Bouw Windpark Fryslân in IJsselmeer gestart

Consortium Zuiderzeewind is op het water begonnen met de bouw van Windpark Fryslân in het IJsselmeer. Onlangs ging de eerste van de 89 funderingspalen de bodem in. Vanwege de bijzondere omstandigheden is er een werkplatform op maat gemaakt, de zogeheten ‘Sarens Soccer Pitch’.

 

Het nieuwe windpark wordt gebouwd in het Friese deel van het IJsselmeer, bij Breezanddijk. De 89 turbines komen in de vorm van een zeshoek te staan, zodat ze het zicht op de horizon zo min mogelijk belemmeren. Vanwege ondiepte in het water op die locatie en de breedte van de sluizen is het reguliere materieel voor het bouwen van een offshore windpark niet bruikbaar. Daarom zet Zuiderwind een eigen werkplatform in. Hierbovenop staat een kraan om de funderingen mee te kunnen installeren. Het werkplatform wordt straks ook gebruikt voor de installatie van de windturbines.

Stroom voor half miljoen huishoudens

Voor het plaatsen van de funderingen heeft Zuiderzeewind een aantal maanden uitgetrokken. De verwachting is dat dit werk in januari 2021 klaar is. Om die planning te kunnen halen gaat de aannemer 24 uur per dag werken, zeven dagen per week.

 

Als de funderingspalen eenmaal in de bodem zitten, worden er kabels getrokken tussen de palen en het transformatorstation bij Breezanddijk. Aansluitend volgt de opbouw van de 89 windturbines. In de zomer van 2021 wordt het windpark in gebruik genomen. Het zal dan zo’n 500.000 huishoudens van stroom voorzien en een vermogen leveren van 382,7 MW. Energieleverancier Eneco gaat vijftien jaar lang de stroom afnemen.

 

850 miljoen euro

De bouwcombinatie Zuiderzeewind bestaat uit Siemens Gamesa Renewable Energy en Van Oord Offshore Wind. Na oplevering neemt Siemens nog zestien jaar het onderhoud voor zijn rekening. De bouw van het windpark kost ongeveer 850 miljoen euro, waarvan de provincie Friesland 100 miljoen investeert. Een aantal banken financiert zo’n 700 miljoen euro.

 

Bron: Infrasite


Meten op werkelijk energiegebruik maakt klimaatdoelen beter haalbaar

Tientallen organisaties die zelf hun vastgoed versneld gaan verduurzamen, vragen de overheid gebouwen voortaan te normeren op werkelijk energiegebruik en niet op energielabels. Zo kunnen de Parijse klimaatdoelstellingen versneld worden behaald voor de gebouwde omgeving. Dat zeggen de grote partijen uit de gebouwde omgeving in het Paris Proof Commitment van Dutch Green Building Council dat zij hebben ondertekend. Daarin laten zij zien zelf al verregaande maatregelen te nemen om op energiegebruik te besparen.

 

Lees HIER verder


Alles-in-een-dak wekt elektriciteit en warmte op

Een Nederlands bedrijf ontwikkelt een dak vol zonnepanelen dat ook nog eens zorgt voor warm water. Het systeem werkt dankzij een speciaal materiaal beter dan andere systemen, en kan een Nederlands huis bijna het hele jaar zelfvoorzienend maken.

 

Het bedrijf Dimark Solar startte begin dit jaar, na jaren ontwikkeling, met de productie van de zonne- en warmtedaken. "En toen sloeg corona overal toe", vertelt mede-oprichter Max ten Dam (die ook energiemaatschappij Oxxio oprichtte) aan de telefoon. "Dat stak wel een spaak in onze wielen. Nieuwbouw, renovatie - alles liep vertraging op. Veel bedrijven en ook financiers zetten een stop op nieuwe investeringen. Inmiddels lopen er gesprekken met nieuwe investeerders en er zijn veel partijen die geïnteresseerd zijn in onze totaaloplossing".

Het hele dak wordt een zonnepaneel

De oplossing bestaat uit in het dak geïntegreerde zonnepanelen, die dus niet op de dakpannen liggen zoals bij normale zonnepanelen. "De panelen zijn het dak," legt ten Dam uit. Onder de zonnepanelen ligt een buizensysteem waar water doorheen stroomt. Tussen de panelen en de buizen ligt een plaat van kunstvezel. De buizen liggen weer op een aluminium plaat. Het systeem bestaat dus uit 4 lagen. De warmte van de zon gaat door de panelen naar de buizen, zodat het water een temperatuur van meer dan 60 graden bereikt.

 

"Daarmee is een huis gemiddeld 11 maanden zelfvoorzienend, volgens een studie van TNO en de TU Eindhoven", zegt ten Dam. Alleen in de dagen dat het vriest of sneeuwt heeft het systeem een probleem. "Je kan dus bijna het hele jaar zonder energierekening leven. Voor de laatste maand kan je je aansluiting op het stroom- of gasnet behouden, of je kan met batterijen of warmtepompen de energie opslaan."

 

Warmtewisselaar

De combinatie van zonnestroom en -warmte in één systeem is niet nieuw. Maar Ten Dam en zijn team ontwikkelden een speciale composieten drager, die onder de zonnepanelen en de waterbuizen ligt. Deze drager geleidt de warmte heel goed, en koelt tegelijkertijd de onderkant van de panelen zodat ze beter werken. De oplossing werkt als een soort warmtewisselaar, wat de efficiëntie van het geheel beter maakt. "Er zijn andere systemen op de markt, maar die werken of minder goed, of op een andere manier. Deze oplossing is uniek."

 

De kosten van een zonnedak liggen wel hoger dan die van gewone zonnepanelen. De terugverdientijd ligt tussen de negen en tien jaar. "Maar het systeem kan dertig jaar meegaan, dus de laatste jaren levert het systeem in feite geld op omdat je geen energierekening hebt," zegt ten Dam. Er is ook al een leasestructuur opgesteld voor het dak, waarbij de bewoner in 15 jaar het systeem afbetaalt. 

 

Nederland zonder aardgas

Alle nul-op-de-meter oplossingen werken het best in nieuwbouw, met goede isolatie. Bestaande woningen renoveren met betere isolatie is duur, invasief en duurt lang. Volgens ten Dam werkt zijn systeem echter ook met minder perfect geïsoleerde huizen. "Het levert hoe dan ook stroom en warmte op. Volgens mij is dit echt het antwoord op de naderende gasloosheid."


Primeur drijvend zonnepark in Rotterdam

Uniek in Europa: in de Rotterdamse wijk Kralingen drijft sinds kort een groot zonnepark dat met de zon meedraait.

 

Pal naast de Van Brienenoordbrug, op een spaarbekken van drinkwaterbedrijf Evides, ligt sinds halverwege deze maand het grootste drijvende én draaiende zonnepark van Europa. De circa drieduizend panelen beslaan met elkaar een oppervlakte van één hectare. Ze zullen naar schatting jaarlijks, samen met een parallel aangelegd landsysteem, circa twee miljoen kilowattuur aan duurzame energie opwekken. Daarmee zouden zevenhonderd huishouden zich prima kunnen redden, als de groene stroom niet volledig door Evides zou worden afgenomen.

Liersysteem

Het zonnepark is om meerdere redenen uniek. Het volledig Nederlandse ontwerp is voorzien van speciale sensoren die zonnestand, windkracht en een aantal andere parameters volgen. Op basis van de data uit de sensoren en voorgeprogrammeerde kennis draait het hele park zichzelf voortdurend met een liersysteem in de ideale richting, om de maximale hoeveelheid duurzame energie te vangen. In vergelijking met statische zonnepanelen moet de opbrengst dankzij het meedraaien 20 tot 30 procent hoger uitvallen.

 

Maar een hoge opbrengst is niet het enige belangrijke, zegt directeur Kees-Jan van der Geer van het jonge bedrijf Floating Solar, dat het park ontwikkelde. ‘Het systeem is zo open als mogelijk gehouden, om het waterleven niet te schaden’, zegt Van der Geer. ‘Ook de materialen zijn zo gekozen dat er geen ecologische schade of afgifte van ongewenste stoffen kan ontstaan. Voor gebruik in een spaarbekken is dat een eerste vereiste.’

 

Stormbestendig

Het prototype van het zonnepark heeft bij tests van enkele jaren op de Slufter op de Maasvlakte een aantal stevige stormen doorstaan. Zelfs in ruw weer en bij forse golfslag bleef het geheel overeind, wat hielp om de steun te krijgen van banken en verzekeraars. De Rotterdamse variant is het eerste drijvende en draaiende commerciële eiland, maar inmiddels heeft Floating Solar al orders binnen voor meer en grotere drijvende zonneparken.

 

Netbeheerders

Ook voor netbeheerders is deze technologie interessant. ‘Bij statische zonneparken is er midden op de dag een sterke piek in de opbrengst. Door de panelen te laten meedraaien met de zon, is de opbrengstcurve regelmatiger’, zegt Van der Geer. ‘Die betere spreiding van de opbrengst is prettig voor de netbeheerders.’

 

Bron; De Ingenieur


Windparken betrouwbaarder maken door te leren van storingen

Onder de windturbines die je boven het wateroppervlak uitsteken, gaat een wereld van kabels en systemen schuil. Onderzeese kabels die de windturbines met elkaar verbinden en stroom naar land vervoeren. Wanneer er een storing in één van deze stroomkabels optreedt, kan dat ertoe leiden dat het hele windpark geen stroom meer levert. Dat maakt deze stroomkabels cruciaal voor het leveren van windenergie.

 

"Daarom willen wij huidige en toekomstige stroomkabels betrouwbaarder maken", vertellen Jan-Joost Schouten en Niek Bruinsma van Deltares, het onafhankelijk instituut voor toegepast onderzoek op het gebied van water en ondergrond. "We analyseren kabelstoringen, achterhalen daar de oorzaken van en onderzoeken hoe we dat voortaan kunnen voorkomen."

Gezamenlijk belang basis voor brede samenwerking

Kennis is voor de offshore wind-industrie enorm belangrijk. Zij kan daarmee de stroomkabels voor windturbines op zee verbeteren. Daarom initieerde Deltares in 2019 samen met een aantal andere partijen het Joint Industry Project 'Cable Life Time Monitoring' (JIP CALM). In dit project verenigen bijna 30 partners zich in één groot consortium. Het bestaat uit makers en installateurs van onderzeese stroomkabels tot windparkeigenaren en verzekeraars. Iedereen kijkt vanuit een ander perspectief naar de uitdagingen.

 

Door dit brede scala aan partners worden verbeteringen doorgevoerd op het gebied van ontwerp, installatie, bediening en onderhoud van onderzeese kabels. Gezamenlijk stellen de partners relevante richtlijnen en tools op voor de belangrijkste aspecten van onderzeese kabelsystemen en hun storingen.

 

Vanaf het begin samen optrekken

Een grondige analyse naar de belangrijkste oorzaken van kabelstoringen vormde de aftrap van het project. Voor deze analyse deelden de consortium partners op een veilige en anonieme manier zeer gevoelige data met elkaar. De volgende stap is de ontwikkeling van innovatieve monitoring technieken. Daarmee kan men de oorzaken van storingen vroegtijdig detecteren of voorkomen.

 

Niek: "Als we tijdens de hele levenscyclus van de kabel kunnen meten wat ermee gebeurt, kan je mogelijke storingsoorzaken op tijd in kaart brengen en eventuele storing in de toekomst voorkomen. Als je bijvoorbeeld tijdens de installatie van een stroomkabel nauwkeurig de vorm van die kabel zou kunnen meten, dan kan die informatie de installateur helpen. Hij voorkomt daarmee dat de stroomkabel een te korte bocht maakt en de kabel beschadigd raakt."

 

Hulp van buitenaf

Om het onderzoek en consortium te realiseren is juiste financiering heel belangrijk. De subsidieregeling Hernieuwbare Energie bracht uitkomst. Jan-Joost: "Zonder een investering vanuit deze regeling die RVO namens EZK uitvoert, was het ons niet gelukt dit project op te zetten."


Virtuele energiecentrale in Loenen laat de toekomst van elektriciteit zien

In Loenen draait een virtuele energiecentrale, die de opwek van duurzame energie en de vraag bijhoudt en op elkaar afstemt. Het project is samen met de burgers opgezet en daarin uniek in de wereld. De community-based virtual power plant viel afgelopen maand in de prijzen.

 

Het afstemmen van vraag en aanbod is een van de grote uitdaging voor het grootschalig lokaal opwekken van duurzame energie. Een Virtual Power Plant (VPP) die alle opwek- en gebruikdata verzamelt, kan helpen om inzicht te krijgen, waarmee de vraag beter kan worden afgestemd op het aanbod.

Eind vorige maand vielen de Technische Universiteit Eindhoven (TUe) en de stichting Duurzame Projecten Loenen (DPL) in de prijzen met het internationale project rondom de Community-based Virtual Power Plant (cVPP) - een Europees Interreg-project, waarin de TU/e kijkt hoe burgers lokaal aan kunnen haken bij een eigen Virtual Power Plant voor hun gemeenschap.

 

Vanwege de manier waarop burgers in Gent, Tipperary (Ierland) en Loenen (op de Veluwe, red.) de afgelopen maanden zijn betrokken bij hun eigen VPP, ging de TUe naar huis met de 'engagement' publieksprijs van de EUSEW Awards (EU Sustainable Energy Week).

 

Technische en sociale innovatie

Bij het ontwikkelen van een cVPP is het goed monitoren van elektriciteitsopwek en -verbruik van een gemeenschap cruciaal. De cVPP in Loenen werkt via de P1 poort van slimme meters bij het afstemmen van de vraag en het aanbod. Het doel: sturen op een betere balans zodat meer elektriciteit lokaal wordt gebruikt en het net minder wordt belast.

 

Loenen is een dorp van 1300 huizen, waar al veel gezinnen bezig zijn met duurzaamheid. Via het fonds van Loenen Energie Neutraal zijn al veel huizen goed geïsoleerd en er liggen veel zonnepanelen op de daken. Een paar jaar geleden berekende een basisschoolproject rondom de website Zonatlas.nl al dat het dorp genoeg geschikt zonnepaneel-oppervlak op daken heeft om het hele dorp te voorzien van elektriciteit.

 

De energietransitie is volgens Andre Zeijseink niet alleen een technische innovatie, maar ook een sociale. Zeijseink is inwoner van Loenen en managing partner van energie-adviesbureau Translyse BV. Hij was samen met Qirion, (een dochteronderneming van Alliander) betrokken bij de uitvoering van het cVPP-project in Loenen. “Samen met de TUe hebben wij lokaal onderzoek gedaan: hoe wil je als gemeenschap omgaan met de energietransitie? Wat zijn de waarden van waaruit je wil handelen? Moet het goedkoop, wil je minimale CO2 uitstoot, wil je innovatief zijn? Is autonomie belangrijk, wil je dingen samen doen als gemeenschap? De uitkomst van dat onderzoek was dat autonomie en het terugdringen van de CO2-uitstoot in Loenen de centrale waarden waren om zelf groene energie op te willen wekken.”

Hoe werkt een virtual power plant?

De cVPP in Loenen is begin dit jaar in gebruik genomen en er zijn nu 50 huishoudens op aangesloten. Zeijseink: “Aan het eind van dit jaar willen we 100 huishoudens aangesloten hebben, zodat we nog meer data kunnen verzamelen. Mensen gebruiken de 'slimme meter' die al in huis hangt nu eigenlijk nauwelijks. Je betaalt maandelijks een bedrag en ziet pas aan het eind van het jaar of dat teveel of te weinig was."

 

"Met een cVPP en de slimme meter kun je direct zien wat je eigen zonnepanelen opleveren, hoeveel elektriciteit je gebruikt - en wanneer - en hoe je eigen verbruik zich verhoudt tot dat van anderen. Je kun dus ook direct zien wat je bespaart op het moment dat je een aantal elektrische apparaten uitzet. Ook krijg je inzicht in je gasverbruik, wat goed kan helpen als je alternatieven moet zoeken voor aardgas.” Aangezien Nederland gasvrij moet zijn binnen een paar decennia, kan zo’n functie uitkomst bieden in de toekomst.

 

De 50 deelnemers in de cVPP hebben bij elkaar een totale opwekcapaciteit van 200 kilowatt. Het afgelopen halfjaar liet zien dat er meer elektriciteit is geproduceerd dan afgenomen. Zeijseink: “Met de cVPP hebben we kunnen meten dat er netto 58 megawattuur uit het net is betrokken, maar dat er 68 megawattuur is geleverd. Op zonnige dagen stroomt meer dan 150 kilowattuur terug op het elektriciteitsnet. Daarmee verdienden de deelnemers ongeveer 2000 euro in een half jaar. Dat soort cijfers vergroten het bewustzijn en het engagement. De deelnemers voelen ook echt dat de Power Plant van hen is.”

 

Inmiddels is het enthousiasme in Loenen zo groot dat men bezig is met de bouw van een nieuw groot dak met zonnepanelen dat 900.000 kWh per jaar zal leveren. Het zal daarmee een van de grootste 100 % participatief gefinacierde zonne-daken worden van Gelderland. Eind 2020 kunnen alle zonnepanelen in Loenen al voorzien in 50 % van de energievraag van het dorp.

 

Burgerparticipatie is uniek

Virtuele energiecentrales zijn niet nieuw. Maar de manier waarop de cVPP is opgezet in Loenen - van onderop, met inspraak van de burgers - is volgens Zeijseink wel uniek: “Virtual Power Plant-technologie wordt meestal ontwikkeld vanuit een elektriciteitsbedrijf of een netwerkbedrijf. Bij mijn weten zijn er geen andere gemeenschapsprojecten van dit kaliber.” Het succes van het cVPP is ook niet onopgemerkt gebleven. Andere gemeenschappen in Brummen, Lochem en een wijk in Apeldoorn zijn nu ook geïnteresseerd in het ontwikkelen van een cVPP.

 

Zelf is Zeijseink nu aan het kijken hoe het MKB ook meer betrokken kan worden bij de cVPP. Want meten is leuk, maar sturen is de volgende stap in transitie: ”We moeten toe naar een flexibele energiesturing. Stroom en warmte zijn moeilijk op te slaan. Het is technisch ingewikkeld en het kost veel geld. Je betaalt voor de opslag en dat zorgt voor een rendementsverlies van minimaal 10%. Daarom dienen we eerst de vraag naar energie te optimaliseren. De vraag moet toegroeien naar het aanbod.”

 

Elektriciteit voor bedrijfsleven

En dat is waar het bedrijfsleven om de hoek moet komen kijken; ondernemers gebruiken namelijk veel stroom. Zeijseink: “Als je ziet dat de bewoners overdag veel duurzame elektriciteit opwekken, dan zouden koelinstallaties bijvoorbeeld kunnen kijken of ze hun vriezers overdag langer aan zetten en 's avonds uit. Ook het overdag opladen van elektrische auto’s en het overdag opwarmen van warmte-vaten helpt om de energievraag meer naar de dag te verplaatsen.”

 

Het probleem van de onbalans tussen wind en zon-aanbod versus de dagelijkse vraag kan volgens Zeijseink nooit helemaal worden opgelost. “Maar het kan wel kleiner worden als we nauwkeuriger inzicht krijgen in vraag en aanbod.” En dat is volgens Zeijseink nodig, willen de duurzame opwek op termijn betaalbaar houden: ”Nu kun je duurzaam opgewekte stroom nog op het net laten teruglopen, waarbij de hoeveelheid geleverde stroom wordt verrekend met je eigen gebruik door middel van  'saldering' – maar dat systeem gaat vanaf 2023 in stappen worden afgebouwd.“ Na die tijd is het aan innovaties zoals de virtual power plant om het energiesysteem van Nederland gezond te houden.

 

Met dank aan Duurzaam Bedrijfsleven


Arla Foods analyseert energieverbruik met flowsensor

Op de locatie Falkenberg heeft de zuivelcoöperatie Arla Foods voor het eerst voor transparantie gezorgd ten aanzien van het energieverbruik bij de productie van cottagecheese. Hiervoor wordt de Baumer flowsensor FlexFlow gebruikt, die naast het debiet ook de mediumtemperatuur kan meten. De besparingen die voortaan mogelijk zijn en de eenvoudige installatie maakten deze investering snel kostenefficiënt.

 

20.000 ton cottagecheese produceert de zuivelcoöperatie Arla Foods jaarlijks op de locatie Falkenberg dat is gelijk aan 76,9 ton per dag. Een indrukwekkende hoeveelheid, maar Arla Foods dekt daarmee ook vrijwel de volledige behoefte aan cottagecheese op de Zweedse markt en exporteert tevens naar Finland, Denemarken en Griekenland. Bij dergelijke productievolumes is een zuinig en efficiënt productieproces een must. Daarnaast is Arla Foods een pionier als het gaat om duurzaamheid: de zuivelcoöperatie wil haar zuivelproducten tegen 2050 volledig CO2-neutraal produceren. Een belangrijke pijler daarbij is energie-efficiëntie.

Mattias Abrahamsson, manager productiesystemen bij Arla Falkenberg, zegt daarover het volgende: “In de afgelopen jaren hebben wij ons steeds meer gericht op het monitoren van het energieverbruik in onze fabrieken. Maar op sommige punten wisten we gewoon niet waar de energie precies werd verbruikt.” De calorimetrische flowsensor FlexFlow van de Zwitserse sensorexperts van Baumer bracht de doorbraak: Arla installeerde deze op de kritieke punten van het koel- en verwarmingssysteem en kon op basis van de meetresultaten voor het eerst een duidelijk beeld krijgen van het energieverbruik. Daaruit kan de producent van zuivelproducten nu concrete maatregelen afleiden om het energieverbruik te verminderen.

 

Jarenlange samenwerking maakt exacte probleemoplossing mogelijk

Koelen en verwarmen - dat waren de heikele punten bij het energieverbruik voor Arla Foods in Falkenberg. Bij het ontwerp van het systeem had de levensmiddelenproducent met het oog op zijn inzet voor duurzaamheid al veel gedaan om de energiebalans te verbeteren. Zo werd voor het koelcircuit, dat de geproduceerde kaas van 60 tot 30 graden Celsius afkoelt, zoveel mogelijk de kou van buiten van het Zweedse klimaat gebruikt om een koeltemperatuur van 0,5 graden Celsius te bereiken. Maar ook hier was er sprake van energieverlies dat Arla lange tijd niet precies kon lokaliseren. “Toen wij van de mogelijkheden van de FlexFlow-sensor hoorden, waren we meteen geïnteresseerd”, aldus Mattias Abrahamsson. “Het was precies waar we al lange tijd naar op zoek waren.”

 

Met dank aan automatie-pma


Haven Amsterdam gaat richting 250.000 m2 zonnedak

Sinds kort ligt er 120.000 vierkante meter aan zonnepanelen in de Amsterdamse haven. Dit komt overeen met 18 voetbalvelden en levert elektriciteit op voor zo’n 6.000 huishoudens. In 2024 moet er 250.000 vierkante meter aan zonnepanelen op de daken van bedrijven in de haven liggen.

 

Met 120.000 m2 aan zonnedak voldoet Port of Amsterdam al ruimschoots aan de doelstelling om in 2021 100.000 vierkante meter aan zonnepanelen in de haven te hebben. Het havenbedrijf legt de lat nu weer wat hoger voor de komende jaren.

In 2016, toen er nog vrijwel geen zonnepanelen op de havendaken lagen, begon Port of Amsterdam met de campagne ‘Zon in de Haven’. Het doel van deze campagne was om de bedrijven in het havengebied te stimuleren over te stappen op groene energie en zonnepanelen op hun dak aan te leggen. De SDE+-subsidie van het ministerie van EZK maakte dit financieel haalbaar. Het havenbedrijf maakte de aanvraag eenvoudiger door geïnteresseerde bedrijven daarbij te helpen. Bedrijven konden kiezen om het zonnepanelensysteem op hun dak te financieren, of hun dak tegen een vergoeding ter beschikking te stellen aan een derde partij. Deze campagne is in combinatie met de SDE+-subsidie erg succesvol geweest.

 

Elektriciteitsnet verzwaren

"Wij zijn blij dat we deze doelstelling hebben behaald", zegt Roon van Maanen, hoofd Circular & Renewable Industry bij Port of Amsterdam aan Maritiem Nederland. "Maar de complimenten gaan uit naar onze klanten, want zij stellen hun daken ter beschikking en maken de overstap naar duurzame energie. De nieuwe doelstelling van 250.000 vierkante meter in 2024 is ambitieus en uitdagend, want niet alle daken in de Amsterdamse haven zijn geschikt voor zonnepanelen. Daarnaast moet ook het elektriciteitsnet worden verzwaard. We geloven dat dit haalbaar is. Een transitie is niet altijd makkelijk, maar we moeten nu écht stappen zetten."

 


Warmtenetten ontrafeld: een praktische handleiding

Warmtenetten zijn nieuw en worden vaak genoemd als innovatie in wijken en buurten. Maar hoe werkt het nou precies, wat zijn de voor- en de nadelen? Om iedereen die hiermee werkt of wil werken te helpen heeft TKI Urban Energy de gratis handleiding ‘Warmtenetten ontrafeld’ gemaakt. Deze praktische, digitale handleiding is specifiek opgesteld voor politici, bestuurders, ambtenaren, lokale duurzame energiecoöperaties en alle anderen die zich met warmtenetten bezighouden. ‘Warmtenetten ontrafeld’ geeft een helder overzicht van de belangrijkste onderdelen van een warmtenet en wat er nodig is voor succesvolle toepassing en implementatie.

Teun Bokhoven, voorzitter TKI Urban Energy: “Eigenlijk is deze gratis handleiding een spoedcursus warmtenetten voor iedereen die in de gemeente, wijk of buurt hiermee aan de slag wil gaan. Het is nog niet zo makkelijk om op de hoogte te zijn van alle ontwikkelingen en innovaties. Je wilt de beste oplossing voor een bepaalde situatie kunnen kiezen, en een goede afweging maken zodat het ook echt past bij jouw wijk. Dat kan alleen met begrip van de innovatie. Met deze handleiding helpen we daarbij.”

 

Naast groen gas en elektriciteit zijn warmtenetten een bewezen duurzame energievoorziening ter vervanging van aardgas. In de interactieve publicatie ‘Warmtenetten ontrafeld’ doorloopt de lezer de opbouw van warmtenetten op de diverse temperatuurniveaus. Van bronnen, naar opslag en infrastructuur tot aan de aansluiting in de woning. Via het overzicht is eenvoudig te navigeren naar de diverse onderdelen, met daarin een duidelijke omschrijving, hyperlinks, voorbeeldprojecten, betrouwbare informatiebronnen en welke vragen gesteld moeten worden voor succesvolle toepassing en implementatie.

 

De publicatie is vrij te downloaden en kan worden voorzien van eigen logo. TKI Urban Energy roept relevante partijen op de publicatie dan ook aan te bieden aan personen voor wie de publicatie interessant kan zijn.

 

Onder de vlag van de Topsector Energie werkt TKI Urban Energy aan het vormen van kansrijke samenwerkingsverbanden tussen Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en andere partijen. De publicatie ‘Warmtenetten ontrafeld’ draagt bij aan een CO2-vrije gebouwde omgeving in 2050. ‘Warmtenetten ontrafeld’ is opgesteld door adviesbureau DWA in opdracht van TKI Urban Energy.

 

HANDLEIDING


Startmotor geeft warmtetransitie vaart

Warmtebedrijven, woningkoepel  Aedes en 35 woningcorporaties sloten deze week het zogeheten Startmotorakkoord, die aansluiting van 100.000 huurwoningen op warmtenetten mogelijk maakt. Energie-Nederland is blij met de impuls en denkt dat het zeker vaart brengt in de warmtetransitie.

 

De betrokken warmtebedrijven en corporaties hebben de afspraken om 100.000 huurwoningen te gaan verduurzamen vastgelegd in een kader. Het kader is in nauw overleg met de Woonbond, het Rijk en betrokken gemeenten en VNG tot stand gekomen. Deze partijen hebben hun steun hiervoor uitgesproken. Grote pluspunten zijn met name dat huurders niet meer gaan betalen bij een overstap naar een warmtenet en dat er gewerkt gaat worden met een transparante business case. Met die laatste afspraak geven warmtebedrijven meer inzicht in de business case dan waar dan ook gebruikelijk is.

Er is ruimte om lokaal en in gezamenlijk overleg af te wijken van het kader. Het kader is ook vrijelijk beschikbaar voor alle andere partijen die er gebruik van willen maken.

 

Ook Minister Ollongren omarmde het akkoord: “Dit is heel goed nieuws voor de energietransitie van de bestaande bouw. Door dit Startmotor-akkoord kunnen 100.000 huurwoningen op een warmtenet worden aangesloten, zonder dat dit extra geld kost voor de bewoners. Dat is goed nieuws voor gemeenten, corporaties, warmtebedrijven en natuurlijk voor de huurders. Ik ondersteun dit akkoord daarom van harte en draag met 200 miljoen subsidie ook bij aan de omschakeling van aardgas naar warmte. Het akkoord is wat mij betreft een prachtig voorbeeld van hoe je samen als overheid en markt tot resultaat kunt komen.”

 

Met dank aan Energie-nederland


TKI Nieuw Gas zet Nederlandse waterstofprojecten in de etalage

In Nederland vinden veel activiteiten en initiatieven plaats op het gebied van waterstof. Projectburo De Laat heeft een overzicht gemaakt van alle bij TKI bekende en openbare waterstofprojecten. Hiermee worden deze projecten en de betrokken spelers in de etalage gezet. Het is een toonbeeld geworden van de Nederlandse ambities en kansen op dit terrein!

Om ook aan de internationale contacten te laten zien wat op waterstofgebied in Nederland speelt, is het overzicht in het Engels. Mocht je aanvullingen of correcties hebben, dan ontvangt TKI die graag via office@tki-gas.nl.

 

OVERZICHT


Zorginstelling wekt zonne-energie op dankzij inzet medewerkers

Duurzaam ondernemen is een kwestie van willen. De Noord-Brabantse zorginstelling Joris Zorg bewijst het. Zij vatte het plan op om op de eigen locaties zonnepanelen te plaatsen. Dankzij inzet van het hoofd bedrijfsvoering en de assistent controller liggen ze er nu.

 

Joris Zorg: zorg voor ouderen

Joris Zorg richt zich met verschillende zorgcentra en zorgboerderijen op ouderen. Het is zorg vanuit het hart. Met hart voor duurzaamheid. Want in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen wil Joris Zorg ook een bijdrage leveren. De investeringen kunnen op termijn ook financieel aantrekkelijk zijn. En voor een prettig binnenklimaat zorgen, zoals gebeurt met de warmte-koudeopslag op de locatie in Oirschot.

Kosten-batenanalyse zonne-energie

In 2018 opperde de raad van toezicht het idee om zonne-energie op te wekken. "We zijn ons gaan inlezen en hebben een kosten-batenanalyse laten uitvoeren", zegt assistent controller Rien van Bijsterveldt. "Maar de investering viel tegen. We vroegen een prijs op bij een andere leverancier, deze was een stuk goedkoper."

 

Strak regie voeren

In 2019 ging de leverancier samen met de vaste elektra-installateur van Joris Zorg de locaties langs. "Maar aan de afstemming tussen beiden schortte het regelmatig", vertelt Van Bijsterveldt. "Dan zaten de regelkastjes van het elektra-installatiebedrijf bijvoorbeeld op de plaats waar volgens afspraak de omvormers hoorden. Daar leerden we vooral zelf van: als opdrachtgever moesten we veel strakker de regie voeren. Uiteindelijk ging ook dat goed." Sinds maart 2020 is het PV-systeem (zonnepanelen) operationeel.

Groene lening en subsidie

Samen met het hoofd bedrijfsvoering Gerard van den Tillaart zocht Van Bijsterveldt uit wat de financieringsmogelijkheden waren voor de zonnepanelen. "Via onze bank hebben we hiervoor een groenlening afgesloten. We hebben SDE+-subsidie aangevraagd voor onze grootste locatie. Voor de 2 kleinere locaties deden wij beroep op de oude Subsidieregeling energiebesparende maatregelen en duurzame energie bij zorginstellingen 2018 (EDZ 2018). De mensen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hebben ons daarin heel goed geassisteerd."

 

Wil om duurzaam te ondernemen

Volgens Van Bijsterveldt kan elke zorginstelling het voorbeeld van Joris Zorg volgen. Hij vertelt verder: "Als je maar de wil hebt om te investeren in duurzame maatregelen. En het is belangrijk om partners te vinden bij wie je een goed gevoel hebt. Op hen moet je kunnen bouwen."


Verduurzaming: nieuw windpark Tweede Maasvlakte

Rijkswaterstaat en Eneco tekenden recent een overeenkomst om een windpark op de zeewering van de Tweede Maasvlakte in Rotterdam te bouwen en exploiteren. Dit is het eerste grote windpark op land waar geen subsidie voor aangevraagd wordt. Eneco bouwt de windmolens op grond van het Rijk.

 

Het project is door Rijkswaterstaat in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, Gemeente Rotterdam, Havenbedrijf Rotterdam, Rijksvastgoedbedrijf en ministerie van Economische Zaken en Klimaat tot stand gekomen. De verwachting is dat het windpark in 2023 in productie is en zal het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 25 jaar 100% van duurzame elektriciteit voorzien.

Forse bijdrage klimaatdoelen

De aanbesteding is uniek omdat het windpark niet alleen op rijksgrond wordt gebouwd, maar het rijk (via Rijkswaterstaat) ook afnemer wordt van de duurzame elektriciteit. Het levert voldoende elektriciteit om het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat inclusief Rijkswaterstaat van 100% duurzame elektriciteit te voorzien. De resterende opgewekte stroom van het windpark zal via Rijkswaterstaat beschikbaar komen voor andere Rijksonderdelen.

 

Het windpark zal naar verwachting in 2023 in productie zijn, waarmee het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 7 jaar eerder dan de geplande doelstelling haar elektriciteitsverbruik verduurzaamt. Het windpark levert tevens een forse bijdrage aan de ambities om meer duurzame energie op te wekken in de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Rotterdamse havengebied. Daarnaast draagt het park bij aan de doelen van het klimaatakkoord van het Rijk.

 

Windpark op land zonder subsidie

Het windpark zal zonder SDE-subsidie worden gerealiseerd. Dat is tot op heden bij windparken op land nog nooit gebeurd. Dit kan door de afname van 25 jaar groene stroom door het Rijk in combinatie met het voor windenergie zeer gunstige windklimaat op de Tweede Maasvlakte.

 

Vernieuwend aanbesteden

Rijkswaterstaat heeft dit duurzame stroomcontract aanbesteed via een intensieve dialoog met marktpartijen. ‘Voor Rijkswaterstaat is dit tekenmoment een mijlpaal in onze ontwikkeling naar duurzame uitvoeringsorganisatie van de rijksoverheid. We hebben deze bijzondere opdracht aanbesteed in een open en eerlijk proces. Eneco en Rijkswaterstaat hebben samen gezocht naar duurzame en innovatieve oplossingen en toegewerkt naar een uitvoeringsproces waarin risico’s goed worden beheerst’, zegt Michèle Blom, directeur-generaal bij Rijkswaterstaat. Het resultaat is voor de komende 25 jaar een goede overeenkomst, een windpark van hoge kwaliteit en financiële voorspelbaarheid voor beide partijen. Dit past binnen ambitie van Rijkswaterstaat om toe te werken naar een vitale infrasector die duurzaam en innovatief is, financieel gezond en waarin de risico’s die inherent zijn aan infraprojecten, in gezamenlijkheid goed worden beheerst.

 

Duurzaamheid en leefomgeving

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wil koploper zijn in verduurzaming en in 2030 energieneutraal zijn. Bij al ons werk aan weg en water willen we de impact op het klimaat zo klein mogelijk houden. Dit betekent: evenveel energie opwekken als verbruiken, volledig duurzaam. We verlagen onze CO2-uitstoot, tot uiteindelijk nul. De Ramspolbrug bij de autoweg N50 is een voorbeeld van een energieneutraal bouwwerk. Ook gebruiken wij ledverlichting langs snel- en vaarwegen wat een besparing van 30% van het totale elektriciteitsverbruik oplevert.


De waterstoffabriek van de toekomst

Het Fraunhofer-Instituut heeft een concept uitgewerkt van een decentrale waterstoffabriek van de toekomst.

 

De waterstoffabriek van de toekomst

Waterstof is onmisbaar voor een succesvolle overgang naar hernieuwbare energiebronnen en het behalen van de klimaatdoelstellingen.  Hoewel het een milieuvriendelijke optie is om aan de vraag van de industrie naar elektriciteit, warmte en transport te voldoen, is deze veelzijdige energiebron alleen milieuvriendelijk als hij uit hernieuwbare energiebronnen wordt gewonnen.

Het Fraunhofer-Instituut (Fraunhofer-Institut für Fabrikbetrieb und -automatisierung IFF) heeft een vraaggestuurde, decentrale, modulaire waterstoffabriek bedacht die groene waterstof produceert en distribueert. Om het concept van de waterstoffabriek te kunnen omzetten hebben de onderzoekers modulair uitbreidbare subcomponenten ontwikkeld. Deze kunnen onderling worden verbonden en geïntegreerd in bedrijven- en industrieparken. Afhankelijk van de toepassing zal worden gekozen voor elektrochemische of biochemische processen om waterstof te produceren. “Het is niet mogelijk om overal wind- en PV-installaties te bouwen. We kiezen voor locatiespecifieke oplossingen en gebruiken waar mogelijk biogasinstallaties voor de productie. Plannen voor een proeffabriek bij Gommern in Saksen-Anhalt liggen op de tekentafel. Het resultaat is altijd groene waterstof”, legt een ingenieur uit.

 

Waterstof uit biomassa

Een voorbeeld van de uitwerking van een subcomponent is het het HyPerFerMent I-project. In dit project werkt het Fraunhofer IFF samen met MicroPro en Streicher Anlagenbau aan de productie van hernieuwbare waterstof uit biomassa. Zij maken gebruik van een speciaal microbieel vergistingsproces, vergelijkbaar met de productie van biogas, om waterstof rechtstreeks uit organisch afval te produceren. De stofwisseling van bepaalde bacteriën zorgt voor de productie van een gasmengsel dat bestaat uit CO2 en vijftig tot zestig procent waterstof, dat gemakkelijk kan worden gezuiverd door de CO2 vervolgens te scheiden.

 

Een mobiel waterstofvulstation

Samen met het bedrijf Anleg hebben de onderzoekers een subcomponent gebouwd, de Mobile Modular H2 Port (MMH2P). Dit is een draagbaar waterstoftankstation voor korte ritten tot 200 kilometer. Op een aanhanger bevinden zich uitbreidbare druksystemen met compressoren die kunnen worden bijgevuld en indien nodig waterstof kunnen leveren. Het Duitse Bondsministerie van Onderwijs en Onderzoek (BMBF) financiert het project.

 

Systeemintegratie

De onderzoekers vinden systeemgeïntegreerde waterstofproductie belangrijk. Niet alleen de waterstof die tijdens de elektrolyse wordt geproduceerd moet worden gebruikt, maar ook de zuurstof, bijvoorbeeld voor lasprocessen of voor in rioolwaterzuiveringsinstallaties. Lastige microverontreinigingen zoals farmaceutica, pesticiden en cosmetica kunnen uit het afvalwater worden verwijderd als er ozon (het molecuul bestaat uit 3 zuurstofatomen) in het water wordt gebracht. Een ander gebruiksscenario voorziet het gebruik van zuurstof in de landbouw om biogasinstallaties te ontzwavelen.

 

Bron: ptindustrieelmanagement


Herziene regeling Energy Performance of Buildings Directive van kracht

De herziene Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III) is omgezet in Nederlandse wet- en regelgeving. Daarom moeten gebouwen en (technische) installaties in gebouwen vanaf nu aan nieuwe eisen voldoen.

 

De EPBD lll-regeling is de Europese richtlijn voor de energieprestaties van gebouwen. De regelgeving heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. De richtlijn bevat maatregelen voor gebruikers en eigenaren van gebouwen. Het doel is om hen bewust te maken van het energiegebruik van hun gebouwen. En het stimuleert hen tot het treffen van maatregelen om energie te besparen.

Woningcorporaties, gebouweigenaren, huurders, technische dienstverleners, bouwbedrijven, bouwmaterialenindustrie, gemeenten en andere partijen die actief zijn in de gebouwde omgeving krijgen met deze regels te maken.

 

Maatregelen EPBD III

De maatregelen uit de EPBD III zijn onderverdeeld in 3 pijlers;

1. Eisen energiezuinigheid voor installaties in gebouwen

Om gebouwen energiezuiniger te maken worden eisen voorgeschreven voor installaties in gebouwen. Wordt er een nieuwe installatie geïnstalleerd? Of wordt een bestaande installatie aangepast? Dan gelden er eisen voor de energieprestatie en het geschikt installeren, inregelen en de instelbaarheid van installaties. Lees meer over de Systeemeisen technische bouwsystemen - EPBD III.

 

2. Keuringen van verwarmings- en airconditioningsystemen

De keuringsverplichtingen voor verwarmings- en airconditioningsystemen wordt aangepast. Verwarmings- en airconditioningsystemen moeten voortaan vanaf een nominaal vermogen van 70 kW worden gekeurd. Deze keuring moet respectievelijk om de 4 en 5 jaar plaatsvinden.

Utiliteitsgebouwen met verwarmings- of airconditioningsystemen met een vermogen van meer dan 290 kW moeten vanaf 1 januari 2026 zijn voorzien van een gebouwautomatiserings- en controlesysteem (GACS). Dit gebouwautomatiserings- en controlesysteem moet voldoen aan bepaalde voorwaarden. Lees meer over de Technische keuringen verwarmings- en aircosystemen - EPBD III.

 

3. Laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer

Het gebruik van elektrisch vervoer wordt gestimuleerd en dit heeft een positief effect op het aantal oplaadpunten voor elektrische auto’s. Daarom introduceert de richtlijn een verplichting om laadinfrastructuur aan te leggen voor elektrische voertuigen in de (private) gebouwde omgeving bij nieuwbouw of als er ingrijpend wordt gerenoveerd. Met deze verplichting moet al bij de ontwikkeling van bouwplannen rekening worden gehouden. Lees meer over de Laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer - EPBD III.

 

De herziene EPBD-regeling is gepubliceerd in het Staatscourant


Lokale biomassa als duurzame brandstof voor de historische stoomtram