor beide partijen werkt.’

 

Mobility Innovation Center

Bij zo’n samenwerking komen soms praktische bezwaren om de hoek kijken. ‘Grote bedrijven kunnen wel 8 studenten huisvesten en inhoudelijk begeleiden, maar voor kleinere bedrijven is dat lastig. Daarom hebben we het Mobility Innovation Center (MIC) opgericht, wat gevestigd is in het Clean Mobility Center (CMC). Hier kunnen studenten en bedrijven samen werken aan hun project en is er bijvoorbeeld ook ruimte voor schaalmodellen. Het is echt een werkplaats.’

Studenten van de 4 engineeropleidingen werken in hun tweede jaar 3 dagen in de week in het MIC of bij een bedrijf in huis. ‘Ze werken daar aan échte projecten. Dat is totaal anders dan een fictief project waar zij op school aan werken. Ze moeten communiceren met de opdrachtgever, werken onder tijdsdruk en moeten rekening houden met andere disciplines.’

 

Een win-win-situatie, vindt Oosting. ‘De studenten worden zo beter klaargestoomd voor hun werk in de sector en het bedrijf kan enthousiaste studenten aan hun projecten laten werken. Steeds meer bedrijven krijgen in de gaten dat het tekort aan techniekstudenten zich op deze manier wat minder hard laat gelden. Ze moeten er natuurlijk geen bezwaar tegen hebben dat het gaat om tweedejaars studenten, die nog niet alles weten.’

 

Bottleneck

Dit is het tweede jaar dat studenten aan het werk zijn in het MIC. Het was – en is eigenlijk nog steeds – ook een soort sprong in het diepe, geeft Oosting aan. ‘Sommige dingen kun je niet van tevoren bedenken. Bovendien is het ontzettend lastig een goede match te vinden. Je wilt dat het project van het bedrijf goed wordt uitgevoerd, maar je wilt ook dat de leerdoelen behaald worden. Maar leerdoelen, wat zijn dat in dit geval eigenlijk? Bij het reguliere onderwijs is dat makkelijk vast te stellen, maar hoe beoordeel je dit soort projecten? In januari 2018 moeten de eerste beoordelingen plaatsvinden, maar eerlijk gezegd weten we nog niet precies hoe we dat gaan doen. Dat is natuurlijk spannend, maar we merken wel dat deze vernieuwende werkwijze werkt voor alle partijen.’

 

Er lopen momenteel een aantal interessante projecten, met schone mobiliteit als gemene deler. ‘Bedrijven raken steeds meer geïnteresseerd. Gezamenlijk zien we dat human capital zomaar eens de bottleneck kan worden voor de energietransitie. En dat proberen we op deze manier te voorkomen.’


Aansluiting Warmtenet Dordrecht op afvalenergiecentrale HVC

Warmte uit de afvalenergiecentrale wordt gebruikt voor verwarming en warm water in woningen, voor de verwarming van kassen, en voor productieprocessen van bedrijven.

De aansluiting van het Warmtenet Dordrecht op afvalenergiecentrale HVC is een belangrijke stap om het gebruik van gas te verminderen. Er zijn op dit moment zo’n 3.000 aansluitingen op het warmtenet gerealiseerd.

 

De komende jaren wordt dit uitgebreid naar 10.000. Het effect is fors: één woning aansluiten op het warmtenet levert jaarlijks net zo veel terugdringing van CO2 op als 22 zonnepanelen op het dak. Wethouder Rik van der Linden van Dordrecht: “We sluiten in Dordrecht zowel nieuwbouwwoningen aan als bestaande woningen. In samenwerking met woningcorporaties Trivire en Woonbron wordt bij de vervanging van ketels van bestaande bouw of renovatiewerkzaamheden waar mogelijk gekozen voor een aansluiting op het warmtenet."

 

 

Het project Warmtenet Dordrecht past binnen de ambities van de Warmtealliantie Zuid-Holland en de ambities van het Rijk voor een duurzame energievoorziening in 2050. Doel is om bestaande en nieuwe leidingen te bundelen in een hoofdinfrastructuur in Zuid-Holland. Er wordt toegewerkt naar een open transportnet met een onafhankelijk netbeheer waaraan elke warmte-aanbieder kan leveren.


Eerste waterstofmolen voor duurzame brandstof

Begin 2019 moet de eerste waterstofmolen ter wereld in de Wieringermeer een feit zijn. Dat is de inzet van een samenwerkingsovereenkomst tussen initiatiefnemer en duurzame waterstof leverancier HYGRO, windturbinefabrikant Lagerwey en onderzoeksinstituut ECN. De windturbine zal waterstof gaan produceren voor het project Duwaal: het initiatief van een breed consortium in de regio Noord-Holland onder leiding van HYGRO. Doel van het consortium is om de keten van duurzame waterstofproductie, de distributie naar minstens 5 waterstoftankstations en 100 waterstofvrachtwagens gelijktijdig te realiseren. Het consortium wordt actief ondersteund door Energy Valley dat groene waterstof als belangrijke, toekomstige grondstof en energiedrager ziet voor o.a. industrie en transport. Het Ontwikkelingsbedrijf NHN stimuleert het plan omdat deze bijdraagt aan de positionering van het testveld in de Wieringermeer en het kansen biedt voor nieuwe werkgelegenheid in de regio.

De Lagerwey windmolen, met een vermogen van 4,8MW, zal geschikt worden gemaakt om elektrolyse technologie in te bouwen. Door de integratie van beide bewezen technieken kunnen er veel componenten weggelaten worden waardoor de waterstofproductie goedkoper, efficiënter en robuuster wordt.

 

De waterstofmolen, de eerste in zijn soort, zal worden gedemonstreerd op het windturbinetest-veld van ECN te Wieringerwerf. Idealiter krijgen windturbines in de toekomst een waterstof gasnetwerkaansluiting in plaats van elektriciteit. Het transport van de waterstof per buisleiding is significant goedkoper dan transport van elektriciteit door een kabel. Daarbij fungeert de buisleiding als inherente buffer waardoor er veel minder afstemming van vraag en aanbod nodig is, één van de uitdagingen bij “normale” wind en zonne-elektriciteit.  De duurzaam geproduceerde waterstof zal in het project Duwaal worden toegepast bij zogenaamde brandstofcel elektrische vrachtwagens. Naast CO2-uitstoot zullen hierdoor ook geluids-, NOx- en fijnstofemissies worden voorkomen. Het project laat daarmee zien hoe de toekomstige energieinfrastructuur vorm kan krijgen.

 

Met dank aan Energyvalley 


Onderzoek naar toepassing windstroom

SmartPort en het Havenbedrijf Rotterdam hebben TNO gevraagd te onderzoeken welke mogelijkheden op zee opgewekte windenergie de haven biedt. Businessmanager Randolf Weterings van het havenbedrijf noemt de resultaten ‘verrassend’.

 

“Neem de hoeveelheid geprognotiseerde windstroom”, zegt Weterings op de website van TNO. “Die is weliswaar significant, maar van een overvloed aan stroom is voorlopig geen sprake. Wanneer we die groene energie optimaal willen benutten voor industriële processen in de Rotterdamse haven, dan zullen we windaanlanding op de Maasvlakte moeten faciliteren. Echter de ruimte is beperkt, waardoor we grootschaliger moeten durven denken om efficiënt gebruik te kunnen maken van de schaarse grond.”

Weterings is te spreken over het geringe verlies (circa drie procent per duizend kilometer) die het gebruik van high voltage DC-kabels biedt, om elektriciteit over een afstand van vierhonderd kilometer naar de Rotterdamse haven te transporteren. “Dat is aanmerkelijk efficiënter dan een wisselstroomkabel. Na aanlanding kan de stroom terug getransformeerd worden naar wisselstroom en het elektriciteitsnet ingaan. Of hij wordt gebruikt in een fabriek die groene waterstof maakt voor allerlei toepassingen in de haven. Dus ook hier weer diverse mogelijkheden.”

 


Industriële Agenda voor 100% duurzame energie in 2030

Het rapport schetst de vijf gebieden waarin zaken anders kunnen worden aangepakt: bebouwde omgeving, mobiliteit, food, industrie en energieproductie. Volgens het rapport is de transitie naar een 100% duurzame energievoorziening goedkoper en schoner dan vast blijven houden aan fossiele brandstoffen. Ook creëert de transitie 150.000 nieuwe banen, realiseert deze een veilige energievoorziening en versnelt innovatie.

 

Energiebesparing in de industrie

Het rapport stelt dat de industrie in staat zal zijn om 50% van zijn energie te besparen tussen nu en 2030. De input waaruit deze conclusie is getrokken is rechtstreeks van de staalindustrie, chemische industrie, papierindustrie en keramische industrie gekomen.

 

Circulaire economie binnen de procesindustrie

Tijdens de presentatie van het rapport is het belang van de transitie naar een circulaire economie binnen de bestaande procesindustrie benadrukt. Als een voorbeeld van industriële symbiose heeft zij het circulaire gebruik van koolstofmonoxide  uit de staalindustrie als basiscomponent voor de productie van chemicaliën in de chemische industrie genoemd. Omdat industriële elektrolyse-apparaten en warmtepompen zo’n grote rol spelen in deze circulaire processen, wordt gesteld dat het van groot belang is in deze technologieën te investeren. Tot slot heeft Minnesma de Nederlandse overheid opgeroepen tot een industrieel beleid te komen.

 

Download
Urgenda - Rapport Duurzame Energie in 20
Adobe Acrobat document 11.4 MB

Handreiking Cyber Security voor Smart Energy

Digitalisering van het energiesysteem heeft veel voordelen: efficiëntere bedrijfsvoering, het aanbieden van nieuwe diensten, en betere inzichten voor onder andere de eindgebruiker. Maar digitalisering brengt ook nieuwe risico’s met zich mee. Dat blijkt wel uit de nieuwsberichten, waar regelmatig ransomware aanvallen en data-leks worden gemeld.

 

Om het energiesysteem, en alle daaraan gerelateerde producten en diensten veilig te houden, zou cyber security vanaf het begin van ontwerpprocessen aandacht moeten krijgen. Daarnaast zou het niet alleen de verantwoordelijkheid moeten zijn van cyber security experts, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van op zijn minste het ontwerpteam, maar idealiter van de gehele organisatie.

 

Omdat we ook in ons netwerk steeds meer connected devices, slimme diensten en regelsystemen ontwikkeld worden, hebben we als TKI Urban Energy een Handreiking laten ontwikkelen. De handreiking omschrijft een proces in zeven stappen, en wordt ondersteund door een aantal andere documenten. We hopen u hiermee te inspireren én hopen dat ‘security by design’ het ‘nieuwe normaal’ wordt.

 

Je treft de handleiding HIER 


The Nordic City

In IABR-verband is hard gewerkt aan vier concrete toekomstbeelden voor de stad en regio Groningen. De resultaten van het ontwerpend onderzoek komen samen in het verhaal van de Nordic City.

 

Zichtbaar wordt dat de energietransitie niet alleen economische baten brengt, maar dat bij een integrale aanpak ook het karakter van stad en landschap aan kracht kan winnen. En dan ontstaat een krachtige, complete stad met daaromheen een waaier van kwaliteitsbewuste en duurzame dorpen, bij elkaar gehouden door een gedeelde energie ambitie en een groeiende regionale energie-economie.

Download
20170708 Nordic City.pdf
Adobe Acrobat document 2.2 MB

ProRail wil het grootste zonnedak van Nederland

ProRail wil in 2030 haar eigen elektriciteitsverbruik zelf op wekken. Dit gaat ze onder andere doen door alle (geschikte) stationsdaken, fietsenstallingen en perronoverkappingen te voorzien van zonnepanelen, met schermen langs het spoor die spoorgeluid weren en tegelijkertijd energie opwekken. Daarnaast wordt onderzocht ook of er innovaties zijn die het mogelijk maken tussen en naast het spoor energie op te wekken.

Download
Prorail wil grootste zonnedak van Nederl
Adobe Acrobat document 262.1 KB

Frequentie Geregelde Ventilatoren

Maatregel betreft 

Het toepassen van frequentieregeling bij E-motoren die ventilatoren aandrijven in verband met wisselende belasting.

Download
Cases Frequentie geregelde ventilatoren.
Adobe Acrobat document 571.5 KB

Energie besparen in de industrie

Deze film laat zien dat minimale investering in het nemen van de juiste isolatiemaatregelen een win-win-win situatie oplevert; lagere (energie)kosten, verhoogde veiligheid en een betrouwbaar proces.



Besparen van Perslucht

Deze film laat zien dat vele praktische keuzes voor gebruik van perslucht (uit de tijd dat energie niet duur was) tezamen kunnen leiden tot een kosteneffectief te verbeteren situatie (nu energie wel duur is); lagere (energie)kosten, en een schoner en betrouwbaar proces.


Energiebesparing biedt Onderhoudssector kansen!

De Nederlandse Onderhoudssector kan een belangrijke bijdrage leveren aan het halen van de doelstellingen die in het Energieakkoord zijn vastgelegd.
In haar Visiedocument "Maintenance for Energy" geeft branchevereniging de Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) uit Houten aan waar de kansen en bedreigingen liggen.

Meer hierover lazen wij voor u in EuropoortKringen.

 

Download
Energiebesparing.pdf
Adobe Acrobat document 1.1 MB