Squad: een Nederlandse mini-auto die rijdt op zonne-energie

Het in Breda gevestigde Squad Mobility heeft in de gaten dat een groot deel van de autoritjes in Nederland slechts een kleine afstand bestrijkt en dat auto’s eigenlijk veel te veel ruimte innemen. Daarom ontwikkelt men de Squad, een wagentje dat vier keer op een standaard parkeerplaats past en dankzij een stel zonnepanelen in theorie nooit via het stopcontact hoeft te worden opgeladen.

Volgens de makers kun je er dagelijks bijna twintig kilometer mee rijden, enkel met behulp van de stralen van de zon. Ook is er een verwisselbare accu beschikbaar, zodat je ook op langere stukken uit de voeten kunt. Met een topsnelheid van 45 kilometer per uur lijkt het me een ideaal wagentje voor in de stad. De Squad is vanaf 2022 beschikbaar voor prijzen vanaf 5.750 euro.


Zelfvoorzienend distributiecentrum bij Schiphol Trade Park

Bij Schiphol Trade Park in Hoofddorp verrijst een distributiecentrum dat geheel zelfvoorzienend wordt in zijn eigen energiebehoefte. De energieproductie wordt er hoger dan het verbruik. Het DC wordt gerealiseerd door logistiek vastgoedontwikkelaar Intospace en de energie-infrastructuurspecialist Joulz.

  

Het pand, nu nog bekend als locatie AMS05, gaat zo’n 55.000 vierkante meter aan opslagruimte beslaan, met nog eens ruim 6.500 vierkante meter aan tussenvloer. Daarnaast komt er zo’n 5.300 vierkante meter kantoorruimte en 64 loading docks voor vrachtwagens en busjes.

De eerste palen zijn eind juni de grond in gegaan. De oplevering staat gepland in begin april komend jaar. Het gebouw moet gaan voldoen aan de hoogste duurzaamheidseisen met een BREEAM-certificaat in de klasse ‘outstanding’.

 

Door de fors gestegen energievraag is het elektriciteitsnet in Nederland in de afgelopen jaren als het ware dichtgeslibd. Vanwege deze zogeheten netcongestie kan de netbeheerder geen stroom leveren aan een nieuw distributiecentrum en dus hebben Intospace en Joulz een off-grid systeem ontworpen.

  

De oplossing wordt mogelijk gemaakt door bestaande technologie te combineren met een innovatief energiebeheersysteem dat productie en consumptie nauwkeurig op elkaar afstemt. Zonnepanelen zorgen voor de eigen duurzame stroomvoorziening en batterijopslag zorgt voor energiezekerheid. De jaarproductie van het gebouw met zo’n 22.000 zonnepanelen wordt ongeveer 7,6 megawattuur.


Eerste fabriek waar kerosine uit CO2 en water wordt gemaakt

De Duitse minister voor Milieu, Svenja Schulze, opende deze week een fabriek die kerosine maakt uit CO2 en water. Deze duurzame vliegtuigbrandstof moet een oplossing zijn voor de zeer vervuilende luchtvaart, dat nu 2,5 procent van alle uitstoot op aarde veroorzaakt.

 

De fabriek ligt in Werlte, bij de grens met Nederland. De non-profit Atmosfair leidt het project, waarin waterstof (gemaakt van elektriciteit en water) samen met CO2 een soort olie vormt. Van die olie maakt de fabriek vervolgens een brandstof die vliegtuigen kunnen gebruiken.

 

Duurzaam vliegen

Deze ‘synthetische kerosine’ lijkt een goede kandidaat voor vergroening van de luchtvaart op korte termijn. Het kan in de bestaande tankstations voor vliegtuigen gestopt worden, waardoor bijmengen mogelijk is. Zo kan een vliegtuig geleidelijk steeds meer synthetische kerosine gebruiken en wordt luchtvaart duurzamer - hoewel vliegen op 100 procent synthetische kerosine nog niet mogelijk is.

Bovendien is het de vraag of er genoeg duurzame waterstof beschikbaar is om een groot deel van de luchtvaart duurzaam te maken. Duurzame waterstof - de grondstof voor de groene kerosine - vraagt immers om groene stroom, die ook nodig is om alle andere duurzame initiatieven te laten draaien. De fabriek in Duitsland haalt de nodige stroom uit nabijgelegen zonneparken, maar kan maar weinig produceren: acht vaten per dag, of 1500 liter. Genoeg om elke drie weken een klein vliegtuig te vullen

 

Nog niet winstgevend

En dan is de fabriek, die de initiatiefnemers commercieel noemen, voorlopig ook nog niet winstgevend. Het doel is om te laten zien dat een fabriek van deze omvang kan groeien en dat het businessmodel klopt. Als zonne-energie dan goedkoper wordt en de vraag naar duurzame kerosine toeneemt, zal de terugverdientijd korter worden.

 

Of de vraag naar duurzame brandstof voor vliegtuigen stijgt, ligt waarschijnlijk vooral aan overheden. Brandstof gemaakt met waterstof is nu nog vele malen duurder dan gewone kerosine. Dat komt onder anderen omdat er geen belasting op kerosine wordt geheven. Ook is de luchtvaart voor een groot deel uitgesloten van de afspraken die de EU maakt over het klimaat. Dat zorgt ervoor dat de sector nog lange tijd vervuilend zal zijn.


TU Delft maakt elektriciteitsnet future-proof

Om het elektriciteitsnet klaar te stomen voor de toekomst, is door de TU Delft, overheid en partners als TenneT, samen gebouwd aan een gloednieuw laboratorium: het Electrical Sustainable Power Lab, ook wel het ESP Lab genoemd.

 

Ooit bouwden wij hoogspanningsnetten om overal in het land aan de vraag naar elektriciteit te voldoen. Het netwerk verandert nu in een Europese multifunctionele verbinder van een dynamisch elektriciteitsaanbod, een stuurbare vraag naar energie en een koppeling naar opslag in moleculen en elektronen. Het ESP Lab is de plek om deze innovaties te ontwikkelen en te testen in relatie tot het gehele energiesysteem. 

De TU Delft beschikt met het ESP Lab niet alleen over ongekende mogelijkheden voor nieuw onderzoek; het laboratorium viel de afgelopen tijd ook nog eens architectonisch op. Zo is het ESP Lab genomineerd voor de NRP Gulden Feniks – dé prijs voor duurzame en innoverende renovatie- en transformatieprojecten – alsook de ARC Award (categorie Detail).


Noordzeekanaalgebied op weg naar duurzame en circulaire industrie

De industrie in het Noordzeekanaalgebied (NZKG) tussen IJmuiden en Amsterdam werkt aan het verduurzamen van haar productieprocessen.

 

Bedrijven ontwikkelen plannen om van fossiele brandstoffen over te stappen op duurzame energievoorziening. Daarvoor is niet alleen meer duurzame elektriciteit in het gebied nodig, maar ook waterstof (voor productieprocessen met hoge temperatuur), warmte en stoom.

Om de afgesproken klimaatdoelen voor 2030 te halen is de afvang en opslag van CO2 een noodzakelijke tussenoplossing. De projecten die het verduurzamen van de industrie in het NZKG mogelijk gaan maken, zijn beschreven in de Cluster Energie Strategie (CES) NZKG. Deze wordt tweejaarlijks geupdate om actuele ontwikkelingen mee te nemen. Zo loopt er nu een haalbaarheidsstudie naar een alternatief voor de verduurzaming van Tata Steel, waarin wordt onderzocht of versneld overgestapt kan worden op waterstof.

 

In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over het terugdringen van de CO2-uitstoot. De ambitie van de industrie in het NZKG is om in 2030 de CO2-uitstoot met de helft te verminderen en in 2050 volledig CO2-neutraal en circulair te zijn. Daarnaast is het gezonder maken van de leefomgeving in het NZKG van groot belang. De verduurzamingsmaatregelen die het bedrijfsleven in de regio willen nemen dienen dan ook verschillende doelen: het terugdringen van de CO2-uitstoot, het gezonder maken van de leefomgeving en het bieden van duurzame energie voor de bebouwde omgeving en mobiliteit. Daarmee ontstaan ook kansen voor nieuwe groene en circulaire bedrijvigheid in het NZKG.

 

Bron: Energienieuws


Onze kracht zit in de keten volgens Royal IHC

Topsector Energie in gesprek met Stefan Lettink. Hij is marktdirecteur offshore wind bij Royal IHC . Royal IHC ontwerpt en bouwt schepen en materieel in de offshore-sector en heeft een grote track record in het leveren van sustainable offshore systemen. Royal IHC doet mee aan een tiental Topsectorprojecten.

 

Het wordt eigenlijk bevestigd door iedereen in deze sector: TKI Wind op Zee en de FLOW- en GROW-programma’s die daarmee nauw verbonden zijn, zijn een sleutel tot de successen in offshore windenergie op de Noordzee. En daarmee voor de exportpositie van Nederland in deze sector.

Stefan Lettink zegt het niet anders. Als marktdirecteur offshore wind ontwikkelt hij tevens nieuwe business van Royal IHC in deze sector: “Offshore wind is nog een relatief jonge markt, met enorm snelle ontwikkelingen. We zijn in zeven jaar tijd gegroeid van windturbines met drie megawatt vermogen naar molens van twaalf tot veertien MW! Dat is op zichzelf al een enorme drive voor onze industrie, want dat stelt steeds nieuwe eisen aan de equipment en schepen voor de fundatie en turbine installatie, maar ook voor schepen voor kabels leggen en windpark onderhoud.”

“Bij de toenemende turbinecapaciteit worden ook de belangen steeds groter. De kosten voor ‘down time’ van een turbine worden hoger. Dat vereist geavanceerdere Service Operations Vessels, om ook onder slechte weersomstandigheden service technici op een veilige manier over te zetten op een windturbine.”

 

TKI Wind op Zee heeft veel innovaties in deze richting opgeleverd, vindt Lettink. “Dit laat ook zien: innovatie kan alleen maar als de hele keten betrokken is. Je kan wel een goed idee hebben, maar het moet wel door alle stakeholders in de keten gedragen worden voordat het toegepast kan worden. Alleen zo valt ‘technology push’ samen met ‘market pull’.”

 

Sprongen

Lettink ziet dat de innovatie in offshore wind verloopt in relatief kleine stappen. “Het is een kapitaalintensieve industrie die risico’s beperkt, waarbij juist de laatste TRL-niveaus het lastigst zijn. Aan de andere kant is de beschikbare time-to-market kort. In heel korte tijd zijn de turbines in vermogen vier keer zo groot geworden. Het leveren van een proof-of-concept of proof-of-technology vereist nóg meer focus, nóg meer funding.”

 

Weliswaar ontbreken in Nederland de grote windturbinebouwers, maar in de bouw van windparken voor de kust heeft Nederland een sterke positie ontwikkeld, mede dankzij de uitgebreide offshore en maritieme ervaring. “Wij kennen elkaar van Topconsortium- of GROW-dagen, van projecten, we vinden elkaar gemakkelijk. Veel bedrijven zitten binnen dertig kilometer van elkaar, rond de regio Rotterdam/Papendrecht/Delft. Een soort ‘Silicon Valley’ voor offshore dus. Ook zijn er veel startups te vinden. En doordat mensen relatief gemakkelijk van het ene naar het andere bedrijf verhuizen krijg je ook kruisbestuiving.”

Tempo

Toch worden er nog wel eens kansen gemist, denkt Lettink. “En het tempo kan verder omhoog. Dat heeft ook te maken met financiering. Subsidies zijn ook een hefboom om intern financiering los te krijgen. Tegelijkertijd zou de organisatie van de subsidies misschien iets eenvoudiger opgezet kunnen worden.” Maar in de basis staat de windenergiesector er goed op, ook internationaal. “Op gebied van de installatie van windparken, en de schepen en equipment die hiervoor nodig zijn, zijn we onderscheidend. We plukken ook als Royal IHC de vruchten daarvan in Europa, en ook in Azië. Maar om succesvol te blijven in deze competitieve markt, nog steeds gedreven door lage kosten, is het noodzakelijk om innovatief te blijven.”

 

Gezamenlijk belang

Het buitenland kijkt met interesse naar de ontwikkelingen in Nederland, zegt Lettink. “Wij zijn binnen IHC Offshore Energy bezig met het ontwikkelen van een ‘autonomous’ service operations vessel, dus een schip met een soort automatische piloot, waarmee de meest efficiënte route door een park kan worden bepaald en worden gevolgd. Bovendien zal dit systeem ook taken van de bemanning kunnen overnemen, waardoor op termijn minder bemanning nodig is, en de operationele kosten verder dalen. Dit project, uitgevoerd in samenwerking met MARIN, is mede gefinancierd door TKI Wind Op Zee.

 

Verder hebben we met een consortium van bedrijven een projectvoorstel ingediend voor het optimaliseren van de planning van het onderhoud aan een windpark: hoe plan je dat het beste in een groot park met 100 turbines? Daarbij spelen veel aspecten een rol. Denk aan de route door een park, de weerscondities, te onderhouden turbines en de grotere belangen die spelen. Dan wordt data-gedreven onderhoudsplanning steeds interessanter. Op die manier kun je brandstofkosten besparen en de uptime van turbines verhogen. Hierbij is samenwerking tussen de verschillende systemen noodzakelijk. Zonder TKI-verband zou je misschien uit het oog verliezen dat zoiets een gezamenlijk belang is.”

 

Lettink ziet goede perspectieven voor verdere innovatie in de komende tien jaar. “We gaan verder de zee op, de windturbines gaan drijven. Dat is nu nog wat duur, maar de kosten gaan omlaag.” Lettink heeft dan ook nog wel een verlanglijstje: “Subsidie voor technologische innovatie en een samenwerkingsverband zoals onder de topsector blijven nodig. De innovatie-eis bij aanbesteding van windparken zie ik niet als een stimulans, het werkt soms zelfs averechts. Qua innovatie zou ik ervoor willen pleiten bij subsidieverlening niet alleen te kijken mogelijke besparingen op kosten, maar ook aspecten als veiligheid, of CO2-uitstoot in de evaluatie mee te nemen. En we zouden best iets meer aan industriepolitiek mogen doen, zoals ook in verschillende andere landen wordt gedaan.”


Certificering voor drijvend zonne-energie platform

Bureau Veritas heeft een Approval in Principle (AiP) afgegeven aan het Nederlandse duurzame energiebedrijf SolarDuck voor zijn offshore drijvende zonne-energie platform 'King Eider'. Dit is de eerste keer dat een dergelijke goedkeuring is verleend aan drijvende zonne-energietechnologie, het begin van een nieuw tijdperk voor deze vorm van hernieuwbare energie.

 

SolarDuck's eerste pilot 'King Eider', gelanceerd in april, bestaat uit vier driehoekige units die aan de bovenkant voorzien zijn van 156 zonnepanelen en een gecombineerd elektrisch vermogen van 64 kWp aan het net leveren. Het platform ligt in IJzendoorn, aan de Waal. De constructie houdt de zonnepanelen meer dan drie meter boven het waterniveau. Het platform is ontworpen om de kustwatercondities en orkaankracht aan te kunnen. Het is ook geoptimaliseerd voor offshore toepassingen in estuaria, natuurlijke havens en near-shore-locaties.

Het project is ontstaan uit de ambities van een groep maritieme en energie-ingenieurs die SolarDuck hebben opgericht om een actieve rol te spelen om een emissievrije wereld dichterbij te brengen. Toen zij zich realiseerden dat zonne-energie de goedkoopste en meest efficiënte vorm van hernieuwbare energie is voor veel steden, eilanden en regio's over de hele wereld, maar ontoegankelijk voor veel van deze regio's vanwege landschaarste, begon het team het project om zonnepanelen offshore te laten ‘zweven’.

 

Bureau Veritas is vanaf de ontwerpfase bij het project betrokken. De AiP betreft de ontwerpmethodologie van de structuur van de unit en valideert de relevante onderdelen tegen de richtlijn NI631 over het certificeringsschema voor mariene hernieuwbare energietechnologie en richtlijn NI572 over de classificatie en certificering van drijvende offshore windturbines. Deze richtsnoernota's bevatten de vereisten om nieuwe mariene hernieuwbare energietechnologie te certificeren.

Meer dan dertig jaar

Don Hoogendoorn, CTO van SolarDuck: “In de tien jaar die ik werk in de maritieme industrie heb ik geleerd hoe ik betrouwbaarheid, onderhoudsgemak en veiligheid van een ontwerp kan optimaliseren, en het tegelijkertijd kostenefficiënt kan houden. Bij SolarDuck streven we ernaar systemen te ontwerpen die meer dan dertig jaar meegaan, zoals ik gewend was te doen toen ik schepen bouwde. Het krijgen van externe officiële validatie dat ons systeem presteert zoals het hoort, maakt me trots.”

 

Koen Burgers, CEO van SolarDuck: “Bureau Veritas is een sleutelnaam in de maritieme industrie en staat bekend om de certificering van maritieme constructies. We zijn enorm dankbaar voor hun steun en samenwerking bij het certificeren van onze technologie en het stellen van de eerste normen voor de offshore drijvende zonne-energie industrie.”

 

Paul Shrieve, Vice President Offshore & Services bij Bureau Veritas Marine & Offshore: "Voortbouwend op onze ervaring in de maritieme en offshore markt hebben we SolarDuck tijdens deze innovatieve reis ondersteund door risico's te beoordelen, regelgeving te analyseren en de algehele prestaties van de veiligheid van het afmeren te verbeteren. We zijn er trots op deel uit te maken van de onderneming en bij te dragen aan het betrouwbaar maken van deze geavanceerde oplossing.”


Ameland krijgt testlocatie voor het winnen van duurzame energie

Het Nederlandse bedrijf SeaQurrent is bij Ameland gestart met de bouw van een testlocatie voor het winnen van duurzame energie met behulp van een onderwatervlieger. Begin 2022 zal de eerste Tidalkite energie opwekken.

 

Natuurverschijnselen zoals zon en wind herbergen veel energie die we oogsten met zonnepanelen en windmolens. Ook de zee heeft energie in de aanbieding en wel in de vorm van stroming die ontstaat uit het verschil tussen eb en vloed. Het Nederlandse bedrijf SeaQurrent gaat deze energie onderwater opvangen met behulp van een vlieger. Afgelopen week is het gestart met het gereedmaken van de testlocatie waar de vlieger uiteindelijk moet komen.

De Tidalkite zoals de getijdevlieger heet, zit vast aan een paal in de zeebodem en vliegert onder water dwars op de stroming. “Het is vergelijkbaar met vliegeren op het strand”, legt Maurits Alberda van SeaQurrent uit. “Net als een gewone vlieger beweegt de Tidalkite door de stroming van links naar rechts.” De kite bestaat uit meerdere vleugels en door de trekkracht wordt een hydromotor aangedreven die op zijn beurt weer een generator aanzwengelt en zo wordt de groene stroom opgewekt. Een elektriciteitskabel brengt de stroom aan land. Omdat de vlieger drie meter onder het wateroppervlak zweeft is hij voor het oog onzichtbaar en kan hij vrij dicht op de kust geïnstalleerd worden.

 

Mooie aanvulling

De hoeveelheid stroom die een Tidalkite kan opwekken is afhankelijk van de afmeting van de vlieger en de stroomsnelheid. De vlieger die nu gebouwd wordt is twaalf bij zeven meter en kan volgens Seacurrent voldoende stroom opwekken voor 700 huishoudens. Ter vergelijking, een flinke windmolen met een tiphoogte van 208 meter wekt 10 keer zoveel energie op. “Het zal nationaal op de energietransitie niet een hele grote impact hebben”, zegt Alberda. Maar het kan een mooie aanvulling zijn, zeker in het Waddengebied.

 

Want deze vorm van energieopwekking heeft een aantal voordelen ten opzichte van de meer gangbare zonne- en windenergie. Anders dan bij wind en zon is getijdenenergie niet afhankelijk van het weer en dag en nacht beschikbaar. Bovendien is het op de minuut voorspelbaar. Daardoor kan getijdenenergie een belangrijke aanvulling zijn op zonne- en windenergie, kan het elektriciteitsnet op de Waddeneilanden optimaal benut worden en zijn er minder kabels nodig naar het vaste land. Bovendien is de vlieger onzichtbaar voor het oog, waardoor het unieke weidse landschap op de Wadden niet wordt aangetast.

 

Seaqurrent ziet dan ook in eerste instantie veel mogelijkheden in het Waddengebied. Samen met de lokale energie coöperatie Amelander energie (AEC) zijn plannen voor de ontwikkeling van een getijdepark. “Bewoners van Ameland zien dagelijks dat water stromen en vragen zich af waarom doen we daar niks mee? We willen samen met hen een centrale ontwikkelen en de opbrengsten daarvan delen. Vergelijkbaar met een zonnepark maar dan voor getijdenenergie”, zegt Alberda. Ook het Waddenfonds, dat investeert in projecten die de ecologie en duurzame economische ontwikkeling van het waddengebied versterken, vindt de techniek veelbelovend. Het fonds investeerde tot nu toe 2,3 miljoen in de onderwatervlieger.

 

Toekomstmuziek

Uiteindelijk denkt SeaQurrent dat het mogelijk is om in de geulen rond Ameland voor 10 MW aan vliegers te installeren. Voor het hele Waddengebied is maar liefst 40 MW mogelijk. Maar dat is voorlopig nog toekomstmuziek. Op dit moment wordt een eerste proefexemplaar op werkelijke grootte gebouwd. “Die gaan we eerst op binnenwater testen”, zegt Alberda. Als dat allemaal goed gaat zal begin volgend jaar de eerste Tidalkite daadwerkelijk in zee vliegeren en stroom leveren aan Ameland."


Eerste stap voor ontwikkeling landelijk waterstofnet

Het kabinet komt met een plan om bestaande gasleidingen aan te passen voor het transport van waterstof. Dat kondigt Staatssecretaris Yeºilgöz-Zegerius van Economische Zaken en Klimaat aan in reactie op het rapport HyWay27. Dit rapport concludeert dat het haalbaar, veilig en kostenefficiënt is om bestaande gasleidingen te hergebruiken voor waterstof.

 

Het kabinet ziet een belangrijke rol weggelegd voor CO2-vrije waterstof bij de transitie naar een duurzaam energiesysteem. Waterstof kan niet alleen bijdragen aan het halen van de klimaatdoelstellingen, het biedt ook kansen voor economische groei. Nederland kan dankzij haar gunstige ligging, de internationale havens en de aanwezige gasnetten en opslagcapaciteit in de toekomst een spil zijn in de internationale waterstofmarkt. Om die kans te grijpen, zet het kabinet nu een belangrijke concrete vervolgstap: het ontwikkelen van een uitrolplan voor een transportnet voor waterstof.

 

Staatssecretaris Yeºilgöz-Zegerius: “Waterstof is nodig om onze industrie te verduurzamen en banen hier in Nederland te houden. Als we het goed aanpakken, kan ons land er bovendien ook nog een goede boterham mee verdienen. De overheid moet wat mij betreft de juiste randvoorwaarden bieden, zoals infrastructuur, zodat bedrijven de noodzakelijke verduurzamingsslag hier in Nederland kunnen maken. Dat we ons uitstekende gasnet met enkele aanpassingen veilig en kosteneffectief kunnen omvormen tot een transportnet voor waterstof biedt een grote verduurzamingskans voor de Nederlandse industrie die we niet mogen laten liggen.”

HyWay27

Uit diverse onderzoeken blijkt dat CO2-vrije waterstof nodig is om de Nederlandse ambitie van een duurzame, klimaatneutrale economie te realiseren. Het HyWay27 onderzoek stelt dat de ontwikkeling van transportcapaciteit  voor waterstof een cruciale stap is om waterstof die sleutelpositie in onze economie en energievoorziening te geven. Op korte termijn ziet het onderzoek vooral vraag vanuit de industrie. Op langere termijn is de verwachting dat ook vanuit de sectoren mobiliteit, de gebouwde omgeving en de elektriciteitssector (CO2-vrij regelbaar vermogen) concrete vraag om transportcapaciteit voor waterstof ontstaat. Het rapport HyWay27 is opgesteld door PWC Strategy& op basis van een gezamenlijk onderzoek van de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Financiën en de landelijke netbeheerders TenneT en Gasunie.

 

Het kabinet concludeert op basis van dit onderzoek dat een transportnet voor waterstof noodzakelijk is en dat deze omwille van kosteneffectiviteit voor een zo groot mogelijk deel zal moeten bestaan uit hergebruik van bestaande leidingen. Daarom is het kabinet voornemens Gasunie te vragen de ontwikkeling van het transportnet voor waterstof op zich te nemen en de gasleidingen vrij te spelen om te kunnen hergebruiken. Ook komt het kabinet met een plan, waarbij gebruik wordt gemaakt van de Cluster Energiestrategieën (CES), dat inzicht geeft in waar en wanneer behoefte aan transportcapaciteit ontstaat. In combinatie met een tijdslijn voor het beschikbaar komen van leidingen, moet dit leiden tot een onderbouwde uitrol en fasering van het landelijk waterstofnet. Het is aan een nieuw kabinet om te besluiten hoe de leidingen moeten komen te liggen en de financiering daarvan.


The Sustainable Industry Lab gaat van start

Het Sustainable Industry Lab (SIL) is van start gegaan. SIL destilleert belangrijke keuzes en de gevolgen daarvan van de industriële duurzame transformatie tussen 2020 en 2050. Door het synthetiseren van academische en expertkennis wil SIL de kwaliteit van het maatschappelijke en politieke debat verbeteren om te komen tot een klimaatneutrale Nederlandse industrie tegen 2050.

 

SIL wil dit doel verder bereiken door een visualisatie te realiseren van mogelijke industriële toekomsten, passend binnen de mondiale duurzaamheidsagenda en de Nederlandse economische ambities. SIL zal de komende vijf jaar werken aan academische en beleidsstukken en de samenleving en beleidsmakers informeren over de gevolgen van bepaalde keuzes.

 

Visie

De visie van SIL is de versnelling van de industriële transformatie die overeenkomt met nationale economische ambities met de wereldwijde duurzaamheidsagenda.

 

Missie

De missie van SIL is om:

·      De gevolgen van belangrijke keuzes verwoorden en visualiseren door academische en deskundige kennis te combineren;

·      Het maatschappelijke en politieke debat over de keuzes op een hoger plan brengen gerelateerd aan de transformatie van de Nederlandse industrie;

·      Stel je de toekomst voor die door de keuzes wordt geïmpliceerd en visualiseer deze.

Het Sustainable Industry Lab brengt de academische wereld, het bedrijfsleven, de overheid en maatschappelijke partners samen om kennis te synthetiseren en te ontsluiten die nodig is voor de keuzes die voor ons liggen. Door toekomsttechnieken, samenwerkingen tussen wetenschap en stakeholders en een creatief proces zal het Sustainable Industry Lab een onafhankelijke positie innemen in het maatschappelijke en politieke debat. Onze activiteiten zijn gericht op het bieden van kennis en beleidsaanbevelingen om essentiële maatschappelijke dilemma’s te ontwarren.

 

De centrale focus van het Sustainable Industry Lab is het verwoorden van keuzes en consequenties om te komen tot een CO2-neutrale Nederlandse industrie in 2050. De activiteiten en deliverables zijn georganiseerd rond vijf thema’s.

Hernieuwbare energie voor de industrie

Het thema hernieuwbare energie voor de industrie richt zich op de toekomstige hernieuwbare energiebronnen voor de industrie in Nederland, waarbij we de uitdaging aangaan dat Nederland een relatief grote en energie-intensieve industriële sector heeft dat huishoudelijke hernieuwbare energie voornamelijk elektrisch is (wind en zon) en wordt beperkt door concurrentie voor land- en offshore gebruik.

 

De Nederlandse koolstofcyclus

Het thema Nederlandse koolstofcyclus kijkt naar de wisselwerking tussen de energietransitie en de ambitie voor een circulaire economie. In onze branche, in het bijzonder de petrochemische industrie, sluiten deze ambities op nog slecht begrepen wijze samen.

 

Maatschappelijk verdienvermogen en duurzame investeringen

De Nederlandse industrie is essentieel voor het maatschappelijk verdienvermogen. Om de mondiale duurzaamheidsagenda af te stemmen op de Nederlandse economische ambities, moeten duurzame investeringen mogelijk worden gemaakt. Dit thema verkent de ambities voor een CO2-neutrale Nederlandse industrieportefeuille in 2050, mogelijke investeringspaden en voorwaarden voor toekomstbestendige en verantwoorde businesscases.

 

Governance voor de industriële transformatie

Governance, ofwel de publiekprivate organisatie van de energietransitie, is essentieel voor een succesvolle industriële transformatie. In dit thema onderzoeken we vragen als: Wie draagt de verantwoordelijkheid om klimaatbeleid en -maatregelen mogelijk te maken, te versnellen of af te dwingen? Op welk bestuursniveau, internationaal, Europees of nationaal, kunnen we beleidsinstrumenten het beste reguleren of creëren?

 

Een eerlijke duurzame industriële transformatie

Het concept van de eerlijke energietransitie overbrugt de kloof tussen traditionele techno-economische besluitvorming en de maatschappelijke implicaties. In dit thema onderzoeken we hoe de duurzame industriële transformatie impact heeft op verschillende groepen, zoals werknemers en werkgevers, bedrijven, omwonenden, overheden en maatschappelijke en milieuorganisaties. We onderzoeken ook hoe potentieel negatieve effecten redelijkerwijs kunnen worden beperkt.

Organisatie en financiering

Het Sustainable Industry Lab bestaat uit een bestuur, een raad van toezicht en een ledengroep van het Sustainable Industry Lab. Het bestuur beslist hoe de financiering wordt toegewezen en is verantwoordelijk voor het nastreven van nieuwe financieringsmogelijkheden. Het is bovendien verantwoordelijk voor het dagelijkse beheer van de twee werkstromen. Een raad van toezicht, bestaande uit vertegenwoordigers van de overheid, onderzoek, industrie en ngo’s, houdt toezicht op de activiteiten van de raad, adviseert over jaarlijkse onderzoeksplannen en keurt jaarlijkse financiële en prestatierapporten goed. De ledengroep, bestaande uit academici en experts, werkt samen aan onderzoeksprojecten binnen de belangrijkste onderzoeksthema’s, stakeholderproces en creatieve werkstroom.

 

Het Sustainable Industry Lab wordt gefinancierd door externe partners met een budget van € 800.000 voor vijf jaar (2021-2025). Bovendien zijn toezeggingen gedaan om bij te dragen aan de ledengroep van het Sustainable Industry Lab en aanverwante activiteiten van overheid vertegenwoordigers, industriële bedrijven, academici, andere onderzoekspartners en ngo’s.

 

Bron: Duurzaam Ondernemen


Coca-Cola fabriek in Nederland CO2-neutraal

Coca-Cola kondigt in Nederland het plan aan dat de fabriek in Dongen vanaf 2023 volledig CO2-neutraal zal zijn. Het bedrijf wil juist ook nu blijven investeren in duurzaamheid en het terugdringen van de milieu impact, van productie tot aan verpakkingen. Deze plannen zijn onderdeel van de ambitie van Coca-Cola European Partners (CCEP) om in 2040 over de hele waardeketen klimaatneutraal te zijn. De fabriek in Dongen behoort tot één van de zes geselecteerde pilot-fabrieken in het kader van de 2040-ambitie van Coca-Cola European Partners. Hiervoor start Coca Cola ook een samenwerking met Eneco voor de levering van lokaal gewonnen duurzame energie.

Meer dan 85% van alle Coca-Cola dranken die in Nederland worden verkocht, zoals Coca-Cola, Fanta, Sprite en Fuze Tea, worden geproduceerd in de fabriek in Dongen. De eerste stappen om de ambitie te realiseren richting een CO2-neutrale fabriek zijn in gang gezet, zoals een overstap naar het gebruik van elektrische voertuigen op het terrein (heftrucks en veegwagens). Daarnaast wordt er overgestapt van gasboilers naar een volledig elektrische warmtepomp. Daarmee zal ook verwarming via stoom worden vervangen door verwarming via warm water. Dit gebeurt middels het gebruik van een intern warmwaternetwerk met energieterugwinning. Om de overgang van gas naar hernieuwbare elektriciteit compleet te maken, is het doel de gasgestookte krimpoven te vervangen door een elektrische oven.

 

Lokale wind- en zonne-energie van Eneco

Een belangrijk onderdeel van de transitie naar een CO2-neutrale fabriek1 is de samenwerking met Eneco voor de opwekking van lokale en duurzame energie. De fabriek in Dongen gebruikt sinds 2010 al 100% hernieuwbare elektriciteit. Vanaf 2022 zal Dongen echter haar hernieuwbare elektriciteit afnemen van het nieuwe zonnepark ‘de Wildert’, dat op circa 300 meter afstand van de fabriek wordt gebouwd. Deze duurzame energie wordt aangevuld vanuit windpark ‘de Spinder’, dat zich binnen 3,5 kilometer van de productielocatie bevindt.

 

Jaap Wassink, VP & Country Director Coca-Cola European Partners Nederland: “Juist in deze tijden is het van groot belang dat we blijven investeren in duurzaamheid. We zijn vastbesloten om sterker uit deze crisis te komen en het terugdringen van onze milieu impact blijft een van de belangrijkste uitdagingen waarmee ons bedrijf wordt geconfronteerd. Onze fabriek in Dongen heeft zich de laatste jaren bewezen als het gaat om innovatieve ontwikkelingen. Bijvoorbeeld door onze volledige overstap op PET-flessen gemaakt van 100 procent gerecycled plastic en verpakkingsinnovaties zoals de KeelClip™, een kartonnen omverpakking voor multipacks. Daarom is het mooi dat we ook snel de juiste stappen kunnen zetten op deze belangrijke ambitie rondom klimaat.”

 

Hans Peters, Chief Customer Officer Eneco: “Coca-Cola European Partners heeft de ambitie om klimaatneutraal te worden, waarbij zij gebruik willen maken van lokale bronnen. Een mooi streven waar wij vanuit Eneco graag aan bijdragen. Met de levering van zonne- en windenergie uit de directe omgeving van Dongen, zetten we samen een stap richting een CO2-vrije productielocatie. Waarbij tegelijkertijd ook nog windenergie beschikbaar blijft voor de omwonenden. Een samenwerking om trots op te zijn.”


TNO werkt aan nieuwe boortechniek voor geothermische energie

Canopus-technologie voor "gericht steel shot-boren" moet hogere productie van geothermische energie mogelijk maken tegen lagere kosten.

 

TNO meldt een mogelijke doorbraak voor geothermische productie met de zogenoemde Canopus-technologie voor gericht steel shot-boren. Volgens TNO zal er in het Rijswijk Centre for Sustainable Geo-energy (RCSG) nader onderzoek worden gedaan naar deze techniek die het mogelijk moet maken om de productie van geothermische energie te verhogen tegen lagere kosten.

 

Wat is geothermie?

Geothermie betekent letterlijk warmte uit de aarde. Het speelt een belangrijke rol bij de energietransitie en klimaatplannen. Het idee in Nederland is om met aardwarmte op een schone manier miljoenen gebouwen en woningen te voorzien van een fijne temperatuur. In andere (veelal vulkanische) streken worden met aardwarmte hele stroomcentrales draaiende gehouden. Voorbeeld, zie de foto hieronder van een IJslandse energiecentrale.

 

Er zitten echter ook wel wat haken en ogen aan de techniek. Een daarvan zijn de kosten. De olie- en gasindustrie gebruikt bij het omhooghalen van fossiele brandstoffen het concept van horizontale boringen vanuit een hoofdboring. Plat uitgedrukt, betekent dit een keer recht naar beneden tot in bijvoorbeeld een gasbel, en vandaaruit gerichte zijwaartse vertakkingen maken.

Te duur

Dat is een effectieve, maar ook dure techniek, die daarom nauwelijks wordt toegepast bij geothermie. TNO denkt dat de nieuwe Canopus steel shot-boortechniek wellicht oplossing biedt. TNO: “De meervoudige lange horizontale boring zal de kans vergroten dat goede warmtereservoirformaties worden gevonden. Dit is momenteel een van de grootste risico’s voor geothermische projecten wereldwijd. De nieuwe boortechnologie heeft bovendien nog andere voordelen, zoals een betere kwaliteit van de boorputten en een kleinere voetafdruk van het materieel op de boorlocatie.”

 

In het Rijswijk-project zal de nieuwe steel shot-boortechnologie voor gestuurd boren van lange horizontale zijspoorputten worden getest in een hydrostatische boorproefopstelling. Naast het boor- en stuurvermogen zullen ook de boorpatronen van horizontale rasters worden onderzocht om de betrouwbaarheid en voorspelbaarheid van productie maximalisatie te verbeteren. Het DEPLOI-consortium bestaat naast TNO uit EBN, Storengy (Frankrijk), Technische Universiteit München (Duitsland), geologisch instituut BRGM (Frankrijk), Well Guidance, Odfjell Well Services Coöperatief (Nederland), Nagra (Zwitserland) en het Haagse Canopus. Het project loopt tot april 2022.

Bron: Innovationorigins


Van Veldhoven: volgende fase in circulaire economie

Nederland is toe aan de volgende stap op weg naar een circulaire economie. We hebben de basis gelegd. Per product worden minder grondstoffen gebruikt, maar het gebruik van grondstoffen in totaal vermindert nog niet. Het is tijd te versnellen om in 2050 volledig circulair te zijn.

 

Dat concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de eerste Integrale Circulaire Economie Rapportage. Staatssecretaris Van Veldhoven, opdrachtgever van het onderzoek, pleit dan ook voor stevigere maatregelen. Dat schrijft zij vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

 

Milieuvervuiling en CO2 uitstoot voorkomen

In 2050 wil Nederland een volledig circulaire economie hebben. In een circulaire economie worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt en bestaat er dus geen afval. Nu wordt recyclebaar afval soms nog verbrand, of in een uiterste geval gestort, daar willen we in 2050 helemaal vanaf. Minder wegwerpcultuur en meer hergebruiken: van shampooflessen, bureaustoelen tot oude treinen. Dit kan door onder andere producten slimmer te ontwerpen, recyclen en hergebruiken. Dat doel heeft Nederland gesteld om milieuvervuiling en CO2 uitstoot te voorkomen. Om de voortgang in de gaten te houden, onderzoekt het PBL om het jaar hoe we er voorstaan, vergelijkbaar met het klimaat. We zijn het eerste land dat op zo’n gedegen manier de hele circulaire economie in kaart heeft gebracht om gericht de volgende stappen te kunnen zetten.

 

Basis is gelegd

Van Veldhoven is trots op de basis die is gelegd en de resultaten van de afgelopen jaren. Het verbranden van afval is ontmoedigd en het recyclen en hergebruiken van grondstoffen als plastic, matrassen en textiel loont dankzij verschillende maatregelen en nieuwe wetgeving. Denk aan statiegeld op flessen, de producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen en matrassen, afspraken met koplopers in de Plastic Pacts en de Denim Deal. Tegelijkertijd gebruiken we alles bij elkaar meer grondstoffen, wat betekent dat de overgang naar een circulaire economie alleen maar urgenter wordt. Van Veldhoven vindt dat de weg naar 2050 vraagt om meer normeren en belonen. Een logische stap voor een volgend kabinet zou dan ook een circulaire economiewet kunnen zijn, naar voorbeeld van de klimaatwet. Met daarin bijvoorbeeld een beloning voor CO2 besparing of een verplicht percentage gerecycled materiaal in producten, in lijn met Europese ambities. Van Veldhoven: “Circulair moet lonen. We willen ondernemers in het proces naar 2050 toe perspectief bieden, de markt zekerheid geven en innovaties stimuleren. Tegelijkertijd moeten we de circulaire economie voor mensen makkelijker en aantrekkelijker maken.” 

Van Veldhoven: “Ik ben trots dat de basis is gelegd. We hebben gepionierd en verkend. Het is nu tijd voor de volgende stap. Nederland is in Europa koploper recyclen, maar een circulaire economie gaat verder. Laat elke bloempot standaard van gerecycled plastic zijn, beloon bedrijven voor de CO2 uitstoot die zij via grondstoffen besparen, en dring het verbranden en storten van afval terug. Ik vind dat we deze prikkels bijeen moeten brengen in één circulaire economiewet. Zodat we samen werken aan een schone toekomst die we met een gerust hart aan onze kinderen kunnen achterlaten.”

 

 

Nederlandse innovaties: van vervuild staal naar nieuwe grondstof

De circulaire economie biedt veel kansen voor Nederlandse innovatieve bedrijven en nieuwe groene banen in ons land. Een goed voorbeeld van een circulaire ondernemer is de staalfabriek Purified Metal Factory in Delfzijl die Van Veldhoven onlangs bezocht. Dit is het eerste bedrijf ter wereld dat van met asbest of kwik vervuild staal, bijvoorbeeld van oude treinen of windmolens, een nieuwe schone grondstof kan maken. Van Veldhoven: “Deze fabriek laat de toekomst zien. In deze coronatijd zijn we meer dan ooit zuinig op onze bedrijven en banen. Dit bedrijf laat zien dat met circulaire innovaties niet alleen winst voor ons klimaat en milieu is te behalen, maar ook voor onze portemonnee en werkgelegenheid. Twee vliegen in een klap. Die potentie heeft circulair ondernemen, en dat wil ik op veel meer plekken benutten.”


Website Nationaal Waterstof Programma live

Inzetten op duurzame waterstof is essentieel voor de energietransitie in Nederland. Het gebruik van waterstof draagt bij aan het behalen van de klimaatdoelstellingen, en biedt ook kansen rond werkgelegenheid en nieuwe verdienmodellen.

 

In het Klimaatakkoord hebben stakeholders hierover afspraken gemaakt. Een van de afspraken is om de gezamenlijke inspanningen vorm te geven in een Nationaal Waterstof Programma.

Wat voor activiteiten worden al ondernomen? Hoe zorgt de rijksoverheid voor de benodigde randvoorwaarden? Op welke manieren kunnen we leren van projecten en plannen van bedrijven, kennisinstellingen en regionale overheden? Waar kan ik informatie vinden voor ondersteuning van mijn projecten? Antwoorden op die vragen vindt u op de website over het Nationaal Waterstof Programma. De website biedt informatie en verwijst naar de relevante netwerken en andere informatiebronnen op waterstofgebied.

 

Het Nationale Waterstof Programma is nog in ontwikkeling. Deze website dient als een platform waarmee stakeholders het programma kunnen vormgeven en delen. De website is gebouwd en wordt onderhouden door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in opdracht van het ministerie van Economische Zaken & Klimaat (EZK). RVO en EZK werken hierin nauw samen met TKI Nieuw Gas. Jörg Gigler (TKI Nieuw Gas): “Overheid en bedrijfsleven hebben elkaar nodig om waterstof tot een succes te maken. De website geeft een mooi beeld van waar we staan en naartoe willen op gebied van beleid én toepassingsmogelijkheden.”

 

Bezoek de nieuwe website: www.nationaalwaterstofprogramma.nl.


Warmtenetten ontrafeld: een praktische handleiding

Warmtenetten zijn nieuw en worden vaak genoemd als innovatie in wijken en buurten. Maar hoe werkt het nou precies, wat zijn de voor- en de nadelen? Om iedereen die hiermee werkt of wil werken te helpen heeft TKI Urban Energy de gratis handleiding ‘Warmtenetten ontrafeld’ gemaakt. Deze praktische, digitale handleiding is specifiek opgesteld voor politici, bestuurders, ambtenaren, lokale duurzame energiecoöperaties en alle anderen die zich met warmtenetten bezighouden. ‘Warmtenetten ontrafeld’ geeft een helder overzicht van de belangrijkste onderdelen van een warmtenet en wat er nodig is voor succesvolle toepassing en implementatie.

Teun Bokhoven, voorzitter TKI Urban Energy: “Eigenlijk is deze gratis handleiding een spoedcursus warmtenetten voor iedereen die in de gemeente, wijk of buurt hiermee aan de slag wil gaan. Het is nog niet zo makkelijk om op de hoogte te zijn van alle ontwikkelingen en innovaties. Je wilt de beste oplossing voor een bepaalde situatie kunnen kiezen, en een goede afweging maken zodat het ook echt past bij jouw wijk. Dat kan alleen met begrip van de innovatie. Met deze handleiding helpen we daarbij.”

 

Naast groen gas en elektriciteit zijn warmtenetten een bewezen duurzame energievoorziening ter vervanging van aardgas. In de interactieve publicatie ‘Warmtenetten ontrafeld’ doorloopt de lezer de opbouw van warmtenetten op de diverse temperatuurniveaus. Van bronnen, naar opslag en infrastructuur tot aan de aansluiting in de woning. Via het overzicht is eenvoudig te navigeren naar de diverse onderdelen, met daarin een duidelijke omschrijving, hyperlinks, voorbeeldprojecten, betrouwbare informatiebronnen en welke vragen gesteld moeten worden voor succesvolle toepassing en implementatie.

 

De publicatie is vrij te downloaden en kan worden voorzien van eigen logo. TKI Urban Energy roept relevante partijen op de publicatie dan ook aan te bieden aan personen voor wie de publicatie interessant kan zijn.

 

Onder de vlag van de Topsector Energie werkt TKI Urban Energy aan het vormen van kansrijke samenwerkingsverbanden tussen Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en andere partijen. De publicatie ‘Warmtenetten ontrafeld’ draagt bij aan een CO2-vrije gebouwde omgeving in 2050. ‘Warmtenetten ontrafeld’ is opgesteld door adviesbureau DWA in opdracht van TKI Urban Energy.

 

HANDLEIDING


Herziene regeling Energy Performance of Buildings Directive van kracht

De herziene Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III) is omgezet in Nederlandse wet- en regelgeving. Daarom moeten gebouwen en (technische) installaties in gebouwen vanaf nu aan nieuwe eisen voldoen.

 

De EPBD lll-regeling is de Europese richtlijn voor de energieprestaties van gebouwen. De regelgeving heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. De richtlijn bevat maatregelen voor gebruikers en eigenaren van gebouwen. Het doel is om hen bewust te maken van het energiegebruik van hun gebouwen. En het stimuleert hen tot het treffen van maatregelen om energie te besparen.

Woningcorporaties, gebouweigenaren, huurders, technische dienstverleners, bouwbedrijven, bouwmaterialenindustrie, gemeenten en andere partijen die actief zijn in de gebouwde omgeving krijgen met deze regels te maken.

 

Maatregelen EPBD III

De maatregelen uit de EPBD III zijn onderverdeeld in 3 pijlers;

1. Eisen energiezuinigheid voor installaties in gebouwen

Om gebouwen energiezuiniger te maken worden eisen voorgeschreven voor installaties in gebouwen. Wordt er een nieuwe installatie geïnstalleerd? Of wordt een bestaande installatie aangepast? Dan gelden er eisen voor de energieprestatie en het geschikt installeren, inregelen en de instelbaarheid van installaties. Lees meer over de Systeemeisen technische bouwsystemen - EPBD III.

 

2. Keuringen van verwarmings- en airconditioningsystemen

De keuringsverplichtingen voor verwarmings- en airconditioningsystemen wordt aangepast. Verwarmings- en airconditioningsystemen moeten voortaan vanaf een nominaal vermogen van 70 kW worden gekeurd. Deze keuring moet respectievelijk om de 4 en 5 jaar plaatsvinden.

Utiliteitsgebouwen met verwarmings- of airconditioningsystemen met een vermogen van meer dan 290 kW moeten vanaf 1 januari 2026 zijn voorzien van een gebouwautomatiserings- en controlesysteem (GACS). Dit gebouwautomatiserings- en controlesysteem moet voldoen aan bepaalde voorwaarden. Lees meer over de Technische keuringen verwarmings- en aircosystemen - EPBD III.

 

3. Laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer

Het gebruik van elektrisch vervoer wordt gestimuleerd en dit heeft een positief effect op het aantal oplaadpunten voor elektrische auto’s. Daarom introduceert de richtlijn een verplichting om laadinfrastructuur aan te leggen voor elektrische voertuigen in de (private) gebouwde omgeving bij nieuwbouw of als er ingrijpend wordt gerenoveerd. Met deze verplichting moet al bij de ontwikkeling van bouwplannen rekening worden gehouden. Lees meer over de Laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer - EPBD III.

 

De herziene EPBD-regeling is gepubliceerd in het Staatscourant


Enorme groei dataverkeer legt druk op vergroting doelmatig energieverbruik

Digitale datastromen goed voor 5% globale elektriciteitsverbruik in 2030

In 2030 zijn de wereldwijde digitale datastromen naar verwachting zeker 20 keer zo groot als in 2018. Door die snelle groei verdubbelt de elektriciteitsbehoefte die daarvoor wereldwijd nodig is tot 5 procent van het wereldwijde elektriciteitsverbruik. Om het energiegebruik van datacenters, communicatie netwerken en apparaten niet nog veel verder te laten stijgen moet de sector inzetten op doelmatigheid en hernieuwbare energie. Dat concludeert het ING Economisch bureau in haar sectorrapport ‘Further efficiency gains vital to limit electricity use of data; how to limit the climate impact of an increasingly data-hungry world’.

Groei dataverkeer

Een toenemend aantal mensen in met name Azië en Afrika krijgen toegang tot internet. Bedrijven verzamelen en bewerken meer data. In toenemende mate wordt gebruik gemaakt van cloud diensten. Auto’s gaan gedeeltelijk of geheel autonoom rijden. De enorme groei van data is van invloed op het stroomverbruik van datacenters, communicatienetwerken en de apparaten die data verzenden en ontvangen.

 

Doelmatigheid

Het ING Economisch Bureau verwacht dat de elektriciteit die nodig is voor data verdubbelt. Omdat het verwachte totale elektriciteitsverbruik ook groeit, stijgt het aandeel van data in het wereldwijde elektriciteitsverbruik van 3 procent nu, naar 5 procent in 2030. Bij netwerken en datacenters is de hoogste groei te verwachten. Om de toename van het elektriciteitsverbruik tot een verdubbeling te beperken, moeten datacenters en netwerken aanzienlijk efficiënter worden door een focus op efficiency verhogende innovaties door technologie- en telecombedrijven. Met onder meer een inzet van efficiëntere apparatuur, zuiniger koeling, de aanleg van glasvezel, en het uitfaseren van oudere generaties mobiele netwerken.

 

Hernieuwbare energie

Een toename van het elektriciteitsverbruik lijkt onvermijdelijk gezien de sterk groeiende datastromen. Om de uitstoot van CO2 te beperken is naast het vergroten van de doelmatigheid ook de inzet van hernieuwbare energie nodig. De technologie- en telecomsector kan extra hernieuwbare opwekkingscapaciteit stimuleren door lange termijn contracten voor de afname van een vaste hoeveelheid hernieuwbare energie aan te gaan. Dit levert een bijdrage aan de vergroening van de stroom van het elektriciteitsnet en zo aan de internationale 2050 klimaatdoelstellingen.


Artificiële intelligentie voor 'wicked problems' in de energietransitie

Onlangs lanceerde het kabinet de Nederlandse AI-coalitie met het Strategisch Actieplan voor Artificiële Intelligentie. Een samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen om de kansen te grijpen die kunstmatige intelligentie als techniek te bieden heeft. Innovatie in de energiesector is 1 van de 3 toepassingsgebieden van dit actieplan.

De Topsector Energie ziet Artificiële Intelligentie (AI) als een sleutel voor het oplossen van een aantal -nu nog- zeer uitdagende problemen. De klimaatopgave is zo mogelijk de grootste opgave van onze tijd. Daarvoor kunnen we uitstekend gebruik maken van AI. Het halen van de klimaatambities is complex, omdat we totaal nieuwe werkelijkheden bouwen. Daarbij is nog een groot aantal ‘wicked problems’. Zie bijvoorbeeld de zoektocht van het overbelaste elektriciteitsnet, waterstof als nieuwe energiebron of ook het slim inrichten van de windmolenparken op zee waarbij we rekening moeten houden met natuur, visserij etcetera.

 

Tijs Wilbrink (strategisch verbinder Digitalisering bij de Topsector Energie): “De kunst is om door deze complexiteit te navigeren en besluitvormers van de juiste informatie te voorzien. Tegelijkertijd hebben we nog geen totaalbeeld. We kunnen de problemen, en dus de oplossingen, niet goed overzien. Mede omdat we de beschikbare databronnen en analyses niet op elkaar hebben afgestemd. Juist daarin kan AI een totaalbeeld maken.”

 

Kansen in de industrie

De grootste kansen voor AI bij de energietransitie liggen bij de industrie, de digitale Noordzee en in de systeemintegratie. Daar gaat de Topsector mee aan de slag. De industrie heeft een forse uitdaging om CO2-uitstoot te beperken. Daarvoor moeten nieuwe installaties en nieuwe businessmodellen gebouwd worden. Dat creëert investeringsonzekerheden die men wil minimaliseren. AI moet hier de strategische opties verkennen die alles samenbrengen; van de investeringsagenda’s tot de technische (on)mogelijkheden van de productieketens en de nieuwe energiedragers (zoals waterstof).

 

Noordzee

In de Noordzee liggen de grootste kansen voor windmolenparken. Tegelijkertijd is het ons grootste natuurgebied en visserijgebied. Er is veel data beschikbaar, maar databronnen zijn niet aan elkaar gekoppeld. Daardoor ontbreekt een totaalplaatje. Een goede data-infrastructuur moet de basis vormen voor nieuwe AI-toepassingen in ons nationale iconisch watermanagement. We richten ons op het uitdragen van de visie op een digitale Noordzee, waarin meervoudig ruimtegebruik samengaat in ecologische systemen en ruimte biedt voor onderzoek en ontwikkeling.

 

Tijdens de transitie moeten we overstappen van ‘oude’ energiedragers (fossiele brandstoffen) naar nieuwe energiedragers. Op dit moment kunnen we nog niet zonder de fossiele brandstoffen. Het is continue zoeken naar een optimum. Wanneer nieuwe energiestromen samenkomen, is operationele sturing noodzakelijk die rekening houdt met vele factoren zoals weersinvloeden, marktprijzen, energievraag en uitstoot. We organiseren dat bestaande AI-toepassingen worden toegepast op een fysieke energiehub. Die maakt het mogelijk om beter te voorspellen en in te spelen op het continue veranderende energiesysteem.

 

Wat is de AI-Coalitie?

De Nederlandse AI-Coalitie is een publiek-private samenwerking die juist al deze partijen samenbrengt met als doel elkaar te versterken en helpen en te zorgen voor synergie, zodat Nederland kiest voor een geheel eigen aanpak waarbij we de vruchten van AI ten volle plukken met kansen voor iedereen. Meedoen met de Nederlandse AI Coalitie betekent:

  •  snel kunnen starten met nieuwe initiatieven en projecten
  • het bundelen van krachten, snel kunnen leren van anderen en niet alles zelf hoeven uitvinden
  • toegang hebben tot relevante contacten en organisaties in het Nederlands AI-veld
  • partner zijn bij nieuwe investeringsimpulsen voor AI
  • meewerken aan een sterke propositie van Nederland op het gebied van kennis en innovatie in Europa

Oplopend tekort op de arbeidsmarkt blokkeert energietransitie

Bedrijven hebben grote moeite om aan voldoende personeel te komen. Ruim één op de zes bedrijven heeft voor meer dan tien procent van het aantal werknemers vacatures openstaan en zestig procent van ondervraagde bestuurders verwacht dat dit aantal in de komende jaren gaat oplopen. Dit blijkt uit een rondvraag onder deelnemers aan de jaarlijkse Strategie Summit Energie & Utilities.

De omstandigheden op de arbeidsmarkt vormen een groot risico voor de realisatie van de energietransitie. Het structurele personeelstekort en het weglekken van kennis en ervaring door de vergrijzing wordt onderschat. Bedrijven ondervinden nu al problemen door de tekorten, zoals verhoogde werkdruk en vertraging bij de uitvoering van werkzaamheden. “Het oplopend tekort op de arbeidsmarkt blokkeert de energietransitie”, zegt een bestuurder in het onderzoeksrapport ‘Realisatie van de energietransitie’.

 

Ketenintegratie

De tekorten zijn zichtbaar in alle sectoren, terwijl voor de realisatie van de energietransitie de komende jaren juist extra denk- en mankracht nodig is. Het probleem van personeelstekort overstijgt individuele bedrijven. Als de markt de groeiende vraag niet kan beantwoorden, stagneert de transitie. Tweederde van ondervraagde bestuurders pleiten voor ketenintegratie, voor het verbeteren van efficiëntie en het verlagen van faalkosten. “Wil je grote dingen tot stand brengen, dan is het heel belangrijk dat we het organiseren vanuit de hele keten. Zodat partijen in die keten samen en parallel aan elkaar ontwikkelingen kunnen realiseren”, zegt Hans Coenen (Gasunie).

 

Intensivering personeelswerving en innovatie

Om het tekort op de arbeidsmarkt het hoofd te bieden zeggen bestuurders de personeelswerving te intensiveren. Daarnaast biedt optimalisatie van bedrijfsprocessen een kans, naast innovatie en digitalisering. Ook het verbeteren van aanbestedingsregels wordt genoemd, om samenwerking te bevorderen, maar ook innovatie mogelijk te maken. Voor een sector als de bouw is industrialisatie van het bouwproces een mogelijkheid.

 

Voor ondervraagde bestuurders en beslissers is de arbeidsmarktproblematiek niet de enige uitdaging. Driekwart van de bestuurders vraagt om een standvastig overheidsbeleid, met zekerheid voor de lange termijn. Ongeveer de helft wil meer ruimte en financiële steun voor innovatie. Tegelijk is voor ruim een derde een marktbrede CO2-heffing bespreekbaar, voor alle sectoren, mits geregeld in EU-verband.

 

Wij lazen dit in ptindustrieelmanagement


Energiebesparing biedt Onderhoudssector kansen!

De Nederlandse Onderhoudssector kan een belangrijke bijdrage leveren aan het halen van de doelstellingen die in het Energieakkoord zijn vastgelegd.
In haar Visiedocument "Maintenance for Energy" geeft branchevereniging de Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) uit Houten aan waar de kansen en bedreigingen liggen.

Meer hierover lazen wij voor u in EuropoortKringen.

 

Download
Energiebesparing.pdf
Adobe Acrobat document 1.1 MB