Eneco, Shell en Van Oord willen samen windpark op zee bouwen

Eneco, Shell en Van Oord willen gezamenlijk twee windparken voor de Hollandse kust bouwen, meldt het consortium woensdag. Eerder haalden deze bedrijven samen met Mitsubishi al de aanbesteding voor offshore windparken Borssele III en Borssele IV voor de Zeeuwse kust binnen.

 

Deze keer gaat het om de windparken Hollandse Kust III en Hollandse Kust IV, twee zones vlak bij het bestaande windpark Luchterduinen op ongeveer 20 kilometer voor de kust van Den Haag. De nieuwe windparken worden naar verwachting in 2023 in gebruik genomen en krijgen een vermogen van 760 megawatt. Omgerekend gaan de turbines net zo veel stroom produceren als één miljoen huishoudens per jaar verbruiken.

"De specifieke geografische ligging van Nederland is ideaal voor het opwekken van offshorewindenergie", schrijven de partijen in een persbericht. "Dit biedt wereldwijd concurrentievoordelen voor Nederland in termen van kosten, gespecialiseerde arbeidskrachten en exportmogelijkheden."

 

De windparken zijn onderdeel van de plannen voor vijf grote zones met windmolens voor de Hollandse en Zeeuwse kust. Gezamenlijk met de bestaande windparken moet hierdoor het vermogen van alle windmolens op zee groeien naar 4,5 gigawatt in 2023. Deze windmolens zijn een belangrijk onderdeel van de doelstelling om in 2023 16 procent van alle energie uit duurzame bronnen te halen.

 

Naast dit plan heeft de overheid een stappenplan om tussen 2024 en 2030 windmolens verder weg van de kust te laten bouwen in de zone IJmuiden Ver. Hier moet voor 4.000 megawatt aan windmolens komen.


Kleefse Waard: van industrieterrein naar proeftuin

Een oud industrieterrein verduurzamen is geen gemakkelijke opgave. Maar Industriepark de Kleefse Waard in Arnhem wil in 2025 het meest duurzame bedrijventerrein van Nederland zijn. Het Gelderse industriepark dateert uit 1941 en is een voormalig complex van AkzoNobel. Ontwikkelaar Schipper Bosch veranderde het in 2003 aangekochte terrein in een cleantech campus, waar multinationals zoals Veolia en Accsyss Group maar ook start-ups als Hymove gevestigd zijn.

De parkeigenaar en bedrijven bewandelen samen de route om in de toekomst een eco-industrial park te worden. Om dat te bereiken worden aan verduurzaming en innovaties op het gebied van energie, afval, mobiliteit en gebouwen gewerkt. Veolia dat sinds 2014 het totale netwerk van utilities op het terrein bezit, heeft de eerste stappen al gezet.

 

Lees HIER verder


Ruim 80% ervaart belemmeringen bij duurzaam ondernemen

Ruim acht op de tien ondernemers (84%) ervaart belemmeringen bij duurzaam ondernemen. Een van de redenen is dat veel ondernemers hun businesscase niet rond krijgen. Duurzaam ondernemen levert de meeste ondernemers voor nu met name persoonlijke voldoening op. Dat blijkt uit het onderzoek Duurzaam ondernemen dat KVK (Kamer van Koophandel).

 

Twintig procent van de ondernemers is in staat om concreet voordeel uit duurzaam ondernemen te halen, zoals meer klanten, lagere kosten of extra inkomsten. Een ander vijfde deel van de ondernemers zegt dat duurzaam ondernemen nog niets heeft opgeleverd. Ondernemers geven aan dat zij meer met duurzaam ondernemen zouden doen als dit kosten zou besparen, extra inkomsten zou opleveren, wet en regelgeving het zouden eisen, ze zich ermee zouden kunnen onderscheiden, klanten meer eisen zouden stellen en er een duidelijke marktvraag zou zijn naar duurzame producten en of diensten.

 

Het volledige bericht lees je HIER


Waterstofproject

Voor het eerst in Nederland wordt een installatie opgezet waarbij op een schaal van 1 Megawatt (MW) ervaring wordt opgedaan met de omzetting van duurzaam opgewekte elektriciteit in waterstof. EnergyStock en Gasunie New Energy zijn van plan om hiervoor bij Aardgasbuffer Zuidwending een pilotproject op te starten. Grootschalige productie van groene waterstof is noodzakelijk om de klimaatdoelen van 2050 te halen. In Nederland wordt dit zogenoemde principe van power-to-gas nauwelijks toegepast. We denken dat de aardgasbuffer hierin op termijn een belangrijk rol kan spelen en kan doorgroeien naar een energiehub.

Waarom waterstof?

Elektriciteit is moeilijk op te slaan in grote hoeveelheden. Er zijn nog nauwelijks accu’s die dat tegen redelijke kosten kunnen. Waterstof is een energiedrager die kan worden opgeslagen en die volop beschikbaar is. Het is, samen met zuurstof, het hoofdbestanddeel van water. Ze zijn van elkaar te scheiden met behulp van (duurzame) elektriciteit in een proces dat elektrolyse wordt genoemd. Deze groene waterstof wordt in de toekomst een belangrijke schone brandstof in een duurzame energievoorziening. Waterstof kan worden ingezet voor onder meer mobiliteit/vervoer, industrie en elektriciteitslevering.

 

Wat houdt het in?

Gasunie-dochters EnergyStock en Gasunie New Energy zijn van plan bij Aardgasbuffer Zuidwending een demonstratieproject te starten waarmee ervaring kan worden opgedaan met de omzetting van duurzaam opgewekte elektriciteit naar waterstof. Op de aarden wallen en de parkeerplaatsen rondom de installatie worden circa 12.000 zonnepanelen geïnstalleerd met een gezamenlijk vermogen van 2,4 MW. Hiervan is 1,4 MW bestemd voor de verduurzaming van de eigen energievoorziening van de installatie. 1 MW zal worden gebruikt om ervaring op te doen met de omzetting van groene stroom in groene waterstof. Daarvoor zullen op de installatie drie zeecontainers worden geplaatst. Zie de voorlopige artist impression hieronder. Eén container bevat een elektrolyser waarmee water wordt gesplitst in waterstof en zuurstof. De tweede bevat de benodigde elektronica en de derde een kleine compressor die vervolgens een van de opslag-cilinders vult met waterstof. Met deze zogenoemde tube trailers kan het waterstof worden vervoerd naar afnemers in bijvoorbeeld de mobiliteit en industrie.

 

Voor alle aanvullende informatie verwijzen wij u door naar HIER


Windturbine met supergeleidende rotorwikkeling

Een windturbine aan de Deense kust bij Thyborøn heeft een wereldprimeur: de conventionele generator, met permanente magneten, is daar vervangen door een exemplaar met supergeleiders. Die nieuwe turbine is half zo zwaar, veel compacter en toch in staat hetzelfde vermogen te leveren.

 

Supergeleider

De supergeleiders vervangen de grote en zware magneten in een conventionele windturbine. Net als in een klassieke fietsdynamo draaien de magneten binnen spoelen die de magnetische energie omzetten in elektrische. Krachtige magneten kunnen worden vervaardigd met spoelen van supergeleidende kabel: die zijn lichter, compacter en maken in veel mindere mate gebruik van zeldzame aardmetalen zoals neodymium. De lichtere turbine heeft als bijkomend voordeel dat de torenconstructie lichter kan worden uitgevoerd, terwijl de kleinere doorsnee het vervoer over de weg minder complex maakt (hoewel dat per turbine slechts een eenmalig proces is).

Tape

Supergeleiders geleiden stroom zonder weerstand. Dat maakt grote stromen mogelijk en sterke magneetvelden. Daarvoor moeten ze wel zeer sterk worden gekoeld. De magneten in de nieuwe rotor zijn opgebouwd uit supergeleidende tape: op een flexibele stalen drager is een dunne laag supergeleidend materiaal aangebracht die de stroom geleidt. Deze tape, die aanvankelijk slechts op laboratoriumschaal kon worden vervaardigd, wordt inmiddels per kilometer geproduceerd. Dubbel uitgevoerde compacte cryocoolers draaien mee met de rotor, en zorgen voor een temperatuur van –240 °C

 

Koud

De Universiteit Twente was in dit project betrokken bij alles wat koud was: het testen van de tapes en de magneetspoelen, het vinden van de optimale koeling, de assemblage van de rotor als geheel.

 

Na twee jaar testen in het lab kwam in de nazomer 2018 alles samen: de generator met een doorsnee van vier meter – bijna anderhalve meter minder dan de conventionele versie – is, na grondtests bij het Fraunhofer Institut für Windenergie und Energiesysteme in Bremerhaven, verscheept naar Thyborøn. Daar is hij geïnstalleerd in een GC1-type molen van fabrikant Envision: dit type levert 3,6 MW en heeft twee rotorbladen met een totale diameter van 128 meter.

 

Bron: Elektormagazine


Koelopslag aangesloten op ‘flexibiliteitsmarkt’ Nijmegen

Netbeheerder Liander heeft in Nijmegen een ‘flexibiliteitsmarkt’ opgestart waarin ondernemingen hun vraag en aanbod van elektriciteit afstemmen. De regio Nijmegen-Noord is volop in ontwikkeling; in korte tijd zijn er veel woningen en een groot industrieterrein gerealiseerd. Er is een windpark ontwikkeld, en daarnaast staan er nog een windpark en een aantal zonneweides op de planning.

Tussenoplossing om pieken te voorkomen
Vraag en het aanbod van elektriciteit ontwikkelen zich daardoor sneller dan verwacht en Liander ontwikkelt een nieuw elektriciteitsverdeelstation om in de extra elektriciteitsbehoefte te voorzien. Omdat het naar verwachting vier jaar duurt voordat het nieuwe station klaar is, gebruikt Liander de flexibiliteitsmarkt nu als tussenoplossing om hoge stroompieken te voorkomen. Hiermee bespaart Liander naar eigen zeggen ‘maatschappelijk geld’ dat anders in tijdelijke verzwaring van het net moest worden gestoken.

 

In Nijmegen is die flexibiliteit afkomstig van Lidl en hotelketen Van der Valk. Van der Valk zet een warmtepomp in bij zijn gelijknamige hotel in deze regio, en supermarktketen Lidl biedt flexibiliteit aan met zijn gloednieuwe koelvrieshuis en ingebouwde batterij. Scholt Energy Control coördineert dit hele proces, en hiervoor ontvangen zowel Scholt als Lidl en Van der Valk een vergoeding van Liander.


Ahoy krijgt grootste zonnedak van Rotterdam

Eneco, Rotterdam Ahoy, gemeente Rotterdam en bouwcombinatie Ballast-Nedam/Heijmans hebben een overeenkomst getekend voor het realiseren van een slim thermisch grid en de aanleg van zonnepanelen op de daken van het nieuwe Rotterdam Ahoy Convention Centre en het bestaande Ahoy.

 

‘Er is een verschil tussen smart city projecten dóén en een smart city zíjn’

De aanleg van het slimme thermisch grid in en rondom Rotterdam Ahoy maakt onderdeel uit van het project Ruggedised dat wordt gesteund door de Europese Commissie. Eneco is de partij die de netwerken gaat aanleggen en ervoor gaat zorgen dat Ahoy op korte termijn gasloos wordt. Tevens gaat Eneco op Ahoy het grootste zonnedak van Rotterdam realiseren. Hans Peters, Chief Customer Officer Eneco: “Deze eerste overeenkomst zorgt voor een enorm mooie stap in het verduurzamen van het energiegebruik rondom Ahoy. Alleen al met deze eerste projecten bereiken we een reductie van 1422 ton CO2.”

Het project Ruggedised kent in totaal dertien projecten die allemaal toegepast worden in het ‘Hart van Zuid’ projectgebied. Projectdirecteur Hart van Zuid, Maarten Kokshoorn: “We bouwen met Hart van Zuid aan een sterk stuk stad dat de toekomst aankan. Ruggedised versterkt Hart van Zuid door op cruciale onderdelen nog duurzamer te worden.” De Europese Commissie ondersteunt de ontwikkeling van het Ruggedised programma met een miljoenensubsidie, afkomstig uit Horizon 2020, het grootste onderzoeks- en innovatieprogramma van Europa. Projectcoördinator Albert Engels: “Er is een verschil tussen smart city projecten dóén en een smart city zíjn. Het verschil zit ‘m in het leggen van verbindingen. Die zorgen ervoor dat 1 plus 1, niet 2 maar 3 wordt.”

 

Over Ruggedised

Het Smart City EU-programma Ruggedised is een samenwerkingsverband van zes Europese steden waarvan Rotterdam de coördinerende stad is. Ruggedised test en implementeert slimme oplossingen op het gebied van energie, transport en digitale technologie in grootschalige stedelijke proeftuinen om de weg te plaveien naar een slimmer en duurzamer Europa. Rotterdam heeft ervoor gekozen om van Zuid een ‘living lab’ te maken. De Europese Commissie ondersteunt de ontwikkelingen binnen Ruggedised gedurende vijf jaar met € 17,5 miljoen, hiervan is € 5,4 miljoen voor Rotterdam. De innovatieve technieken die uitgeprobeerd worden op Zuid zullen in de toekomst ook toepasbaar zijn in andere delen van de stad en zelfs ver buiten Rotterdam.


Dansend publiek gaat warmte opwekken

Duizenden mensen die staan te springen op harde beats of opgaan in de stevige klanken van elektrische gitaren. Een dansende mensenmassa zorgt tijdens een concert voor heel wat warmte. Met die warmte kun je andere gebouwen verwarmen.

 

Het klinkt misschien wat surrealistisch, maar verschillende partijen in Rotterdam werken nauw samen aan deze innovatie. Het vernieuwde Ahoy is de eerste concertzaal die overtollige warmte afstaat aan andere gebouwen.

Het nieuwe congrescentrum is waarschijnlijk het eerste gebouw dat wordt verwarmd met de warmte die de mensenmassa tijdens een concert in Ahoy produceert. De gebouwen worden via buizen met elkaar verbonden. Normaal gesproken verdwijnt de warmte in de buitenlucht. ”Maar binnen dit project kijken we naar nieuwe manier om restwarmte te gebruiken”, zegt Albert Engels.

 

Europese samenwerking

Engels is bij de gemeente Rotterdam projectleider van Ruggedised. Binnen dit project werken zes steden in Europa samen om zichzelf klaar te maken voor een duurzame toekomst. Iedere stad ontwikkelt en test nieuwe technieken. Rotterdam doet dit in het zogenoemde Hart van Zuid. ”Door samen te werken, leren we van elkaar wat werkt en wat niet”, zegt Engels. ”De andere steden zijn echt onder de indruk van waar wij mee bezig zijn.”

 

Het project loopt 5 jaar (tot en met 2020) en is een initiatief van de Europese Commissie. In Rotterdam werkt de gemeente samen met TNO, KPN, RET, Future Insight, Eneco, Erasmus Universiteit en Ballast Nedam. Samen hebben ze 17,5 miljoen euro subsidie uit Europa gekregen.

 

13 projecten

De partijen werken samen aan in totaal 13 projecten. Het project met de restwarmte uit Ahoy valt onder de ontwikkeling van een zogenoemd thermisch grid, waarbij warmte wordt verdeeld tussen gebouwen. Ook zijn er innovaties met slimme sensoren in bijvoorbeeld lantarenpalen en afvalcontainers. De RET werkt aan de inzet van elektrische bussen en een nieuwe ‘slimme’ dienstregeling.

 

Engels: ”We kunnen niet zomaar vrijblijvend innoveren. Het moet echt resultaat opleveren. Dat betekent niet dat projecten niet mogen mislukken, maar Europa wil er wel van leren voor de toekomst. Wat werkt, kan ook in andere steden worden toegepast.”

 

Met dank aan Dagblad010


Verkenning Omgevingswarmte- en koude Urk

Waterschap Zuiderzeeland was een van de zes partijen die de samenwerkingsverklaring 'Verkenning haalbaarheid benutting omgevingswarmte- en koude op Urk' tekenden. De partijen willen gezamenlijk bijdragen aan de warmtetransitie op Urk door het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen, waaronder aardgas.

 

Het betreft een samenwerking van gemeente Urk, Vereniging van Visgroothandelaren (VVU), technisch ontwerp en adviesbureau Coolinq, waterschap Zuiderzeeland, Christelijke Woonstichting Patrimonium en Energie- en Afvalbedrijf NV HVC.

Unieke situatie op Urk

Door energie uit oppervlaktewater en bron-/restwarmte van de visverwerkende bedrijven te benutten kan op Urk het gebruik van aardgas verminderen en een aanzienlijke milieuwinst ontstaan. De gemeente Urk is bezig om voor haar woningen en bedrijven de kaders te bepalen hoe de warmtetransitie kan plaatsvinden. De Urker visindustrie beschikt over grote vriesinstallaties die enorm veel restwarmte produceren waar nu weinig of niets mee gebeurt. Hier ligt een kans gebruik te maken van rest-/bronwarmte van visverwerkende bedrijven. Gemaal Vissering kan bovendien koude leveren. De zes partijen onderzoeken of het mogelijk om deze drie zaken op een rendabele manier aan elkaar te knopen binnen één project.

 

Expertise van zes partijen

Alle partijen brengen hun eigen expertise in bij de uitwerking van de verkenning. HVC trekt dit project, samen met de gemeente Urk. HVC brengt als energiebedrijf haar expertise in op het gebied van het gebruiken van energie en hun ervaring met warmtenetten. Waterschap Zuiderland ziet mogelijkheden voor het leveren van energie uit water. De VVU vertegenwoordigt een groep van zo’n 15 visverwerkende bedrijven die restwarmte kunnen leveren. Patrimonium heeft als vastgoedbezitter belang bij een goede energietransitie van haar woningvoorraad. Coolinq is het adviesbureau dat met het initiatief is gekomen om restwarmte van visverwerkende bedrijven in te zetten voor de verwarming van woningen en bedrijven met gebruikmaking van energie uit oppervlaktewater.


BASF maakt werk van energiemanagement door invoering ISO 50001

BASF Country Cluster Benelux is druk bezig met de invoering van ISO 50001. Deze norm beschrijft de eisen waaraan het energiemanagementsysteem moet voldoen. Met het systeem registreert en monitort BASF het gebruik van gas en elektriciteit. “Eind 2018 beschikken de acht locaties in de twee landen over het certificaat”, zegt Marno Dingenouts, site manager BASF in Boxtel en verantwoordelijk voor de invoering.

 

De ISO 50001-norm is voor BASF een kapstok om het energiemanagement op acht locaties op een gestructureerde manier vorm te geven. Hierbij gaat het in Nederland om Arnhem, Maastricht, De Meern, Boxtel, Heerenveen, Oosterhout en in België om Waterloo en Ham. Op deze locaties registreert en monitort BASF het gebruik van gas en elektriciteit met een energiemanagement-systeem. De gegevens slaat BASF op in een database om de prestaties met elkaar te kunnen vergelijken. “Net als bij andere ISO-normen, staat continu verbeteren ook in ISO 50001 centraal”, zegt Dingenouts

Lagere uitstoot

Goed energiemanagement leidt tot kostenbesparingen én een lagere uitstoot van broeikasgassen. Het verbeteren van de energie-efficiency (dus het verlagen van de hoeveelheid energie per ton product) staat al jaren hoog op de agenda van BASF. Dat heeft volgens Dingenouts twee redenen. “In de eerste plaats zijn wij een duurzaam en maatschappelijk betrokken bedrijf. Wij hebben het Responsible Care-programma ondertekend. Het wereldwijde initiatief van de chemiesector richt zich op het continu verbeteren van de prestaties op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu en transparant communiceren met stakeholders”. De tweede reden is het voldoen aan wet- en regelgeving. Zo heeft de Europese Commissie besloten dat in 2020 in Europa 20 procent minder energie moet worden gebruikt ten opzichte van 1990. “De ISO 50001-norm speelt hierop in door te eisen dat bedrijven relevante wet- en regelgeving goed inventariseren”, zegt Dingenouts.

 

Acties uitvoeren

BASF heeft voor de invoering van ISO 50001 een projectteam samengesteld. “In het team zitten de acht sitemanagers. Daarnaast heeft iedere locatie een energie-verantwoordelijke aangesteld die ook in het team zit. Verder is er per locatie een energieteam opgericht. Dit team kijkt per locatie welke acties het kan uitvoeren om aan de norm te voldoen.”

 
Dingenouts benadrukt dat er tussen de acht locaties verschillen bestaan. Zo heeft BASF Oosterhout sinds 2014 een CO2-prestatieladder certificaat van de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden& Ondernemen. De ladder geeft inzicht in hoe een organisatie omgaat met het beperken van CO2-uitstoot. In Heerenveen is er door aanpassing en vernieuwing van bestaande energie-installaties een jaarlijkse energiebesparing van 33 procent gerealiseerd. Ook in De Meern daalt het energieverbruik op termijn door de investeringen in efficiëntere installaties. Op locaties waar geen productie plaats vind, zoals Arnhem en Waterloo, speelt energie relatief een kleinere rol, maar ook hier wordt vooruitgang geboekt. Dingenouts benadrukt dat het nog te vroeg is om absolute getallen voor energiebesparing vast te stellen. “Wij zijn nu vooral bezig om de mogelijkheden om nog meer energie te besparen in kaart te brengen.”

 

Met dank aan Oppervlaktetechniek


Universiteit Twente onderzoekt geothermie in Kenia

De Universiteit Twente (UT) en het Keniaanse energiebedrijf KenGen gaan samenwerking op het gebied van geothermie. Diverse activiteiten en kennisprojecten moet de opwekking van energie uit aardwarmte duurzamer, efficiënter en veiliger maken.

 

In de komende drie jaar willen de partijen nu samenwerken aan de verduurzaming van het winnen van energie uit aardwarmte. De nadruk ligt daarbij op kennisontwikkeling en -uitwisseling, maar er worden ook een aantal concrete onderzoeksprojecten uitgevoerd op de locaties waar KenGen energie uit de bodem wint.

Zo wordt een gezamenlijk ontwikkelde drone ingezet om met behulp van camerabeelden en infraroodsensoren locaties in de gaten te houden. Ook zijn er plannen om een monitoringssysteem op te zetten waardoor de beschikbare data over de energieproductie nog beter gebruikt kan worden.

 

Duurzamere opwekking

Door de betere monitoring wordt de opwekking van energie uit aardwarmte duurzamer, efficiënter en veiliger.  “Op deze wijze krijgen we meer grip op het extractieproces. Er zijn veel factoren die invloed hebben op winning, waaronder veranderende regenvalpatronen als gevolg van klimaatverandering. Door daar goed op te anticiperen, borgen we duurzame en effectieve energiewinning. Tegelijkertijd houden we nauwlettend de invloed van winning op de omgeving in de gaten: grondwater, oppervlaktewater, natuur en luchtkwaliteit, om een aantal aspecten te noemen", legt stelt programmacoördinator Chris Hecker uit.

Zo wordt een gezamenlijk ontwikkelde drone ingezet om met behulp van camerabeelden en infraroodsensoren locaties in de gaten te houden. Ook zijn er plannen om een monitoringssysteem op te zetten waardoor de beschikbare data over de energieproductie nog beter gebruikt kan worden.

 

Duurzamere opwekking

Door de betere monitoring wordt de opwekking van energie uit aardwarmte duurzamer, efficiënter en veiliger.  “Op deze wijze krijgen we meer grip op het extractieproces. Er zijn veel factoren die invloed hebben op winning, waaronder veranderende regenvalpatronen als gevolg van klimaatverandering. Door daar goed op te anticiperen, borgen we duurzame en effectieve energiewinning. Tegelijkertijd houden we nauwlettend de invloed van winning op de omgeving in de gaten: grondwater, oppervlaktewater, natuur en luchtkwaliteit, om een aantal aspecten te noemen", legt stelt programmacoördinator Chris Hecker uit.

 


Nuon/Vattenfall krijgt groen licht voor vier windparken op land

Energieproducent Nuon/Vattenfall mag vier windparken op diverse plaatsen in Nederland gaan ontwikkelen. Het bedrijf mag windmolens neerzetten in Noord-Brabant, Friesland en Flevoland. De turbines moeten duurzame energie voor ongeveer 155.000 huishoudens opwekken.

 

“Dit is een belangrijke stap voor ons. Het is een heel mooie zaak dat alles nu in een stroomversnelling komt”, vertelt Gerard van Oostveen, Directeur Projectontwikkeling Wind op Land bij Vattenfall. Voor sommige projecten lopen de voorbereidingen al langere tijd.

Windparken

De projecten waar Vattenfall in ieder geval mee door mag gaan, staan in Brabant, Friesland en Flevoland en worden in een aantal gevallen met andere bedrijven of omwonenden gefinancierd. In Brabant worden langs snelweg A16 zes windmolens geplaatst. De windmolens maken deel uit van een groter windpark van 28 turbines. In Friesland komen vier molens in het windpark Nij Hiddum Houw. Dit is een vervanging van het bestaande windpark Hiddum Houw.

 

In Flevoland mag Vattenfall 22 nieuwe windmolens gaan exploiteren, verspreid over twee projecten. De meeste windmolens staan in Windplanblauw, een park van in totaal 61 windmolens. Vattenfall krijgt daar veertien windmolens. In het windpark Jaap Rodenburg II bij Almere komen 8 windmolens van Vattenfall te staan.

 

Andere projecten

Naast de vier nieuwe projecten heeft Vattenfall op nog drie windparken ingeschreven: Haringvliet in Zuid-Holland, Moerdijk (Noord-Brabant) en Nieuwe Hemweg (Noord-Holland). Die aanbestedingen verwacht het bedrijf binnenkort af te kunnen ronden. In de drie projecten komen in totaal 19 windturbines te staan. Op de Rotterdamse Maasvlakte wordt in 2019 het project Slufterdam geopend, in het Noord-Hollandse Wieringermeer worden honderd turbines geplaatst.

 

Offshore wind

In een eerder stadium kreeg Vattenfall al toestemming om het offshore project Hollandse Kust Zuid te bouwen. Hier moet vanaf september 2023 700 megawatt aan energie opgewekt worden.

 

Wij lazen dit op duurzaambedrijfsleven


Trams en metro’s GVB op groene stroom

De trams en metro’s in Amsterdam rijden per 1 januari 2019 op groene stroom uit Nederland. GVB heeft na een aanbestedingstraject gekozen voor Nuon/Vattenfall als energieleverancier. Het contract loopt door tot en met december 2028.

 

GVB startte in mei van dit jaar een aanbestedingstraject op voor een nieuw energiecontract voor de komende 10 jaar. Een van de eisen was dat de groene stroom die de vervoerder gebruikt vanaf 2019 uit eigen land moet komen. Nuon/Vattenfall levert 100 procent groene stroom die in Nederland wordt opgewekt. De energie komt onder andere van verschillende windmolenparken.

 

“De samenwerking met Nuon is een belangrijke sprong voorwaarts voor Amsterdam en draagt zo ook nog eens direct bij aan de klimaatdoelstellingen van ons kabinet,” zegt algemeen directeur Alexandra van Huffelen van GVB. “Op jaarbasis besparen we ruim 84 Kton aan CO2 uitstoot.” De vervoerder hoopt in 2025 klimaatneutraal te opereren.

 

 

 

Zonnedak

Ook gaat GVB een zogeheten ‘energy hub’ bouwen. Een pand van GVB wordt voorzien van een groot zonnedak. De vervoerder wil graag dat Amsterdammers mee kunnen profiteren van deze extra opwekcapaciteit en in de komende periode wordt besproken hoe hier het beste vorm aan kan worden gegeven. Ook gaat de vervoerder samen met de gemeente en Nuon/Vattenfall onderzoeken waar bespaard kan worden op het energieverbruik, bijvoorbeeld door het terugwinnen van (rem-)energie.

 


Bouw grootste zonnepark van Limburg op Chemelot gestart

De bouw van het grootste industriële zonnepark van Limburg op een voormalige deponie van DSM op het Chemelot terrein is van start gegaan. Zonnepark Louisegroeve gaat hernieuwbare stroom leveren met een capaciteit voor ca. 1000 huishoudens.

Het park is een initiatief van zonnepark uitbater NaGa Solar, DSM en Chemelot. NaGa Solar verzorgt de investering in het zonnepark en de infrastructuur, de bouw en het beheer van het park. DSM stelt de grond beschikbaar en daarnaast zijn de zonnepanelen uitgerust met de laatste technologische innovaties van DSM. Chemelot coördineert de verdere uitrol en draagt zorg voor het snel en efficiënt verlopen van de bouw op het industrieterrein. Het zonnepark zal naar verwachting eind november 2018 de eerste stroom leveren aan het elektriciteitsnet.

 

Via deze link is de livestream van de Louisegroeve bekijken. Ook kun je via de kalender knop boven aan de pagina momenten bekijken uit het verleden. De camera staat sinds 14 september jl. Tijdens werktijden kan er live meegekeken worden.

 

 

 

Zonnepark Louisegroeve is vooralsnog de grootste solar installatie van Limburg met een oppervlakte van 5,7 hectare en 10.573 zonnepanelen. De zonnepanelen wekken gezamenlijk jaarlijks 3200 MegaWatt-uur (MWh) aan hernieuwbare energie op die wordt teruggeleverd aan het openbare net en ca. 1000 huishoudens van duurzame elektriciteit voorziet.

 

Het park wordt aangelegd op de voormalige deponie Louisegroeve op het Chemelot terrein waardoor de grond op deze manier duurzaam wordt benut. DSM heeft de grond beschikbaar gesteld aan NaGa Solar, een Limburgse internationaal actieve ontwikkelaar van en investeerder in  solar projecten. De financiering van het project vindt plaats middels een groep particuliere Nederlandse investeerders.

 

De zonnepanelen zijn uitgerust met door DSM Advanced Solar ontwikkelde technologieën op het gebied van coatings en backsheets die het rendement van de modules verhogen. De modules die gebruikt zijn voor de Louisegroeve zijn afkomstig van Tata Power Solar, een Indiase partij die in nauwe samenwerking de innovaties van DSM heeft toegepast. De komende jaren wordt deze installatie gebruikt als proefinstallatie waarbij DSM de resultaten van toegepaste technische innovaties nauwkeurig volgt.

 

NaGa bevestigt de modules op een speciaal daarvoor ontwikkeld ballast systeem zodat de ondergrond van het zonnepark, de voormalige deponie, ongewijzigd en afgesloten blijft.

 

“Zonnepark Louisegroeve draagt bij aan de transitie naar hernieuwbare energie en de ambities van het Nederlandse klimaatakkoord. Onze inzet om de voormalige deponie waar ooit bruinkool werd gewonnen gereed te maken als locatie voor het opwekken van hernieuwbare energie en als locatie voor DSM’s nieuwe technieken is een mooie metafoor voor innovatieve manieren om klimaatverandering tegen te gaan”, zegt Atzo Nicolaï, President DSM Nederland.

 

Robert Claasen, Executive Director Chemelot licht toe; “Op Chemelot wordt volop gewerkt aan en geïnvesteerd in duurzaamheidsinnovaties op allerlei gebieden, zoals uitgesproken in de visie Chemelot 2025. Zo werkt Chemelot aan het efficiënter inzetten van energie en zoekt ze continu naar verbeteringen. De combinatie van het toepassen van de nieuwe innovatieve techniek van DSM en het inzetten van de voormalige deponie op een duurzame manier sluit naadloos aan bij deze ambitie. Het is fantastisch dat NaGa Solar op het Chemelot terrein op deze manier een bijdrage levert aan de klimaatdoelstellingen door het opwekken van duurzame energie ten behoeve van de directe omgeving van Chemelot om zo een meer duurzame samenleving te kunnen realiseren.”

 

“De ontwikkeling van het zonnepark op de Louisegroeve is een geweldig voorbeeld van bundeling van kennis en innovatie. Waar verschillende partijen zich samenvoegen om duurzame energiedoelstellingen te behalen. Onze visie in het realiseren van duurzame energie door dubbel grondgebruik is perfect in balans met dit project. Waar mogelijkheden zoals hier op een voormalig deponie zich voordoen, biedt het voor NaGa Solar de kans om de grond te gebruiken en deze locatie meerdere functies te geven. De Louisegroeve bood, zeker op lokaal gebied, daar de uitgeschreven kans voor.”, aldus Henny Pelsers, CEO van NaGa Solar.

 

Wij lazen dit op de website van Chemelot


Energierobot moet verspilling in gebouwen voorkomen

ING heeft op vastgoedbeurs Provada de Energierobot geïntroduceerd. De robot moet verspilling van duurzaam opgewekte energie in gebouwen voorkomen. Op dit moment wordt circa 50 procent van alle duurzame energie in Nederland door gebouwen verspild.

Doordat 70 procent van de klimaatinstallaties niet goed is afgesteld, staat bijvoorbeeld de verwarming onnodig aan of worden ruimtes verlicht terwijl er niemand aanwezig is. Gebouwen met energielabel A kunnen op deze manier het verbruik van energielabel G hebben.

 

Identificatie van energiebesparingsmogelijkheden

De energierobot moet hier verandering in brengen. Door middel van algoritmes en de gegevens van slimme energiemeters van gebouwen, vergelijkt de robot de gegevens met een exacte benchmark van het specifieke gebouw. Hiermee wordt tot 15 procent aan energie- besparingsmogelijkheden geïdentificeerd. Dat staat gelijk aan de helft van het totaal aan duurzaam opgewekte energie in Nederland.

 

Beheerders, installateurs, energiebedrijven en gebruikers weten zo snel en goedkoop hoe ze het energiemanagement in hun gebouwen kunnen verbeteren. Hierdoor is er minder energie en onderhoud nodig, verouderen installaties minder snel en wordt onnodige CO2-uitstoot vermeden.

 

ING biedt de energierobot aan voor alle klanten van de vastgoedtak ING Real Estate Finance (ING REF). In potentie kan de energierobot zo jaarlijks € 30 mln aan energiekosten en 92.000 ton aan CO2-uitstoot besparen, zonder dat hiervoor extra investeringen nodig zijn voor klanten van ING.

 

'Sneller, efficiënter en grotere impact'

De robot is ontwikkeld in samenwerking met verduurzamingsadviesbureau CFP Green Buildings. Bram Adema, directeur van CFP: “Tot dusver was de aanpak van energieverspilling in gebouwen tijdrovend. Er zijn ook niet genoeg energieconsultants om de meer dan 500.000 gebouwen in Nederland in de gaten te houden. Daarom hebben we een robot ontworpen die dit 24/7 volledig automatisch kan. Omdat de robot het meest tijdrovende werk al heeft gedaan, kunnen installateurs en energieconsultants efficiënter werken en grotere impact hebben.”

 

Met dank aan Duurzaambedrijfsleven

 


Innovatieve warmteconcepten bieden kansen voor de warmtetransitie

Lagetemperatuuraardwarmte (LTA) en het Mijnwater-concept (MW) zijn twee innovatieve en relatief onbekende verwarmingsconcepten die potentieel een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de warmtetransitie in Nederland.

Dit blijkt uit een onderzoek naar de mogelijkheden van deze concepten, dat door CE Delft en IF Technology in opdracht van TKI Urban Energy en RVO.nl is uitgevoerd. Beiden gebruiken warmtenetten op lage temperatuur en oogsten warmte uit de ondergrond of de wijk zelf. Bij het Mijnwater-concept wordt daarbij gewerkt met een smart thermal grid met ondergrondse buffering.

 

De kennis over deze twee innovaties is nog beperkt. De concepten worden op dit moment elk op één locatie door één partij uitgevoerd. Dat heeft geleid tot de vraag of deze ook elders in Nederland ontwikkeld kunnen worden. Het onderzoek geeft daarvoor inzicht in de eigenschappen, belemmeringen en kansen van deze lagetemperatuuropties in Nederland. Ook bevat het een potentieel-schatting van de (aanzienlijke) mogelijkheden die de opties afzonderlijk te bieden hebben.

 

Lagetemperatuuraardwarmte blijkt volgens het onderzoek op heel veel plekken in Nederland mogelijk, ook daar waar reguliere geothermie (nog) geen optie is. Ook het Mijnwater-concept is op veel plekken in Nederland mogelijk. De buffering kan zowel bovengronds als ondergronds gerealiseerd worden, waarbij een mijn niet noodzakelijk is. Een smart thermal grid zoals Mijnwater maakt slim gebruik van de vraag naar warmte én koude en stemt aanbod en vraag op pand en gebiedsniveau nauw af. Zij kan daarbij anticiperen op weers- en vraagprofielen. De concepten kunnen afzonderlijk en in combinatie met elkaar worden toegepast. Bovendien kunnen beide concepten op een kleinschaliger niveau worden geïmplementeerd, dan gangbaar is bij hogetemperatuurwarmtenetten (HT-netten).

 

Deze concepten en hun onderdelen hebben de potentie de volgende stap te vormen in het verduurzamen van de huidige HT-warmtenetten en in het aardgasvrij maken van de stedelijke omgeving.

 

Meer lezen? Download het rapport HIER

 


Proef met waterstof batterij bij Nuoncentrale

Bij de Magnum-centrale van energiebedrijf Nuon komt een proef met de battolyser, een apparaat dat zowel stroom kan opslaan als waterstof produceren. Met een capaciteit van 60 kWh gaat het om een demonstratieproject.

Het bijzondere van de battolyser is dat hij twee functies combineert: opslag van elektriciteit en het maken van waterstof middels elektrolyse. Fokko Mulder, hoogleraar aan de TU Delft, ontwikkelde het apparaat om een dilemma in de duurzame elektriciteitsvoorziening te slechten. ‘In de discussie over de opslag van duurzame energie gaat de ene keer de voorkeur uit naar batterijen, de andere keer naar de omzetting in waterstofgas. Elk op zich is het net niet’, vertelde hij eind 2016 in De Ingenieur toen hij de eerste battolyser werkend had gekregen. ‘Je hebt namelijk heel veel batterij nodig om alle piekstroom op te slaan. En bij de productie van waterstof is het probleem dat de installatie alleen rendeert tijdens die piekstroom, wat over een jaar genomen weer te weinig is om de installatie terug te verdienen. Verder is batterijopslag vooral voor de korte termijn, en waterstof veel meer voor seizoensfluctuaties.’
Opschaling

De oplossing is de combinatie van beide in één apparaat: de battolyser dient als batterij en als die vol is schakelt het apparaat vanzelf over op de productie van waterstofgas.

 

Bij de Magnumcentrale komt nu een eerste demonstratieproject van 60 kWh. Het is mogelijk gemaakt door een subsidie uit het Waddenfonds van 480.000 euro. Daarnaast dragen Nuon en kunstmestfabrikant Yara bij aan de ontwikkeling van het apparaat. Eerder vormden de TU Delft en Proton Ventures, een bedrijf dat is gespecialiseerd in energie-opslag, een samenwerkingsverband.

 

De battalyser komt begin volgend jaar in bedrijf en zal vervolgens uitgebreide tests ondergaan. Zijn de resultaten goed, dan volgt verdere opschaling naar 1 of 10 MWh.

 
Meer dan een eeuw

De elektroden van de batterij bestaan uit ijzer en nikkel met een kaliumhydroxideoplossing als elektrolyt. Mulder: ‘Nikkel-ijzer­batterijen bestaan al meer dan een eeuw. Ze zijn heel robuust, maar hebben de strijd vroeger verloren met loodaccu’s.’ Daarbij speelde mee dat de batterij waterstof produceert; indertijd was dat ongewenst verlies. ‘Die eigenschap benutten wij nu juist volop.’ Tijdens het opladen ontstaat gereduceerd ijzer en nikkeloxide-hydroxide. Dat zijn twee materialen die in de elektrolysewereld bekend staan als geschikte katalysatoren voor de productie van waterstof.

 
Hogere efficiëntie

Om duurzaam opgewekte stroom te benutten heeft de battolyser volgens Mulder een duidelijk voordeel. ‘De batterijfunctie is voor het snel terugleveren van stroom het meest efficiënt. Vervolgens kiest de batterij de minder efficiëntie optie: omzetting van stroom in waterstofgas door elektrolyse.’ Dat kan dan worden opgeslagen om er weer elektriciteit mee te maken, of om die te gebruiken als transportbrandstof en voor industriële processen. Die elektrolyse gebeurt overigens met een efficiëntie tot 90 %. ‘Dat is relatief hoog’, aldus Mulder.

 

Met dank aan De Ingenieur


Investering voor eerste drijvende zonnepark op zee

Oceans of Energy, een jong Nederlands bedrijf, kan de ontwikkeling van zijn unieke zonnepark op zee echt vorm gaan geven. Het bedrijf, waar ook andere Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen bij betrokken zijn, hebben een investering van 300.000 euro ontvangen van investeringsfonds UNIQ.

Samen met de eerdere financiële steun van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, kan het consortium flinke stappen zetten in de ontwikkeling van een drijvende centrale die straks op plekken waar een schaarste is aan land schone energie op kan wekken middels zonnepanelen op zee. Dankzij de nieuwste investering van UNIQ kunnen er verdere stappen worden gezet in de ontwikkeling van drijvende zonnepanelen en het testen hiervan.

 

 

 

Financiële steun

Het consortium ontvangt gedurende drie jaar tijd financiële ondersteuning van RVO.nl vanuit de Topsector Energie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat ter realisatie van het project. “Het is een interessant innovatieproject onder andere door het grote herhalingspotentieel. Naast additionele duurzame energieproductie kan het ook leiden tot verduurzaming van olie- en gasplatforms. RVO.nl kijkt met belangstelling uit naar de resultaten, waaronder de opbrengsten en levensduur, in deze lastige veeleisende zee-condities,” aldus Frank Witte, Manager Energie-Innovatie bij RVO.nl. Zon op zee past goed bij maritiem Nederland en brengt de wereld nieuwe hoop op oneindig veel schone energie Allard van Hoeken besluit: “Drijvende zon op zee is een product dat goed past bij ons land met onze maritieme kennis en ervaring. De hele wereld kan hier baat bij hebben. De meerderheid van de mensen op aarde woont in kustgebieden. Ook de Nederlandse Antillen kunnen profijt hebben van deze ontwikkeling. Door nu te beginnen met zon op zee in de praktijk te brengen, verwachten wij een grote positieve impact wereldwijd te creëren.”

 

Met dank aan Kelly Bakker die dit artikel schreef in Maakindustrie


Limburgs Staalbedrijf gaat voor groen!

De nieuwe PV-installatie op het dak van het Laura Staalcenter Maastricht, die bestaat uit 1.940 groot formaat zonnepanelen, heeft een totale capaciteit van 600.000 kWh per jaar. De centrale gaat daarmee voorzien in minimaal 14% van de totale elektriciteitsbehoefte van het Staalcenter. Ook wordt een CO2-reductie van maar liefst 340 ton per jaar gerealiseerd.

Energiebesparende maatregelen
Naast de aanleg van de zonne-energiecentrale op de locatie in Maastricht onderneemt de organisatie diverse andere maatregelen om duurzamer te werken. Zo gaan zij onder andere hun persluchtinstallatie energie-efficiënter maken. Hiervoor wordt het leidingnetwerk aangepast en stappen ze over naar efficiëntere compressoren waarvan ze een kleiner aantal nodig hebben. Hiermee worden naar verwachting een energiereductie van 40.000 kWh per jaar en een CO2-reductie van 23 ton per jaar gerealiseerd. Ook zullen 70% van alle gasgestookte warmtebronnen uit de hallen verwijderd worden.

Duurzame productie, lichte constructies
Met deze nieuwe milieumaatregelen stelt het bedrijf haar klanten in staat om duurzamer te werken. Niet alleen de staalplaten en staalproducten worden vanaf nu op een groenere wijze geproduceerd; ook andere slimme innovaties helpen klanten om milieuvriendelijker te werken. Zo kunnen de stalen mobiele barriers van Laura Metaal Road Safety (SafeZone en BarrierGuard) een besparing leveren van circa 2500 ton CO2 per kilometer ten opzichte van betonnen varianten. Daarnaast investeerden ze recent in diverse innovatieve installaties in het Staalcenter in Maastricht en de locatie in Eygelshoven, waarmee platen en samengestelde producten van hogesterktestaal geproduceerd kunnen worden. Hierdoor kunnen de klanten lichter construeren, met bijvoorbeeld lager brandstofverbruik en CO2-reductie als gevolg.

Ondertekening Maastrichts Energie Akkoord (MEA)
Met de ingebruikname van de nieuwe zonne-energiecentrale voldoet het Limburgse staalbedrijf direct aan de normen voor 2020 van het landelijk energieakkoord. Daarnaast sluit het duurzaamheidsbeleid aan op het streven van de gemeente Maastricht om in 2030 volledig klimaatneutraal te zijn. De gemeente Maastricht en Laura Metaal ondertekenen daarom maandag bij de ingebruikname van de nieuwe zonne-energiecentrale ook samen het Maastrichts Energie Akkoord.


Beroepen in transitie door digitalisering

Bij verandering door digitalisering denkt men te vaak nog aan toekomstige beroepen. Het gebeurt echter nu al; digitalisering raakt mensen nu in hun werk en heeft beroepen al veel veranderd. Met de film “Beroepen in transitie” brengen de Topsectoren dit in beeld. Na de zomer zal er op basis van de interviews en onderzoek ook een publicatie verschijnen.

Aad Veenman, boegbeeld Topsector Logistiek: “Digitalisering heeft niet alleen een grote invloed op het werk van mensen maar je kan je bijna ook geen gebied voorstellen waarbij de invloed niet groot is. Ik zie potentie om met de juiste aandacht zoveel mensen mee krijgen in het werken van de toekomst en alles wat dat vraagt. Belangrijk hierbij is dat men zich bewust wordt van de veranderingen, dat men zich gaat verbeelden wat het voor mensen betekent en dat we op zoek gaan naar werkvormen om mensen in staat te stellen een leven lang te leren en te ontwikkelen.”

Arbeidsmarktonderzoek

Wereldwijd maken ontwikkelingen als digitalisering, globalisering en vergrijzing dat we opnieuw moeten nadenken over de organisatie van onze samenleving. Voor de opzet en uitvoering van effectief beleid op het snijvlak van onderwijs en arbeidsmarkt is kennis nodig van de cijfers over alle topsectoren heen. Nederland ICT laat op dit moment samen met de Topsectoren onderzoek uitvoeren door Berenschot en CenterData naar de impact van digitalisering op de arbeidsmarkt van de topsectoren.


Hittestress? Verkenning koudevraag en maatregelen!

De komende jaren wordt een toenemende vraag naar koeling verwacht, onder meer door klimaatverandering, betere isolatie van gebouwen, vergrijzing en hogere verwachtingen van comfort door gewenning aan gekoelde ruimtes. De komende jaren gaan onze gebouwen en wijken van het gas af. Wat is nodig en mogelijk om koude mee te nemen in het ontwerp van gebouwen en gebieden, liefst zonder klimaatverandering te verergeren? Om te bezien wat er al over bekend is heeft W/E adviseurs, op verzoek van TKI Urban Energy en in opdracht van rvo, hier een verkennende studie naar gedaan.

Op dit moment lijkt in de markt onvoldoende bekend welke rol koude moet spelen bij een nieuwe warmtevoorziening van gebieden, bijvoorbeeld bij de keuze tussen warmtepompen of warmtenetten. Ook is nauwelijks bekend welke overwegingen consumenten maken om al dan niet een koelinstallatie aan te schaffen. Daardoor weten we ook niet welke interventies nodig zijn om zo'n aanschaf te ontmoedigen of juist te stimuleren. Wat ook ontbreekt is een duidelijk onderscheid tussen comfortkoeling en noodzakelijke koeling voor een leefbaar binnenklimaat.

 

De studie heeft geleid tot een bundeling van 5 factsheets waarin mogelijke ontwikkelingen zijn geschetst van de vraag naar koeling in woningen en het energiegebruik dat daarmee samenhangt. Daarbij is eerst gefocust op enkele externe ontwikkelingen die de koudevraag beïnvloeden, en vervolgens op de invloed van het ontwerp van het gebouw zelf en van de gebruikers ervan. Eén factsheet behandelt een kwantitatieve inschatting van energiegebruik en -kosten van koude-opwekking. De laatste factsheet geeft een overzicht van ‘flankerend beleid’ dat raakt aan koudelevering, zoals de eisen die gesteld worden aan temperatuuroverschrijdingen in woningen, rekenmethodiek vanuit EPG/EPG-NV en warmtewet.

 

Onderstaand leest u het volledige rapport

Download
20180728 Verkenning koudevraag en maatre
Adobe Acrobat document 1.0 MB

Megabatterij in Johan Cruijff ArenA in gebruik genomen

Het grootste Europese energieopslagsysteem op basis van tweedehands en nieuwe batterijen uit elektrische auto’s in een openbaar gebouw, is in gebruik genomen. De Amsterdamse wethouder Udo Kock verrichte de officiële openingsceremonie. Dit unieke project is het resultaat van de samenwerking tussen Nissan, Eaton, BAM, The Mobility House en de Johan Cruijff ArenA, ondersteund door het Amsterdams Klimaat en Energiefonds (AKEF) en Interreg.

Het 3 megawatt opslagsysteem biedt een meer betrouwbare en efficiëntere energievoorziening en -gebruik voor het stadion, de bezoekers, omwonenden en voor het Nederlandse energienet. Door de combinatie van Eaton power conversion units en batterijen uit 148 Nissan LEAFs maakt het energieopslagsysteem niet alleen een duurzamer energiesysteem mogelijk, het creëert ook een circulaire economie voor batterijen van elektrische voertuigen.

 

“Dankzij dit energieopslagsysteem zal het stadion zijn eigen duurzame energie slimmer kunnen gebruiken en kan het als Amsterdam Energy ArenA BV de beschikbare opslagcapaciteit van de batterijen commercieel inzetten,” zegt Henk van Raan, Director of Innovation bij de Johan Cruijff ArenA. “De ArenA is verzekerd van een aanzienlijke hoeveelheid stroom, zelfs tijdens een stroomstoring. Daardoor zal het stadion bijdragen aan een stabiel Nederlands energienet. De Johan Cruijff ArenA is een van de duurzaamste stadions ter wereld en loopt voorop met de introductie van slimme innovaties zoals dit unieke energieopslagsysteem.”

 

“Het energieopslagsysteem van de Johan Cruijff ArenA weerspiegelt de expertise van Eaton op het gebied van energiebeheeroplossingen”, zegt Frank Campbell, President, Corporate and Electrical EMEA bij Eaton. “We hebben het energieopslagsysteem speciaal ontworpen om te voldoen aan de behoeften van de Johan Cruijff ArenA. Dit omvatte het ontwerpen van de vermogenselektronica, de integratie van de batterijmodules van elektrische voertuigen en het inpassen van de innovatieve oplossing in de bestaande infrastructuur van het stadion. Ik ben ontzettend trots op het resultaat en ben blij te zien dat de Johan Cruijff ArenA nu energiezuiniger is en zijn energie op een duurzame, veilige en betrouwbare manier beheert”.

 

Flexibele opslagcapaciteit

Het energieopslagsysteem speelt een belangrijke rol in het in evenwicht brengen van vraag en aanbod van energie in de Johan Cruijff ArenA. Het opslagsysteem heeft een totale capaciteit van 3 megawatt, genoeg om enkele duizenden huishoudens van stroom te voorzien. Deze capaciteit betekent dat de energie die geproduceerd wordt door de 4200 zonnepanelen op het dak van de ArenA, ook opgeslagen en optimaal benut kan worden. Het energieopslagsysteem zal back-upstroom leveren, het gebruik van dieselgeneratoren verminderen en het energienetwerk ontlasten door de pieken tijdens concerten af te vlakken.

 

Duurzaam Ondernemen schreef dit korte artikel

 


Chloorproductie AkzoNobel stabiliseert stroomnet

Aan de Rotterdamse Botlek laat AkzoNobel Specialty Chemicals een lijn voor chloorproductie aansturen door ‘e-flex’-technologie. Met hulp van netbeheerder TenneT ontwikkelde algoritmes voeren de productie op als er veel elektriciteitsaanbod en trappen op de rem als er krapte is. Zo kunnen schommelingen op het stroomnet worden opgevangen. Hoe meer variabele energiebronnen als wind en zon op het stroomnet zijn aangesloten, hoe belangrijker dergelijke stabilisatie wordt.

Naast de bestaande fabriek gaat AkzoNobel een zelfstandige chloor- en loogfabriek bouwen, die in 2021 klaar moet zijn. De nieuwe fabriek gaat enkele  tientallen miljoenen euro’s kosten. De capaciteit van de nieuwe fabriek is met 150.000 ton cloor per jaar vier keer zo laag als die van de bestaande installatie. De tweede zelfstandige fabriek geeft Akzo Nobel meer flexibiliteit en leveringszekerheid.

 

Rondom de chloorfabriek van Akzo Nobel staan fabrieken die chloor gebruiken als grondstof voor de productie van onder meer pvc, epoxyharsen en pur. Verschillende partijen uitten de afgelopen jaren zorgen over de leveringszekerheid van Akzo.


DSM neemt 100% duurzame aangekochte elektriciteit af

Koninklijke DSM heeft aangekondigd dat, dankzij een overeenkomst met de energieleverancier Eneco, vanaf 2018 al zijn aangekochte elektriciteit in Nederland uit hernieuwbare bronnen afkomstig is. Met deze mijlpaal verkeert DSM in een uitstekende positie om zijn doelstelling, namelijk ervoor zorgen dat vanaf 2025 wereldwijd 50% van de aangekochte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen afkomstig is, eerder te bereiken.