Energie- en waterbesparing bij Milcobel (mozzarella)

In het kader van duurzaamheid zijn steeds meer productiebedrijven bezig met energie- en waterbesparing. Zo ook zuivelcoöperatie Milcobel. Bij hun mozzarellafabriek in Langemark, waar jaarlijks meer dan 50.000 ton mozzarella wordt geproduceerd, zijn de afgelopen jaren succesvol meerdere projecten uitgerold om energie- en waterbesparing te realiseren. IAS Industrial Automation, onderdeel van Batenburg Techniek, heeft bij deze projecten de benodigde softwareaanpassingen in de productielijn doorgevoerd.

Bij Milcobel in Langemark is in 2009 al een warmtekrachtkoppelingsinstallatie (WKK) gebouwd, waarbij uit de energiecentrale restwarmte gewonnen kon worden. In 2019 is er bij deze WKK installatie een vervolgproject gestart. Voor de nog resterende overgebleven warmte is namelijk een extra koppeling gekomen voor een warmtenet voor de fabriek zelf.

 

Warmteterugwinning uit WKK installatie

Via een warmtebuffertank wordt nu warm water gebruikt in diverse procesinstallaties van de fabriek. Zo wordt bij meerdere pasteurs nu tijdens productie en CIP niet meer met stoom gewerkt maar met herbruikbare warmte uit de WKK installatie. Om dit te kunnen realiseren heeft IAS in de bestaande besturingen softwareaanpassingen doorgevoerd zodat deze processen de warmte uit de WKK installatie konden hergebruiken.

 

 

Ervaringen uit de tuinbouw

“Bijkomend voordeel voor ons was dat we binnen de groep van Batenburg Techniek gebruik konden maken van de kennis binnen zusterbedrijf Hoogendoorn Growth Management. Zij realiseren automatiseringen binnen de tuinbouw. Bij kassen worden veel warmtebuffertanks toegepast en Hoogendoorn had daar dus al ervaring mee”, aldus John Heere, Operationeel Manager bij IAS. “Medewerkers van Hoogendoorn zijn dan ook betrokken geweest in het engineeringsproces om Milcobel te ondersteunen in het maken van de juiste proceskeuzes.”

 

Opwaardering naar drinkwaterkwaliteit

Milcobel beschikt in al haar sites reeds vele jaren over waterzuiveringsinstallaties om het afvalwater te zuiveren en het effluent (het gezuiverde afvalwater) in het oppervlaktewater te mogen lozen. Dit proces is noodzakelijk om te voldoen aan de Vlaamse normen. Met de nieuwe drinkwaterinstallaties in Kallo en Langemark gaat Milcobel nog een stap verder. Het overschot aan water afkomstig van melk/wei wordt nu met de nieuwe installaties tot drinkwaterkwaliteit opgewaardeerd.

 

Extra filtratiestap

Bij de fabriek in Langemark worden bij het maken van kaas de wrongel verwerkt tot mozzarella. Het nevenproduct dat overblijft, wei, wordt verder gefilterd om op te concentreren (lees, indikken) tot bijna 10% droge stof. Het permeaat van de filtratie werd vroeger reeds gebruikt als water van mindere kwaliteit. Nu wordt het via een extra filtratiestap opgewaardeerd (via omgekeerde osmose en UV-desinfectie) tot drinkwaterkwaliteit. Op die manier vervangt het ook gedeeltelijk stadswater, en zelfs onthard stadswater.

 

Koppeling aan infrastructuur

Door De Watergroep is hiervoor bij de fabriek een nieuwe drinkwaterinstallatie gebouwd. Eén van de grote uitdagingen was dat de drinkwaterinstallatie rechtstreeks gekoppeld moest worden aan het productieproces en aan andere infrastructuur. IAS heeft bij dit project de besturingsinstallatie van de mozzarellafabriek op verschillende plekken aangepast zodat deze gekoppeld kon worden op de nieuwe drinkwaterinstallatie.

 

Bron: at-aandrijftechniek


Groter, beter, sterker: nieuwe windturbine Vestas heeft 236 m rotor

Vestas Wind Systems heeft een nieuwe offshore windturbine ontwikkeld met 's werelds grootste vermogen en slagoppervlak. De V236-15.0 MW heeft een vermogen van van 15 MW en een diameter van 236 m. Dit levert een slagoppervlak op van 43.743 m2.

 

De turbine heeft een windenergieproductie van ongeveer 80 GWh/jaar, stelt Vestas. Genoeg om ongeveer 20.000 Europese huishoudens van stroom te voorzien en meer dan 38.000 ton CO2 te besparen, wat overeenkomt met het van de weg halen van 25.000 personenauto's per jaar.

De Deense bouwer legt de lat flink hoger dan met zijn tot nu toe grootste offshore windturbine. De V236-15.0 MW zal een 65% hogere jaaropbrengst hebben dan de V174-9.5 MW. Daardoor zijn voor een windpark van 900 MW 34 turbines minder nodig, waarbij de productie toch nog 5% hoger zal zijn.

 

Vestas passeert met zijn nieuwe turbine ook de laatste modellen van zijn concurrenten, als de GE Haliade-X offshore wind turbine en de SG 14-222 DD van Siemens Gamesa die een nominaal vermogen van 14MW bieden. Beide hebben met een diameter van respectievelijk 220 en 222 m ook een kleinere rotor.

 

Het bedrijf is al de grootste bouwer van windturbines op het land. Het heeft de ambitie om ook offshore marktleider te worden. Het heeft daartoe in oktober vorig jaar zijn voormalige offshore joint venture van partner Mitsubishi Heavy Industries overgenomen. De introductie van V236-15.0 MW is de volgende stap. Het eerste prototype van de V236-15.0 MW zal naar verwachting in 2022 worden geïnstalleerd, terwijl de serieproductie is gepland voor 2024.


Brussel stemt in met miljardensteun voor accu van de toekomst

Twaalf EU-landen mogen miljarden uittrekken voor een onderzoeksproject naar een nieuwe generatie accu's voor elektrische auto's.

 

De Europese Commissie heeft haar goedkeuring gegeven voor de staatssteun van 2,9 miljard euro. De Europese Unie wil de concurrentie aan met China en andere Aziatische landen, die de accu- en batterijmarkt grotendeels in handen hebben. De EU wil in 2025 genoeg hebben aan accu's van eigen makelij en ze niet langer uit het oosten halen.

 

Bedrijven in Duitsland, Frankrijk en tien andere lidstaten kunnen nu aanspraak maken op overheidssteun om de accu van de toekomst te ontwikkelen. Onder meer BMW en Fiat zouden in aanmerking willen komen. De bedrijven steken zelf nog eens 9 miljard euro in het project.

 

De Europese economie staat voor een enorme vernieuwingsslag, zegt Eurocommissaris Margrethe Vestager (Mededinging). Daarom is het "verstandig" dat overheden en bedrijven samen optrekken en de risico's delen. "Om de industrie te helpen innovatievere en duurzamere accu's te ontwikkelen."


Coca-Cola fabriek in Nederland CO2-neutraal

Coca-Cola kondigt in Nederland het plan aan dat de fabriek in Dongen vanaf 2023 volledig CO2-neutraal zal zijn. Het bedrijf wil juist ook nu blijven investeren in duurzaamheid en het terugdringen van de milieu impact, van productie tot aan verpakkingen. Deze plannen zijn onderdeel van de ambitie van Coca-Cola European Partners (CCEP) om in 2040 over de hele waardeketen klimaatneutraal te zijn. De fabriek in Dongen behoort tot één van de zes geselecteerde pilot-fabrieken in het kader van de 2040-ambitie van Coca-Cola European Partners. Hiervoor start Coca Cola ook een samenwerking met Eneco voor de levering van lokaal gewonnen duurzame energie.

Meer dan 85% van alle Coca-Cola dranken die in Nederland worden verkocht, zoals Coca-Cola, Fanta, Sprite en Fuze Tea, worden geproduceerd in de fabriek in Dongen. De eerste stappen om de ambitie te realiseren richting een CO2-neutrale fabriek zijn in gang gezet, zoals een overstap naar het gebruik van elektrische voertuigen op het terrein (heftrucks en veegwagens). Daarnaast wordt er overgestapt van gasboilers naar een volledig elektrische warmtepomp. Daarmee zal ook verwarming via stoom worden vervangen door verwarming via warm water. Dit gebeurt middels het gebruik van een intern warmwaternetwerk met energieterugwinning. Om de overgang van gas naar hernieuwbare elektriciteit compleet te maken, is het doel de gasgestookte krimpoven te vervangen door een elektrische oven.

 

Lokale wind- en zonne-energie van Eneco

Een belangrijk onderdeel van de transitie naar een CO2-neutrale fabriek1 is de samenwerking met Eneco voor de opwekking van lokale en duurzame energie. De fabriek in Dongen gebruikt sinds 2010 al 100% hernieuwbare elektriciteit. Vanaf 2022 zal Dongen echter haar hernieuwbare elektriciteit afnemen van het nieuwe zonnepark ‘de Wildert’, dat op circa 300 meter afstand van de fabriek wordt gebouwd. Deze duurzame energie wordt aangevuld vanuit windpark ‘de Spinder’, dat zich binnen 3,5 kilometer van de productielocatie bevindt.

 

Jaap Wassink, VP & Country Director Coca-Cola European Partners Nederland: “Juist in deze tijden is het van groot belang dat we blijven investeren in duurzaamheid. We zijn vastbesloten om sterker uit deze crisis te komen en het terugdringen van onze milieu impact blijft een van de belangrijkste uitdagingen waarmee ons bedrijf wordt geconfronteerd. Onze fabriek in Dongen heeft zich de laatste jaren bewezen als het gaat om innovatieve ontwikkelingen. Bijvoorbeeld door onze volledige overstap op PET-flessen gemaakt van 100 procent gerecycled plastic en verpakkingsinnovaties zoals de KeelClip™, een kartonnen omverpakking voor multipacks. Daarom is het mooi dat we ook snel de juiste stappen kunnen zetten op deze belangrijke ambitie rondom klimaat.”

 

Hans Peters, Chief Customer Officer Eneco: “Coca-Cola European Partners heeft de ambitie om klimaatneutraal te worden, waarbij zij gebruik willen maken van lokale bronnen. Een mooi streven waar wij vanuit Eneco graag aan bijdragen. Met de levering van zonne- en windenergie uit de directe omgeving van Dongen, zetten we samen een stap richting een CO2-vrije productielocatie. Waarbij tegelijkertijd ook nog windenergie beschikbaar blijft voor de omwonenden. Een samenwerking om trots op te zijn.”


TNO werkt aan nieuwe boortechniek voor geothermische energie

Canopus-technologie voor "gericht steel shot-boren" moet hogere productie van geothermische energie mogelijk maken tegen lagere kosten.

 

TNO meldt een mogelijke doorbraak voor geothermische productie met de zogenoemde Canopus-technologie voor gericht steel shot-boren. Volgens TNO zal er in het Rijswijk Centre for Sustainable Geo-energy (RCSG) nader onderzoek worden gedaan naar deze techniek die het mogelijk moet maken om de productie van geothermische energie te verhogen tegen lagere kosten.

 

Wat is geothermie?

Geothermie betekent letterlijk warmte uit de aarde. Het speelt een belangrijke rol bij de energietransitie en klimaatplannen. Het idee in Nederland is om met aardwarmte op een schone manier miljoenen gebouwen en woningen te voorzien van een fijne temperatuur. In andere (veelal vulkanische) streken worden met aardwarmte hele stroomcentrales draaiende gehouden. Voorbeeld, zie de foto hieronder van een IJslandse energiecentrale.

 

Er zitten echter ook wel wat haken en ogen aan de techniek. Een daarvan zijn de kosten. De olie- en gasindustrie gebruikt bij het omhooghalen van fossiele brandstoffen het concept van horizontale boringen vanuit een hoofdboring. Plat uitgedrukt, betekent dit een keer recht naar beneden tot in bijvoorbeeld een gasbel, en vandaaruit gerichte zijwaartse vertakkingen maken.

Te duur

Dat is een effectieve, maar ook dure techniek, die daarom nauwelijks wordt toegepast bij geothermie. TNO denkt dat de nieuwe Canopus steel shot-boortechniek wellicht oplossing biedt. TNO: “De meervoudige lange horizontale boring zal de kans vergroten dat goede warmtereservoirformaties worden gevonden. Dit is momenteel een van de grootste risico’s voor geothermische projecten wereldwijd. De nieuwe boortechnologie heeft bovendien nog andere voordelen, zoals een betere kwaliteit van de boorputten en een kleinere voetafdruk van het materieel op de boorlocatie.”

 

In het Rijswijk-project zal de nieuwe steel shot-boortechnologie voor gestuurd boren van lange horizontale zijspoorputten worden getest in een hydrostatische boorproefopstelling. Naast het boor- en stuurvermogen zullen ook de boorpatronen van horizontale rasters worden onderzocht om de betrouwbaarheid en voorspelbaarheid van productie maximalisatie te verbeteren. Het DEPLOI-consortium bestaat naast TNO uit EBN, Storengy (Frankrijk), Technische Universiteit München (Duitsland), geologisch instituut BRGM (Frankrijk), Well Guidance, Odfjell Well Services Coöperatief (Nederland), Nagra (Zwitserland) en het Haagse Canopus. Het project loopt tot april 2022.

Bron: Innovationorigins


Vopak investeert in opslag duurzame grondstoffen

Tankopslagbedrijf Vopak investeert in de bouw van opslag van grondstoffen voor de productie van duurzame energie. Dat maakte het bedrijf donderdag bekend. Het gaat om 16 nieuwe tanks met een totale capaciteit van 64.000 kubieke meter. De nieuwe tanks komen te staan op de Vopak terminal in Vlaardingen. De grondstoffen die Vopak in de nieuwe tanks gaat opslaan zijn restproducten, zoals gebruikt frituurvet voor de productie van biodiesel.

De opslagtanks in Vlaardingen maken onderdeel uit van een groter pakket aan nieuwe investeringen in terminals. Die zijn bestemd voor de opslag van vloeibaar aardgas (lng) en nieuwe energiebronnen zoals waterstof, methanol en ammonia. Ondanks de gestegen opslagvraag voor olie- en olieproducten zal Vopak hierin de komende jaren minder gaan investeren.

 

Een spannende periode

Met de uitbreiding van opslagcapaciteit voor duurzame grondstoffen speelt Vopak in op veranderingen in de markt. Volgens CEO Eelco Hoekstra maakt het bedrijf een versnelling van de energietransitie mee en wil het daarin nadrukkelijk een rol spelen. "De energietransitie is centraal komen te staan bij onze klanten", zei de topman eerder tijdens de presentatie van de jaarcijfers. "We gaan de komende tien jaar een spannende periode tegemoet."

 

De strategie van het bedrijf richt zich dan ook steeds meer op het ontwikkelen van infrastructuur om de energietransitie mogelijk te maken. Daarmee wil Vopak zijn positie in de markt voor duurzame vormen van energie en grondstoffen versterken.

 

Olie en gas

Vopak Nederland exploiteert elf terminals voor de opslag van chemicaliën, olieproducten, petrochemische producten, biobrandstoffen, vloeibare gassen en plantaardige oliën. De totale opslagcapaciteit van Vopak in Nederland bedraagt circa tien miljoen kubieke meter, waarvan 4 miljoen in Rotterdam.


Shell zet in op handel in energie, niet op bouw windmolens en zonneparken

Olie- en gasconcern Shell zet voor de toekomst in op biobrandstoffen, waterstof en 'energiehandel'. Dat meldt persbureau Reuters op basis van bronnen binnen het bedrijf. Vele miljarden investeren in met name zonneparken en offshore windparken zou Shell niet zien zitten. Het bedrijf heeft daar geen voorsprong op een groeiend aantal concurrenten. Dat meldt de NOS.

 

Die voorsprong heeft Shell wel als het aankomt op de handel in energie. Het bedrijf verhandelt nu zo'n 13 miljoen vaten olie per dag, is groot in vloeibaar gas (LNG) en handel in andere vormen van energie. Met die expertise wil het bedrijf een groot aandeel opbouwen als tussenpersoon tussen duurzame energieproducenten en klanten volgens Reuters. Shell heeft de afgelopen tijd verschillende laadpaalbedrijven overgenomen en wil het aantal tankstations wereldwijd met 10.000 uitbreiden naar 55.000.

De multinational heeft al een grote positie in de duurzame energiehandel in de Verenigde Staten en probeerde in 2019 het Nederlandse energiebedrijf Eneco over te nemen. Shell topman Ben van Beurden zei eerder in een interview met het Financieele Dagblad: 'Ik zie een verdienmodel waarbij we windenergie bundelen met onze handelsactiviteiten en de stroom van windparken aanbieden op de markten en koppelen met gas voor energiecentrales, om een betrouwbare energieleverancier te kunnen zijn ook als er geen wind staat." Aldus van Beurden in november 2016.

 

Shell heeft al investeringen aangekondigd in waterstofprojecten in Rotterdam en Groningen. Zo moet een deel van de elektriciteit die wordt opgewekt door het toekomstige windpark Hollandse Kust Noord van Shell en Eneco, omgezet worden in waterstof op de Tweede Maasvlakte in Rotterdam. Ook in de Eemshaven heeft Shell grote plannen voor waterstof in samenwerking met de Gasunie en de energiebedrijven Equinor uit Noorwegen en RWE uit Duitsland.

 

Olie en gas blijft dominant

Ondanks de verwachte koerswijziging gaat het overgrote deel van de investeringen de komende tien jaar nog steeds naar olie en gas. Olie- en gasverkopen blijven de komende tien jaar op peil, schrijft Reuters. Dat is nodig om de transitie te financieren. Het plan is wel dat gas de komende tijd verder terrein wint ten opzichte van olie.


Van Veldhoven: volgende fase in circulaire economie

Nederland is toe aan de volgende stap op weg naar een circulaire economie. We hebben de basis gelegd. Per product worden minder grondstoffen gebruikt, maar het gebruik van grondstoffen in totaal vermindert nog niet. Het is tijd te versnellen om in 2050 volledig circulair te zijn.

 

Dat concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de eerste Integrale Circulaire Economie Rapportage. Staatssecretaris Van Veldhoven, opdrachtgever van het onderzoek, pleit dan ook voor stevigere maatregelen. Dat schrijft zij vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

 

Milieuvervuiling en CO2 uitstoot voorkomen

In 2050 wil Nederland een volledig circulaire economie hebben. In een circulaire economie worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt en bestaat er dus geen afval. Nu wordt recyclebaar afval soms nog verbrand, of in een uiterste geval gestort, daar willen we in 2050 helemaal vanaf. Minder wegwerpcultuur en meer hergebruiken: van shampooflessen, bureaustoelen tot oude treinen. Dit kan door onder andere producten slimmer te ontwerpen, recyclen en hergebruiken. Dat doel heeft Nederland gesteld om milieuvervuiling en CO2 uitstoot te voorkomen. Om de voortgang in de gaten te houden, onderzoekt het PBL om het jaar hoe we er voorstaan, vergelijkbaar met het klimaat. We zijn het eerste land dat op zo’n gedegen manier de hele circulaire economie in kaart heeft gebracht om gericht de volgende stappen te kunnen zetten.

 

Basis is gelegd

Van Veldhoven is trots op de basis die is gelegd en de resultaten van de afgelopen jaren. Het verbranden van afval is ontmoedigd en het recyclen en hergebruiken van grondstoffen als plastic, matrassen en textiel loont dankzij verschillende maatregelen en nieuwe wetgeving. Denk aan statiegeld op flessen, de producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen en matrassen, afspraken met koplopers in de Plastic Pacts en de Denim Deal. Tegelijkertijd gebruiken we alles bij elkaar meer grondstoffen, wat betekent dat de overgang naar een circulaire economie alleen maar urgenter wordt. Van Veldhoven vindt dat de weg naar 2050 vraagt om meer normeren en belonen. Een logische stap voor een volgend kabinet zou dan ook een circulaire economiewet kunnen zijn, naar voorbeeld van de klimaatwet. Met daarin bijvoorbeeld een beloning voor CO2 besparing of een verplicht percentage gerecycled materiaal in producten, in lijn met Europese ambities. Van Veldhoven: “Circulair moet lonen. We willen ondernemers in het proces naar 2050 toe perspectief bieden, de markt zekerheid geven en innovaties stimuleren. Tegelijkertijd moeten we de circulaire economie voor mensen makkelijker en aantrekkelijker maken.” 

Van Veldhoven: “Ik ben trots dat de basis is gelegd. We hebben gepionierd en verkend. Het is nu tijd voor de volgende stap. Nederland is in Europa koploper recyclen, maar een circulaire economie gaat verder. Laat elke bloempot standaard van gerecycled plastic zijn, beloon bedrijven voor de CO2 uitstoot die zij via grondstoffen besparen, en dring het verbranden en storten van afval terug. Ik vind dat we deze prikkels bijeen moeten brengen in één circulaire economiewet. Zodat we samen werken aan een schone toekomst die we met een gerust hart aan onze kinderen kunnen achterlaten.”

 

 

Nederlandse innovaties: van vervuild staal naar nieuwe grondstof

De circulaire economie biedt veel kansen voor Nederlandse innovatieve bedrijven en nieuwe groene banen in ons land. Een goed voorbeeld van een circulaire ondernemer is de staalfabriek Purified Metal Factory in Delfzijl die Van Veldhoven onlangs bezocht. Dit is het eerste bedrijf ter wereld dat van met asbest of kwik vervuild staal, bijvoorbeeld van oude treinen of windmolens, een nieuwe schone grondstof kan maken. Van Veldhoven: “Deze fabriek laat de toekomst zien. In deze coronatijd zijn we meer dan ooit zuinig op onze bedrijven en banen. Dit bedrijf laat zien dat met circulaire innovaties niet alleen winst voor ons klimaat en milieu is te behalen, maar ook voor onze portemonnee en werkgelegenheid. Twee vliegen in een klap. Die potentie heeft circulair ondernemen, en dat wil ik op veel meer plekken benutten.”


Website Nationaal Waterstof Programma live

Inzetten op duurzame waterstof is essentieel voor de energietransitie in Nederland. Het gebruik van waterstof draagt bij aan het behalen van de klimaatdoelstellingen, en biedt ook kansen rond werkgelegenheid en nieuwe verdienmodellen.

 

In het Klimaatakkoord hebben stakeholders hierover afspraken gemaakt. Een van de afspraken is om de gezamenlijke inspanningen vorm te geven in een Nationaal Waterstof Programma.

Wat voor activiteiten worden al ondernomen? Hoe zorgt de rijksoverheid voor de benodigde randvoorwaarden? Op welke manieren kunnen we leren van projecten en plannen van bedrijven, kennisinstellingen en regionale overheden? Waar kan ik informatie vinden voor ondersteuning van mijn projecten? Antwoorden op die vragen vindt u op de website over het Nationaal Waterstof Programma. De website biedt informatie en verwijst naar de relevante netwerken en andere informatiebronnen op waterstofgebied.

 

Het Nationale Waterstof Programma is nog in ontwikkeling. Deze website dient als een platform waarmee stakeholders het programma kunnen vormgeven en delen. De website is gebouwd en wordt onderhouden door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in opdracht van het ministerie van Economische Zaken & Klimaat (EZK). RVO en EZK werken hierin nauw samen met TKI Nieuw Gas. Jörg Gigler (TKI Nieuw Gas): “Overheid en bedrijfsleven hebben elkaar nodig om waterstof tot een succes te maken. De website geeft een mooi beeld van waar we staan en naartoe willen op gebied van beleid én toepassingsmogelijkheden.”

 

Bezoek de nieuwe website: www.nationaalwaterstofprogramma.nl.


Warmte uit servers gaat direct naar apparatementencomplex

De Nederlandse startup Leafcloud werkt samen met warmteleverancier Eteck om warm water in een appartementencomplex te leveren via de warmte van servers. Door een mini-datacentrum in de technische ruimte van een gebouw te plaatsen kan er heet water van 70 graden gemaakt worden, dat genoeg is om warm water te leveren aan de flat. Zo wordt er 1300 kuub gas bespaard.

 

Een modern appartementencomplex in Amsterdam-west heeft de primeur. Daar staat straks een serverrack van de duurzame startup Leafcloud, die cloudhosting levert. De servers, die veel warmte produceren, worden via waterkoeling gekoeld, en het warme water dat uit het koelingssysteem komt gaat vervolgens via het bestaande warmtesysteem van Eteck naar de bewoners in het gebouw. Die kunnen met dat water douchen en afwassen.

Modulaire servers

Het systeem zorgt ervoor dat er minder gas nodig is voor warm water. In totaal wordt er jaarlijks minimaal 1300 kubieke meter gas bespaard, volgens Eteck. Maar het serversysteem is modulair en kan groter worden. Dan is er ook meer duurzame warmte beschikbaar en kan de besparing groter worden.

 

Daarvoor moet er wel genoeg vraag zijn naar de cloud servers van Leafcloud. Het bedrijf is een startup die naar eigen zeggen ‘echt groene cloud hosting’ levert. “Andere datacenters gebruiken misschien wel groene stroom, maar in zo’n datacenter gaat alsnog alle energie verloren in de vorm van warmte. Energie-etisch doet een datacenter niets anders dan stroom omzetten in hitte. Wij zorgen ervoor dat die warmte direct een nuttige toepassing krijgt, waardoor je veel minder energie verliest”, vertelt Thatcher Peskens, mede-oprichter van Leafcloud.

 

1 procent van de elektriciteit

De kritiek op de energiehuishouding van datacenters groeit al een paar jaar. Door de toenemende behoefte aan data, onder andere door streamingdiensten als Netflix, zijn er steeds meer servers nodig om aan de behoeften te voldoen. Die vreten stroom, en hoewel veel datacenters al op groene energie draaien, verbruiken ze alsnog veel stroom; naar schatting 1 procent van het wereldwijde stroomverbruik gaat naar serverruimtes.

 

Hoewel er al projecten zijn die de warmte van een datacenter proberen te recyclen, gebeurt dat nooit zo direct bij de plek waar warmte nodig is. Doordat het warme distributiewater niet nog door een lang buizensysteem hoeft, zijn de verliezen beperkt. Leafcloud werkt met een systeem waar de data van klanten in centrale datacenters staat, maar de verwerking van die gegevens (het proces dat veel rekenkracht kost en dus warmte produceert) gebeurt bij de server in het appartementengebouw.

 

Dat betekent wel dat er een glasvezelkabel naar het appartementengebouw moet komen. “Maar het aanleggen van zo’n kabel is relatief simpel, en vraagt niet om grote werkzaamheden”, zegt Peskens. “Bovendien heeft dat glasvezel dan een dubbelfunctie, want het kan ook snel internet leveren aan de bewoners.” 

 

Streamen voor warmte

Leafcloud is een jonge start-up, maar Peskens hoopt dat het idee van een ‘echt groen’ datacenter aanslaat en meer bedrijven interesse hebben. “Hoe meer klanten, hoe meer we kunnen uitbreiden en hoe meer gebouwen hun warme water uit servers kunnen halen”, vat hij het plan samen. Daardoor wordt je gestreamde serie plotseling een bron van duurzame warmte. En komt ook een aardgasvrij appartementencomplex een stap dichterbij.

Met dank aan Duurzaam Bedrijfsleven


Zonnedak voor Bol.com: alle gebouwen nu op groene energie

De gebouwen van bol.com in Nederland en België draaien voortaan volledig op groene stroom. Met 13.000 zonnepanelen op het dak van het nieuwe fufilmentcentrum in Waalwijk heeft bol.com een laatste stap in de transitie naar hernieuwbare energie gezet.

 

Het huidige fulfilmentcentrum in Waalwijk draaide al volledig op lokale groene stroom van naastgelegen windmolens. Ook andere locaties zijn nu omgeschakeld, waardoor alle kantoren, datacentra en warehouses van bol.com groene stroom gebruiken.

12.000 huishoudens

Op het nieuwe dc, door bol.com BFC2 genoemd, ligt nu een zonnedak met ruim 13.000 zonnepanelen. Per jaar wekt dit zonnedak circa 4 gigawatt energie op, wat gelijkstaat aan het jaarlijkse energieverbruik van circa 1.200 huishoudens. Bol.com gaat deze groene stroom onder meer gebruiken voor liften, verlichting, automatische deuren en orderpickmachines, transportbanden, inpakmachines en sorteersystemen, die er straks voor zorgen dat er een half miljoen pakketjes per dag door het enorme gemechaniseerde fulfilmentcenter kunnen gaan.

 

De online gigant spreekt van een belangrijke stap op weg naar 0 gram CO2-uitstoot per pakket. Dat doel wil het in 2025 behalen. Vincent Weijers, Directeur Logistiek & Operatie bij bol.com: “Dit is een belangrijke mijlpaal voor de verduurzaming van bol.com, omdat het energieverbruik in onze gebouwen een substantieel deel van onze totale CO2-uitstoot bepaalde."

 

Producten zonder doos

Eerder trof de e-commercereus al andere maatregelen voor een groenere supply chain. Sinds dit jaar pakt het 7 miljoen artikelen niet meer in. Alleen wanneer het echt noodzakelijk is wordt een product voorzien van een omdoos. Door het weglaten van de herkenbare blauwe doos verwacht bol.com veel verpakkingsmateriaal te besparen. Momenteel is ongeveer 20 procent van de totale CO2-uitstoot van bol.com afkomstig van verpakkingen.


Meten op werkelijk energiegebruik maakt klimaatdoelen beter haalbaar

Tientallen organisaties die zelf hun vastgoed versneld gaan verduurzamen, vragen de overheid gebouwen voortaan te normeren op werkelijk energiegebruik en niet op energielabels. Zo kunnen de Parijse klimaatdoelstellingen versneld worden behaald voor de gebouwde omgeving. Dat zeggen de grote partijen uit de gebouwde omgeving in het Paris Proof Commitment van Dutch Green Building Council dat zij hebben ondertekend. Daarin laten zij zien zelf al verregaande maatregelen te nemen om op energiegebruik te besparen.

 

Lees HIER verder


Alles-in-een-dak wekt elektriciteit en warmte op

Een Nederlands bedrijf ontwikkelt een dak vol zonnepanelen dat ook nog eens zorgt voor warm water. Het systeem werkt dankzij een speciaal materiaal beter dan andere systemen, en kan een Nederlands huis bijna het hele jaar zelfvoorzienend maken.

 

Het bedrijf Dimark Solar startte begin dit jaar, na jaren ontwikkeling, met de productie van de zonne- en warmtedaken. "En toen sloeg corona overal toe", vertelt mede-oprichter Max ten Dam (die ook energiemaatschappij Oxxio oprichtte) aan de telefoon. "Dat stak wel een spaak in onze wielen. Nieuwbouw, renovatie - alles liep vertraging op. Veel bedrijven en ook financiers zetten een stop op nieuwe investeringen. Inmiddels lopen er gesprekken met nieuwe investeerders en er zijn veel partijen die geïnteresseerd zijn in onze totaaloplossing".

Het hele dak wordt een zonnepaneel

De oplossing bestaat uit in het dak geïntegreerde zonnepanelen, die dus niet op de dakpannen liggen zoals bij normale zonnepanelen. "De panelen zijn het dak," legt ten Dam uit. Onder de zonnepanelen ligt een buizensysteem waar water doorheen stroomt. Tussen de panelen en de buizen ligt een plaat van kunstvezel. De buizen liggen weer op een aluminium plaat. Het systeem bestaat dus uit 4 lagen. De warmte van de zon gaat door de panelen naar de buizen, zodat het water een temperatuur van meer dan 60 graden bereikt.

 

"Daarmee is een huis gemiddeld 11 maanden zelfvoorzienend, volgens een studie van TNO en de TU Eindhoven", zegt ten Dam. Alleen in de dagen dat het vriest of sneeuwt heeft het systeem een probleem. "Je kan dus bijna het hele jaar zonder energierekening leven. Voor de laatste maand kan je je aansluiting op het stroom- of gasnet behouden, of je kan met batterijen of warmtepompen de energie opslaan."

 

Warmtewisselaar

De combinatie van zonnestroom en -warmte in één systeem is niet nieuw. Maar Ten Dam en zijn team ontwikkelden een speciale composieten drager, die onder de zonnepanelen en de waterbuizen ligt. Deze drager geleidt de warmte heel goed, en koelt tegelijkertijd de onderkant van de panelen zodat ze beter werken. De oplossing werkt als een soort warmtewisselaar, wat de efficiëntie van het geheel beter maakt. "Er zijn andere systemen op de markt, maar die werken of minder goed, of op een andere manier. Deze oplossing is uniek."

 

De kosten van een zonnedak liggen wel hoger dan die van gewone zonnepanelen. De terugverdientijd ligt tussen de negen en tien jaar. "Maar het systeem kan dertig jaar meegaan, dus de laatste jaren levert het systeem in feite geld op omdat je geen energierekening hebt," zegt ten Dam. Er is ook al een leasestructuur opgesteld voor het dak, waarbij de bewoner in 15 jaar het systeem afbetaalt. 

 

Nederland zonder aardgas

Alle nul-op-de-meter oplossingen werken het best in nieuwbouw, met goede isolatie. Bestaande woningen renoveren met betere isolatie is duur, invasief en duurt lang. Volgens ten Dam werkt zijn systeem echter ook met minder perfect geïsoleerde huizen. "Het levert hoe dan ook stroom en warmte op. Volgens mij is dit echt het antwoord op de naderende gasloosheid."


Windparken betrouwbaarder maken door te leren van storingen

Onder de windturbines die je boven het wateroppervlak uitsteken, gaat een wereld van kabels en systemen schuil. Onderzeese kabels die de windturbines met elkaar verbinden en stroom naar land vervoeren. Wanneer er een storing in één van deze stroomkabels optreedt, kan dat ertoe leiden dat het hele windpark geen stroom meer levert. Dat maakt deze stroomkabels cruciaal voor het leveren van windenergie.

 

"Daarom willen wij huidige en toekomstige stroomkabels betrouwbaarder maken", vertellen Jan-Joost Schouten en Niek Bruinsma van Deltares, het onafhankelijk instituut voor toegepast onderzoek op het gebied van water en ondergrond. "We analyseren kabelstoringen, achterhalen daar de oorzaken van en onderzoeken hoe we dat voortaan kunnen voorkomen."

Gezamenlijk belang basis voor brede samenwerking

Kennis is voor de offshore wind-industrie enorm belangrijk. Zij kan daarmee de stroomkabels voor windturbines op zee verbeteren. Daarom initieerde Deltares in 2019 samen met een aantal andere partijen het Joint Industry Project 'Cable Life Time Monitoring' (JIP CALM). In dit project verenigen bijna 30 partners zich in één groot consortium. Het bestaat uit makers en installateurs van onderzeese stroomkabels tot windparkeigenaren en verzekeraars. Iedereen kijkt vanuit een ander perspectief naar de uitdagingen.

 

Door dit brede scala aan partners worden verbeteringen doorgevoerd op het gebied van ontwerp, installatie, bediening en onderhoud van onderzeese kabels. Gezamenlijk stellen de partners relevante richtlijnen en tools op voor de belangrijkste aspecten van onderzeese kabelsystemen en hun storingen.

 

Vanaf het begin samen optrekken

Een grondige analyse naar de belangrijkste oorzaken van kabelstoringen vormde de aftrap van het project. Voor deze analyse deelden de consortium partners op een veilige en anonieme manier zeer gevoelige data met elkaar. De volgende stap is de ontwikkeling van innovatieve monitoring technieken. Daarmee kan men de oorzaken van storingen vroegtijdig detecteren of voorkomen.

 

Niek: "Als we tijdens de hele levenscyclus van de kabel kunnen meten wat ermee gebeurt, kan je mogelijke storingsoorzaken op tijd in kaart brengen en eventuele storing in de toekomst voorkomen. Als je bijvoorbeeld tijdens de installatie van een stroomkabel nauwkeurig de vorm van die kabel zou kunnen meten, dan kan die informatie de installateur helpen. Hij voorkomt daarmee dat de stroomkabel een te korte bocht maakt en de kabel beschadigd raakt."

 

Hulp van buitenaf

Om het onderzoek en consortium te realiseren is juiste financiering heel belangrijk. De subsidieregeling Hernieuwbare Energie bracht uitkomst. Jan-Joost: "Zonder een investering vanuit deze regeling die RVO namens EZK uitvoert, was het ons niet gelukt dit project op te zetten."


Virtuele energiecentrale in Loenen laat de toekomst van elektriciteit zien

In Loenen draait een virtuele energiecentrale, die de opwek van duurzame energie en de vraag bijhoudt en op elkaar afstemt. Het project is samen met de burgers opgezet en daarin uniek in de wereld. De community-based virtual power plant viel afgelopen maand in de prijzen.

 

Het afstemmen van vraag en aanbod is een van de grote uitdaging voor het grootschalig lokaal opwekken van duurzame energie. Een Virtual Power Plant (VPP) die alle opwek- en gebruikdata verzamelt, kan helpen om inzicht te krijgen, waarmee de vraag beter kan worden afgestemd op het aanbod.

Eind vorige maand vielen de Technische Universiteit Eindhoven (TUe) en de stichting Duurzame Projecten Loenen (DPL) in de prijzen met het internationale project rondom de Community-based Virtual Power Plant (cVPP) - een Europees Interreg-project, waarin de TU/e kijkt hoe burgers lokaal aan kunnen haken bij een eigen Virtual Power Plant voor hun gemeenschap.

 

Vanwege de manier waarop burgers in Gent, Tipperary (Ierland) en Loenen (op de Veluwe, red.) de afgelopen maanden zijn betrokken bij hun eigen VPP, ging de TUe naar huis met de 'engagement' publieksprijs van de EUSEW Awards (EU Sustainable Energy Week).

 

Technische en sociale innovatie

Bij het ontwikkelen van een cVPP is het goed monitoren van elektriciteitsopwek en -verbruik van een gemeenschap cruciaal. De cVPP in Loenen werkt via de P1 poort van slimme meters bij het afstemmen van de vraag en het aanbod. Het doel: sturen op een betere balans zodat meer elektriciteit lokaal wordt gebruikt en het net minder wordt belast.

 

Loenen is een dorp van 1300 huizen, waar al veel gezinnen bezig zijn met duurzaamheid. Via het fonds van Loenen Energie Neutraal zijn al veel huizen goed geïsoleerd en er liggen veel zonnepanelen op de daken. Een paar jaar geleden berekende een basisschoolproject rondom de website Zonatlas.nl al dat het dorp genoeg geschikt zonnepaneel-oppervlak op daken heeft om het hele dorp te voorzien van elektriciteit.

 

De energietransitie is volgens Andre Zeijseink niet alleen een technische innovatie, maar ook een sociale. Zeijseink is inwoner van Loenen en managing partner van energie-adviesbureau Translyse BV. Hij was samen met Qirion, (een dochteronderneming van Alliander) betrokken bij de uitvoering van het cVPP-project in Loenen. “Samen met de TUe hebben wij lokaal onderzoek gedaan: hoe wil je als gemeenschap omgaan met de energietransitie? Wat zijn de waarden van waaruit je wil handelen? Moet het goedkoop, wil je minimale CO2 uitstoot, wil je innovatief zijn? Is autonomie belangrijk, wil je dingen samen doen als gemeenschap? De uitkomst van dat onderzoek was dat autonomie en het terugdringen van de CO2-uitstoot in Loenen de centrale waarden waren om zelf groene energie op te willen wekken.”

Hoe werkt een virtual power plant?

De cVPP in Loenen is begin dit jaar in gebruik genomen en er zijn nu 50 huishoudens op aangesloten. Zeijseink: “Aan het eind van dit jaar willen we 100 huishoudens aangesloten hebben, zodat we nog meer data kunnen verzamelen. Mensen gebruiken de 'slimme meter' die al in huis hangt nu eigenlijk nauwelijks. Je betaalt maandelijks een bedrag en ziet pas aan het eind van het jaar of dat teveel of te weinig was."

 

"Met een cVPP en de slimme meter kun je direct zien wat je eigen zonnepanelen opleveren, hoeveel elektriciteit je gebruikt - en wanneer - en hoe je eigen verbruik zich verhoudt tot dat van anderen. Je kun dus ook direct zien wat je bespaart op het moment dat je een aantal elektrische apparaten uitzet. Ook krijg je inzicht in je gasverbruik, wat goed kan helpen als je alternatieven moet zoeken voor aardgas.” Aangezien Nederland gasvrij moet zijn binnen een paar decennia, kan zo’n functie uitkomst bieden in de toekomst.

 

De 50 deelnemers in de cVPP hebben bij elkaar een totale opwekcapaciteit van 200 kilowatt. Het afgelopen halfjaar liet zien dat er meer elektriciteit is geproduceerd dan afgenomen. Zeijseink: “Met de cVPP hebben we kunnen meten dat er netto 58 megawattuur uit het net is betrokken, maar dat er 68 megawattuur is geleverd. Op zonnige dagen stroomt meer dan 150 kilowattuur terug op het elektriciteitsnet. Daarmee verdienden de deelnemers ongeveer 2000 euro in een half jaar. Dat soort cijfers vergroten het bewustzijn en het engagement. De deelnemers voelen ook echt dat de Power Plant van hen is.”

 

Inmiddels is het enthousiasme in Loenen zo groot dat men bezig is met de bouw van een nieuw groot dak met zonnepanelen dat 900.000 kWh per jaar zal leveren. Het zal daarmee een van de grootste 100 % participatief gefinacierde zonne-daken worden van Gelderland. Eind 2020 kunnen alle zonnepanelen in Loenen al voorzien in 50 % van de energievraag van het dorp.

 

Burgerparticipatie is uniek

Virtuele energiecentrales zijn niet nieuw. Maar de manier waarop de cVPP is opgezet in Loenen - van onderop, met inspraak van de burgers - is volgens Zeijseink wel uniek: “Virtual Power Plant-technologie wordt meestal ontwikkeld vanuit een elektriciteitsbedrijf of een netwerkbedrijf. Bij mijn weten zijn er geen andere gemeenschapsprojecten van dit kaliber.” Het succes van het cVPP is ook niet onopgemerkt gebleven. Andere gemeenschappen in Brummen, Lochem en een wijk in Apeldoorn zijn nu ook geïnteresseerd in het ontwikkelen van een cVPP.

 

Zelf is Zeijseink nu aan het kijken hoe het MKB ook meer betrokken kan worden bij de cVPP. Want meten is leuk, maar sturen is de volgende stap in transitie: ”We moeten toe naar een flexibele energiesturing. Stroom en warmte zijn moeilijk op te slaan. Het is technisch ingewikkeld en het kost veel geld. Je betaalt voor de opslag en dat zorgt voor een rendementsverlies van minimaal 10%. Daarom dienen we eerst de vraag naar energie te optimaliseren. De vraag moet toegroeien naar het aanbod.”

 

Elektriciteit voor bedrijfsleven

En dat is waar het bedrijfsleven om de hoek moet komen kijken; ondernemers gebruiken namelijk veel stroom. Zeijseink: “Als je ziet dat de bewoners overdag veel duurzame elektriciteit opwekken, dan zouden koelinstallaties bijvoorbeeld kunnen kijken of ze hun vriezers overdag langer aan zetten en 's avonds uit. Ook het overdag opladen van elektrische auto’s en het overdag opwarmen van warmte-vaten helpt om de energievraag meer naar de dag te verplaatsen.”

 

Het probleem van de onbalans tussen wind en zon-aanbod versus de dagelijkse vraag kan volgens Zeijseink nooit helemaal worden opgelost. “Maar het kan wel kleiner worden als we nauwkeuriger inzicht krijgen in vraag en aanbod.” En dat is volgens Zeijseink nodig, willen de duurzame opwek op termijn betaalbaar houden: ”Nu kun je duurzaam opgewekte stroom nog op het net laten teruglopen, waarbij de hoeveelheid geleverde stroom wordt verrekend met je eigen gebruik door middel van  'saldering' – maar dat systeem gaat vanaf 2023 in stappen worden afgebouwd.“ Na die tijd is het aan innovaties zoals de virtual power plant om het energiesysteem van Nederland gezond te houden.

 

Met dank aan Duurzaam Bedrijfsleven


Arla Foods analyseert energieverbruik met flowsensor

Op de locatie Falkenberg heeft de zuivelcoöperatie Arla Foods voor het eerst voor transparantie gezorgd ten aanzien van het energieverbruik bij de productie van cottagecheese. Hiervoor wordt de Baumer flowsensor FlexFlow gebruikt, die naast het debiet ook de mediumtemperatuur kan meten. De besparingen die voortaan mogelijk zijn en de eenvoudige installatie maakten deze investering snel kostenefficiënt.

 

20.000 ton cottagecheese produceert de zuivelcoöperatie Arla Foods jaarlijks op de locatie Falkenberg dat is gelijk aan 76,9 ton per dag. Een indrukwekkende hoeveelheid, maar Arla Foods dekt daarmee ook vrijwel de volledige behoefte aan cottagecheese op de Zweedse markt en exporteert tevens naar Finland, Denemarken en Griekenland. Bij dergelijke productievolumes is een zuinig en efficiënt productieproces een must. Daarnaast is Arla Foods een pionier als het gaat om duurzaamheid: de zuivelcoöperatie wil haar zuivelproducten tegen 2050 volledig CO2-neutraal produceren. Een belangrijke pijler daarbij is energie-efficiëntie.

Mattias Abrahamsson, manager productiesystemen bij Arla Falkenberg, zegt daarover het volgende: “In de afgelopen jaren hebben wij ons steeds meer gericht op het monitoren van het energieverbruik in onze fabrieken. Maar op sommige punten wisten we gewoon niet waar de energie precies werd verbruikt.” De calorimetrische flowsensor FlexFlow van de Zwitserse sensorexperts van Baumer bracht de doorbraak: Arla installeerde deze op de kritieke punten van het koel- en verwarmingssysteem en kon op basis van de meetresultaten voor het eerst een duidelijk beeld krijgen van het energieverbruik. Daaruit kan de producent van zuivelproducten nu concrete maatregelen afleiden om het energieverbruik te verminderen.

 

Jarenlange samenwerking maakt exacte probleemoplossing mogelijk

Koelen en verwarmen - dat waren de heikele punten bij het energieverbruik voor Arla Foods in Falkenberg. Bij het ontwerp van het systeem had de levensmiddelenproducent met het oog op zijn inzet voor duurzaamheid al veel gedaan om de energiebalans te verbeteren. Zo werd voor het koelcircuit, dat de geproduceerde kaas van 60 tot 30 graden Celsius afkoelt, zoveel mogelijk de kou van buiten van het Zweedse klimaat gebruikt om een koeltemperatuur van 0,5 graden Celsius te bereiken. Maar ook hier was er sprake van energieverlies dat Arla lange tijd niet precies kon lokaliseren. “Toen wij van de mogelijkheden van de FlexFlow-sensor hoorden, waren we meteen geïnteresseerd”, aldus Mattias Abrahamsson. “Het was precies waar we al lange tijd naar op zoek waren.”

 

Met dank aan automatie-pma


Haven Amsterdam gaat richting 250.000 m2 zonnedak

Sinds kort ligt er 120.000 vierkante meter aan zonnepanelen in de Amsterdamse haven. Dit komt overeen met 18 voetbalvelden en levert elektriciteit op voor zo’n 6.000 huishoudens. In 2024 moet er 250.000 vierkante meter aan zonnepanelen op de daken van bedrijven in de haven liggen.

 

Met 120.000 m2 aan zonnedak voldoet Port of Amsterdam al ruimschoots aan de doelstelling om in 2021 100.000 vierkante meter aan zonnepanelen in de haven te hebben. Het havenbedrijf legt de lat nu weer wat hoger voor de komende jaren.

In 2016, toen er nog vrijwel geen zonnepanelen op de havendaken lagen, begon Port of Amsterdam met de campagne ‘Zon in de Haven’. Het doel van deze campagne was om de bedrijven in het havengebied te stimuleren over te stappen op groene energie en zonnepanelen op hun dak aan te leggen. De SDE+-subsidie van het ministerie van EZK maakte dit financieel haalbaar. Het havenbedrijf maakte de aanvraag eenvoudiger door geïnteresseerde bedrijven daarbij te helpen. Bedrijven konden kiezen om het zonnepanelensysteem op hun dak te financieren, of hun dak tegen een vergoeding ter beschikking te stellen aan een derde partij. Deze campagne is in combinatie met de SDE+-subsidie erg succesvol geweest.

 

Elektriciteitsnet verzwaren

"Wij zijn blij dat we deze doelstelling hebben behaald", zegt Roon van Maanen, hoofd Circular & Renewable Industry bij Port of Amsterdam aan Maritiem Nederland. "Maar de complimenten gaan uit naar onze klanten, want zij stellen hun daken ter beschikking en maken de overstap naar duurzame energie. De nieuwe doelstelling van 250.000 vierkante meter in 2024 is ambitieus en uitdagend, want niet alle daken in de Amsterdamse haven zijn geschikt voor zonnepanelen. Daarnaast moet ook het elektriciteitsnet worden verzwaard. We geloven dat dit haalbaar is. Een transitie is niet altijd makkelijk, maar we moeten nu écht stappen zetten."

 


Warmtenetten ontrafeld: een praktische handleiding

Warmtenetten zijn nieuw en worden vaak genoemd als innovatie in wijken en buurten. Maar hoe werkt het nou precies, wat zijn de voor- en de nadelen? Om iedereen die hiermee werkt of wil werken te helpen heeft TKI Urban Energy de gratis handleiding ‘Warmtenetten ontrafeld’ gemaakt. Deze praktische, digitale handleiding is specifiek opgesteld voor politici, bestuurders, ambtenaren, lokale duurzame energiecoöperaties en alle anderen die zich met warmtenetten bezighouden. ‘Warmtenetten ontrafeld’ geeft een helder overzicht van de belangrijkste onderdelen van een warmtenet en wat er nodig is voor succesvolle toepassing en implementatie.

Teun Bokhoven, voorzitter TKI Urban Energy: “Eigenlijk is deze gratis handleiding een spoedcursus warmtenetten voor iedereen die in de gemeente, wijk of buurt hiermee aan de slag wil gaan. Het is nog niet zo makkelijk om op de hoogte te zijn van alle ontwikkelingen en innovaties. Je wilt de beste oplossing voor een bepaalde situatie kunnen kiezen, en een goede afweging maken zodat het ook echt past bij jouw wijk. Dat kan alleen met begrip van de innovatie. Met deze handleiding helpen we daarbij.”

 

Naast groen gas en elektriciteit zijn warmtenetten een bewezen duurzame energievoorziening ter vervanging van aardgas. In de interactieve publicatie ‘Warmtenetten ontrafeld’ doorloopt de lezer de opbouw van warmtenetten op de diverse temperatuurniveaus. Van bronnen, naar opslag en infrastructuur tot aan de aansluiting in de woning. Via het overzicht is eenvoudig te navigeren naar de diverse onderdelen, met daarin een duidelijke omschrijving, hyperlinks, voorbeeldprojecten, betrouwbare informatiebronnen en welke vragen gesteld moeten worden voor succesvolle toepassing en implementatie.

 

De publicatie is vrij te downloaden en kan worden voorzien van eigen logo. TKI Urban Energy roept relevante partijen op de publicatie dan ook aan te bieden aan personen voor wie de publicatie interessant kan zijn.

 

Onder de vlag van de Topsector Energie werkt TKI Urban Energy aan het vormen van kansrijke samenwerkingsverbanden tussen Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en andere partijen. De publicatie ‘Warmtenetten ontrafeld’ draagt bij aan een CO2-vrije gebouwde omgeving in 2050. ‘Warmtenetten ontrafeld’ is opgesteld door adviesbureau DWA in opdracht van TKI Urban Energy.

 

HANDLEIDING


Startmotor geeft warmtetransitie vaart

Warmtebedrijven, woningkoepel  Aedes en 35 woningcorporaties sloten deze week het zogeheten Startmotorakkoord, die aansluiting van 100.000 huurwoningen op warmtenetten mogelijk maakt. Energie-Nederland is blij met de impuls en denkt dat het zeker vaart brengt in de warmtetransitie.

 

De betrokken warmtebedrijven en corporaties hebben de afspraken om 100.000 huurwoningen te gaan verduurzamen vastgelegd in een kader. Het kader is in nauw overleg met de Woonbond, het Rijk en betrokken gemeenten en VNG tot stand gekomen. Deze partijen hebben hun steun hiervoor uitgesproken. Grote pluspunten zijn met name dat huurders niet meer gaan betalen bij een overstap naar een warmtenet en dat er gewerkt gaat worden met een transparante business case. Met die laatste afspraak geven warmtebedrijven meer inzicht in de business case dan waar dan ook gebruikelijk is.

Er is ruimte om lokaal en in gezamenlijk overleg af te wijken van het kader. Het kader is ook vrijelijk beschikbaar voor alle andere partijen die er gebruik van willen maken.

 

Ook Minister Ollongren omarmde het akkoord: “Dit is heel goed nieuws voor de energietransitie van de bestaande bouw. Door dit Startmotor-akkoord kunnen 100.000 huurwoningen op een warmtenet worden aangesloten, zonder dat dit extra geld kost voor de bewoners. Dat is goed nieuws voor gemeenten, corporaties, warmtebedrijven en natuurlijk voor de huurders. Ik ondersteun dit akkoord daarom van harte en draag met 200 miljoen subsidie ook bij aan de omschakeling van aardgas naar warmte. Het akkoord is wat mij betreft een prachtig voorbeeld van hoe je samen als overheid en markt tot resultaat kunt komen.”

 

Met dank aan Energie-nederland


Verduurzaming: nieuw windpark Tweede Maasvlakte

Rijkswaterstaat en Eneco tekenden recent een overeenkomst om een windpark op de zeewering van de Tweede Maasvlakte in Rotterdam te bouwen en exploiteren. Dit is het eerste grote windpark op land waar geen subsidie voor aangevraagd wordt. Eneco bouwt de windmolens op grond van het Rijk.

 

Het project is door Rijkswaterstaat in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, Gemeente Rotterdam, Havenbedrijf Rotterdam, Rijksvastgoedbedrijf en ministerie van Economische Zaken en Klimaat tot stand gekomen. De verwachting is dat het windpark in 2023 in productie is en zal het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 25 jaar 100% van duurzame elektriciteit voorzien.

Forse bijdrage klimaatdoelen

De aanbesteding is uniek omdat het windpark niet alleen op rijksgrond wordt gebouwd, maar het rijk (via Rijkswaterstaat) ook afnemer wordt van de duurzame elektriciteit. Het levert voldoende elektriciteit om het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat inclusief Rijkswaterstaat van 100% duurzame elektriciteit te voorzien. De resterende opgewekte stroom van het windpark zal via Rijkswaterstaat beschikbaar komen voor andere Rijksonderdelen.

 

Het windpark zal naar verwachting in 2023 in productie zijn, waarmee het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 7 jaar eerder dan de geplande doelstelling haar elektriciteitsverbruik verduurzaamt. Het windpark levert tevens een forse bijdrage aan de ambities om meer duurzame energie op te wekken in de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Rotterdamse havengebied. Daarnaast draagt het park bij aan de doelen van het klimaatakkoord van het Rijk.

 

Windpark op land zonder subsidie

Het windpark zal zonder SDE-subsidie worden gerealiseerd. Dat is tot op heden bij windparken op land nog nooit gebeurd. Dit kan door de afname van 25 jaar groene stroom door het Rijk in combinatie met het voor windenergie zeer gunstige windklimaat op de Tweede Maasvlakte.

 

Vernieuwend aanbesteden

Rijkswaterstaat heeft dit duurzame stroomcontract aanbesteed via een intensieve dialoog met marktpartijen. ‘Voor Rijkswaterstaat is dit tekenmoment een mijlpaal in onze ontwikkeling naar duurzame uitvoeringsorganisatie van de rijksoverheid. We hebben deze bijzondere opdracht aanbesteed in een open en eerlijk proces. Eneco en Rijkswaterstaat hebben samen gezocht naar duurzame en innovatieve oplossingen en toegewerkt naar een uitvoeringsproces waarin risico’s goed worden beheerst’, zegt Michèle Blom, directeur-generaal bij Rijkswaterstaat. Het resultaat is voor de komende 25 jaar een goede overeenkomst, een windpark van hoge kwaliteit en financiële voorspelbaarheid voor beide partijen. Dit past binnen ambitie van Rijkswaterstaat om toe te werken naar een vitale infrasector die duurzaam en innovatief is, financieel gezond en waarin de risico’s die inherent zijn aan infraprojecten, in gezamenlijkheid goed worden beheerst.

 

Duurzaamheid en leefomgeving

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wil koploper zijn in verduurzaming en in 2030 energieneutraal zijn. Bij al ons werk aan weg en water willen we de impact op het klimaat zo klein mogelijk houden. Dit betekent: evenveel energie opwekken als verbruiken, volledig duurzaam. We verlagen onze CO2-uitstoot, tot uiteindelijk nul. De Ramspolbrug bij de autoweg N50 is een voorbeeld van een energieneutraal bouwwerk. Ook gebruiken wij ledverlichting langs snel- en vaarwegen wat een besparing van 30% van het totale elektriciteitsverbruik oplevert.


De waterstoffabriek van de toekomst

Het Fraunhofer-Instituut heeft een concept uitgewerkt van een decentrale waterstoffabriek van de toekomst.

 

De waterstoffabriek van de toekomst

Waterstof is onmisbaar voor een succesvolle overgang naar hernieuwbare energiebronnen en het behalen van de klimaatdoelstellingen.  Hoewel het een milieuvriendelijke optie is om aan de vraag van de industrie naar elektriciteit, warmte en transport te voldoen, is deze veelzijdige energiebron alleen milieuvriendelijk als hij uit hernieuwbare energiebronnen wordt gewonnen.

Het Fraunhofer-Instituut (Fraunhofer-Institut für Fabrikbetrieb und -automatisierung IFF) heeft een vraaggestuurde, decentrale, modulaire waterstoffabriek bedacht die groene waterstof produceert en distribueert. Om het concept van de waterstoffabriek te kunnen omzetten hebben de onderzoekers modulair uitbreidbare subcomponenten ontwikkeld. Deze kunnen onderling worden verbonden en geïntegreerd in bedrijven- en industrieparken. Afhankelijk van de toepassing zal worden gekozen voor elektrochemische of biochemische processen om waterstof te produceren. “Het is niet mogelijk om overal wind- en PV-installaties te bouwen. We kiezen voor locatiespecifieke oplossingen en gebruiken waar mogelijk biogasinstallaties voor de productie. Plannen voor een proeffabriek bij Gommern in Saksen-Anhalt liggen op de tekentafel. Het resultaat is altijd groene waterstof”, legt een ingenieur uit.

 

Waterstof uit biomassa

Een voorbeeld van de uitwerking van een subcomponent is het het HyPerFerMent I-project. In dit project werkt het Fraunhofer IFF samen met MicroPro en Streicher Anlagenbau aan de productie van hernieuwbare waterstof uit biomassa. Zij maken gebruik van een speciaal microbieel vergistingsproces, vergelijkbaar met de productie van biogas, om waterstof rechtstreeks uit organisch afval te produceren. De stofwisseling van bepaalde bacteriën zorgt voor de productie van een gasmengsel dat bestaat uit CO2 en vijftig tot zestig procent waterstof, dat gemakkelijk kan worden gezuiverd door de CO2 vervolgens te scheiden.

 

Een mobiel waterstofvulstation

Samen met het bedrijf Anleg hebben de onderzoekers een subcomponent gebouwd, de Mobile Modular H2 Port (MMH2P). Dit is een draagbaar waterstoftankstation voor korte ritten tot 200 kilometer. Op een aanhanger bevinden zich uitbreidbare druksystemen met compressoren die kunnen worden bijgevuld en indien nodig waterstof kunnen leveren. Het Duitse Bondsministerie van Onderwijs en Onderzoek (BMBF) financiert het project.

 

Systeemintegratie

De onderzoekers vinden systeemgeïntegreerde waterstofproductie belangrijk. Niet alleen de waterstof die tijdens de elektrolyse wordt geproduceerd moet worden gebruikt, maar ook de zuurstof, bijvoorbeeld voor lasprocessen of voor in rioolwaterzuiveringsinstallaties. Lastige microverontreinigingen zoals farmaceutica, pesticiden en cosmetica kunnen uit het afvalwater worden verwijderd als er ozon (het molecuul bestaat uit 3 zuurstofatomen) in het water wordt gebracht. Een ander gebruiksscenario voorziet het gebruik van zuurstof in de landbouw om biogasinstallaties te ontzwavelen.

 

Bron: ptindustrieelmanagement


Herziene regeling Energy Performance of Buildings Directive van kracht

De herziene Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III) is omgezet in Nederlandse wet- en regelgeving. Daarom moeten gebouwen en (technische) installaties in gebouwen vanaf nu aan nieuwe eisen voldoen.

 

De EPBD lll-regeling is de Europese richtlijn voor de energieprestaties van gebouwen. De regelgeving heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. De richtlijn bevat maatregelen voor gebruikers en eigenaren van gebouwen. Het doel is om hen bewust te maken van het energiegebruik van hun gebouwen. En het stimuleert hen tot het treffen van maatregelen om energie te besparen.

Woningcorporaties, gebouweigenaren, huurders, technische dienstverleners, bouwbedrijven, bouwmaterialenindustrie, gemeenten en andere partijen die actief zijn in de gebouwde omgeving krijgen met deze regels te maken.

 

Maatregelen EPBD III

De maatregelen uit de EPBD III zijn onderverdeeld in 3 pijlers;

1. Eisen energiezuinigheid voor installaties in gebouwen

Om gebouwen energiezuiniger te maken worden eisen voorgeschreven voor installaties in gebouwen. Wordt er een nieuwe installatie geïnstalleerd? Of wordt een bestaande installatie aangepast? Dan gelden er eisen voor de energieprestatie en het geschikt installeren, inregelen en de instelbaarheid van installaties. Lees meer over de Systeemeisen technische bouwsystemen - EPBD III.

 

2. Keuringen van verwarmings- en airconditioningsystemen

De keuringsverplichtingen voor verwarmings- en airconditioningsystemen wordt aangepast. Verwarmings- en airconditioningsystemen moeten voortaan vanaf een nominaal vermogen van 70 kW worden gekeurd. Deze keuring moet respectievelijk om de 4 en 5 jaar plaatsvinden.

Utiliteitsgebouwen met verwarmings- of airconditioningsystemen met een vermogen van meer dan 290 kW moeten vanaf 1 januari 2026 zijn voorzien van een gebouwautomatiserings- en controlesysteem (GACS). Dit gebouwautomatiserings- en controlesysteem moet voldoen aan bepaalde voorwaarden. Lees meer over de Technische keuringen verwarmings- en aircosystemen - EPBD III.

 

3. Laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer

Het gebruik van elektrisch vervoer wordt gestimuleerd en dit heeft een positief effect op het aantal oplaadpunten voor elektrische auto’s. Daarom introduceert de richtlijn een verplichting om laadinfrastructuur aan te leggen voor elektrische voertuigen in de (private) gebouwde omgeving bij nieuwbouw of als er ingrijpend wordt gerenoveerd. Met deze verplichting moet al bij de ontwikkeling van bouwplannen rekening worden gehouden. Lees meer over de Laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer - EPBD III.

 

De herziene EPBD-regeling is gepubliceerd in het Staatscourant


Lokale biomassa als duurzame brandstof voor de historische stoomtram

De historische tram van Museumstoomtram Hoorn-Medemblik heeft zijn eerste tramreis gemaakt op een alternatieve brandstof. Niet alleen reisden de passagiers door het West-Friese land in een stoomtram, maar deze stoomtram werd ook nog eens aangedreven door biokolen in plaats van steenkool.

 

In Nederland rijden meerdere stoomlocomotieven die met kolen worden gestookt. In West Europa hebben deze veelal een cultuurtoeristische functie. Het museum ‘Museumstoomtram Hoorn-Medemblik’ heeft de grootste collectie dienstvaardig gerestaureerde stoomlocomotieven die in het verleden in ons land gereden hebben. Het gebruik van steenkool als brandstof voor stoomtrams is eindig. In het kader van het project ‘Groene Stoomtram’ is een duurzaam alternatief ontwikkeld voor de steenkool dat wordt gebruikt voor de stoomlocomotieven.

Heden, verleden en de toekomst

Hoe stuur je de stoomtram het duurzame tijdperk in en behoud je tegelijkertijd het ouderwetse, museale karakter van de stoomenergietechnologie? Die vraag werd steeds relevanter voor Museumstoomtram Hoorn-Medemblik.

 

Immers, het gebruik van steenkool – de traditionele brandstof van de stoomlocomotief – staat vanuit milieuoverwegingen onder steeds grotere druk. Vorig jaar sloegen stoomtrammuseum, ECN, Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord en New Energy Coalition de handen ineen om op zoek te gaan naar een verantwoord alternatief. Dit grensverleggende project werd betaald door de gemeenten Hoorn en Medemblik. “Stoomlocomotieven gebruiken maar een fractie van de kolen van een kolencentrale. Maar wij zijn een blikvanger. In 2019 vervoerden we 166.000 reizigers. We voelen een verantwoordelijkheid om het groeiende milieubewustzijn op onszelf te betrekken en dat ook naar buiten toe verder uit te dragen”, vertelt museumdirecteur René van den Broeke op de website van newenergycoalition.

 

Lees HIER verder

 


Warmtepomp wordt efficiënter met kleine toevoeging

Een toevoeging aan de warmtepomp maakt hem efficiënter, door de restenergie van gassen om te zetten in elektriciteit. Het nieuwe apparaatje kan op elke bestaande warmtepomp geplaatst worden en verbetert de efficiëntie met 5 procent.

 

Onderzoekers van de Amerikaanse Purdue University bouwden een warmtepomp met het extra apparaatje en keken wat de winst was. Het apparaat gebruikt de energie die vrijkomt als het koelgas in een warmtepomp van hoge naar lage druk gaat. Nu gaat die energie verloren. Door een ventiel en een kleine turbine te verbinden aan de gasuitlaat, kun je de energie gebruiken, is het idee.

 

De resultaten zijn bescheiden, maar kunnen toch belangrijk zijn voor het rendement van warmtepompen. De COP (de verhouding tussen geleverde warmte en verbruikte elektriciteit) nam in het lab met 4 tot 7 procent toe bij verwarmen en werd 15 procent beter bij koelen. In de praktijk komt dat neer op een 2,3 procent hogere COP.

 

Elektriciteit besparen

Dat lijkt weinig, maar het voordeel is dat het apparaat eenvoudig op bestaande warmtepompen geplaatst kan worden en niet veel geld kost. Zo kan iedereen direct 2,3 procent elektriciteit besparen - en alle beetjes helpen. Voor nieuwe warmtepompen kan de toevoeging bovendien de businesscase interessanter maken. Nu zijn warmtepompen nog relatief duur. De techniek is ook toepasbaar voor koelende warmtepompen, die bijvoorbeeld in koelkasten zitten.

 

Warmtepompen zijn vermoedelijk onmisbaar voor de Nederlandse energietransitie. Als alle woningen van het gas af moeten, kan een warmtepomp alternatieve verwarming leveren. Voorwaarde is wel dat er dan genoeg duurzame stroom beschikbaar is én dat het huis goede isolatie heeft.

 

Hoe werkt het?

Het apparaatje werkt tijdens de zogenoemde 'dampcompressiecyclus' van een warmtepomp. Het koudemiddel, dat in warmtepompen zit en onder druk staat, verliest in één keer de druk, waardoor het middel zijn warmte of koude afgeeft aan de omgeving. Door de decompressie via een ventiel met een kleine turbine te laten stromen, wekt het apparaat een beetje energie op, die normaal gesproken verloren gaat. Zo neemt de totale COP van de warmtepomp toe.

 

Omdat het apparaat op alle bestaande warmtepompen past (industriële en thuisversies), hopen de onderzoekers hun vondst snel op de markt te brengen. Ze zoeken nu naar partners die het apparaat marktklaar kunnen maken en kunnen installeren.

 

Met dank aan Duurzaam Bedrijfsleven


Bedrijven laden zich beperkt op voor batterijopslag

Batterij rendeert, maar opbrengsten zijn onzeker; De stroomvoorziening van bedrijven wordt veelzijdiger. Vroeger haalden ondernemers alle stroom van het net. Nu wekken steeds meer mkb-bedrijven zelf stroom op met zonnepanelen. Opslag van stroom in een grote batterij is een volgende stap. Zo’n batterij kan zoveel opbrengsten genereren dat de stroomvoorziening niet langer geld kost, maar geld oplevert.

 

De opbrengsten zijn echter onzeker door nog te maken keuzes in het klimaatakkoord. Batterijen zijn daarmee nog geen standaard oplossing, zoals zonnepanelen dat al wel zijn. Bedrijven die hun stroomvoorziening willen verduurzamen, zullen daarom eerder met zonnepanelen dan met batterijen aan de slag gaan, zo becijfert het Economisch Bureau in een recent verschenen rapport.

Stroomvoorziening levert geld op bij inzet batterij om netfrequentie te handhaven

Indicatieve opbrengsten en kosten gedurende 30 jaar

 

 

Batterij kan ervoor zorgen dat stroomvoorziening geld opbrengt i.p.v. kost

Een batterij kan zoveel opbrengsten genereren dat de stroomvoorziening niet langer geld kost, maar geld oplevert. Een ‘gemiddeld mkb-bedrijf’ betaalt over een periode van 30 jaar zo’n €1,5 miljoen voor netstroom. Met zonnepanelen en een batterij kan de stroomvoorziening zelfs €620.000 opleveren. De batterij moet dan wel volledig ingezet worden om de frequentie van het stroomnet op 50 Hertz te houden. Dan kan de ondernemer een rendement van circa 12% op het eigen vermogen behalen. De batterij is nu nog te duur om alleen gebruikt te worden voor het opslaan van zelfopgewekte zonnestroom.

 

Zonnepanelen aantrekkelijker dan batterij

Indicatieve investering en rendement van opties 2 en 3

 

 

Batterij nog niet voor veel ondernemers geschikt

Een investering in grootschalige batterij-opslag kan nu een rendement van circa 12% op het eigen vermogen genereren, maar de risico’s zijn groot. Het klimaatakkoord zet sterk in op flexibilisering van de stroommarkt om de toename van zon- en windenergie op te vangen. Batterijen kunnen daar een bijdrage aan leveren, maar de opbrengsten hangen af van nog te maken keuzes in het klimaatakkoord. Daarnaast is veel kennis van de elektriciteitsmarkt nodig om als ondernemer geld te kunnen verdienen aan een batterij. Batterijen zijn niet iets wat je er als ondernemer ‘even bij doet’. Zonnepanelen zijn dat wel, vergen een lagere investering en het rendement op eigen vermogen van circa 15% is aantrekkelijker.

 

“Batterijen zijn in tegenstelling tot zonnepanelen nog geen standaard oplossing voor mkb-bedrijven. Ondernemers die hun stroomvoorziening willen verduurzamen, zullen dus vooral met zonnepanelen aan de slag gaan. Wie toch stroom in batterijen wil opslaan doet er verstandig aan om eerst een batterij te huren en ervaring op te doen”, aldus Martijn Stevens: programmamanager sustainability grootzakelijk bij ING. 

 

Investering in batterij niet altijd financieel gedreven

Naast deze financiële argumenten kunnen bedrijven ook vanuit andere motieven in batterijen investeren. Zo kunnen batterijen ook vervuilende aggregaten vervangen en bedrijven helpen om hun noodstroomvoorziening te verduurzamen of om minder stikstof op bouwplaatsen uit te stoten.

 

Bron: Maakindustrie


Enorme groei dataverkeer legt druk op vergroting doelmatig energieverbruik

Digitale datastromen goed voor 5% globale elektriciteitsverbruik in 2030

In 2030 zijn de wereldwijde digitale datastromen naar verwachting zeker 20 keer zo groot als in 2018. Door die snelle groei verdubbelt de elektriciteitsbehoefte die daarvoor wereldwijd nodig is tot 5 procent van het wereldwijde elektriciteitsverbruik. Om het energiegebruik van datacenters, communicatie netwerken en apparaten niet nog veel verder te laten stijgen moet de sector inzetten op doelmatigheid en hernieuwbare energie. Dat concludeert het ING Economisch bureau in haar sectorrapport ‘Further efficiency gains vital to limit electricity use of data; how to limit the climate impact of an increasingly data-hungry world’.

Groei dataverkeer

Een toenemend aantal mensen in met name Azië en Afrika krijgen toegang tot internet. Bedrijven verzamelen en bewerken meer data. In toenemende mate wordt gebruik gemaakt van cloud diensten. Auto’s gaan gedeeltelijk of geheel autonoom rijden. De enorme groei van data is van invloed op het stroomverbruik van datacenters, communicatienetwerken en de apparaten die data verzenden en ontvangen.

 

Doelmatigheid

Het ING Economisch Bureau verwacht dat de elektriciteit die nodig is voor data verdubbelt. Omdat het verwachte totale elektriciteitsverbruik ook groeit, stijgt het aandeel van data in het wereldwijde elektriciteitsverbruik van 3 procent nu, naar 5 procent in 2030. Bij netwerken en datacenters is de hoogste groei te verwachten. Om de toename van het elektriciteitsverbruik tot een verdubbeling te beperken, moeten datacenters en netwerken aanzienlijk efficiënter worden door een focus op efficiency verhogende innovaties door technologie- en telecombedrijven. Met onder meer een inzet van efficiëntere apparatuur, zuiniger koeling, de aanleg van glasvezel, en het uitfaseren van oudere generaties mobiele netwerken.

 

Hernieuwbare energie

Een toename van het elektriciteitsverbruik lijkt onvermijdelijk gezien de sterk groeiende datastromen. Om de uitstoot van CO2 te beperken is naast het vergroten van de doelmatigheid ook de inzet van hernieuwbare energie nodig. De technologie- en telecomsector kan extra hernieuwbare opwekkingscapaciteit stimuleren door lange termijn contracten voor de afname van een vaste hoeveelheid hernieuwbare energie aan te gaan. Dit levert een bijdrage aan de vergroening van de stroom van het elektriciteitsnet en zo aan de internationale 2050 klimaatdoelstellingen.


Artificiële intelligentie voor 'wicked problems' in de energietransitie

Onlangs lanceerde het kabinet de Nederlandse AI-coalitie met het Strategisch Actieplan voor Artificiële Intelligentie. Een samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen om de kansen te grijpen die kunstmatige intelligentie als techniek te bieden heeft. Innovatie in de energiesector is 1 van de 3 toepassingsgebieden van dit actieplan.