Startmotor geeft warmtetransitie vaart

Warmtebedrijven, woningkoepel  Aedes en 35 woningcorporaties sloten deze week het zogeheten Startmotorakkoord, die aansluiting van 100.000 huurwoningen op warmtenetten mogelijk maakt. Energie-Nederland is blij met de impuls en denkt dat het zeker vaart brengt in de warmtetransitie.

 

De betrokken warmtebedrijven en corporaties hebben de afspraken om 100.000 huurwoningen te gaan verduurzamen vastgelegd in een kader. Het kader is in nauw overleg met de Woonbond, het Rijk en betrokken gemeenten en VNG tot stand gekomen. Deze partijen hebben hun steun hiervoor uitgesproken. Grote pluspunten zijn met name dat huurders niet meer gaan betalen bij een overstap naar een warmtenet en dat er gewerkt gaat worden met een transparante business case. Met die laatste afspraak geven warmtebedrijven meer inzicht in de business case dan waar dan ook gebruikelijk is.

Er is ruimte om lokaal en in gezamenlijk overleg af te wijken van het kader. Het kader is ook vrijelijk beschikbaar voor alle andere partijen die er gebruik van willen maken.

 

Ook Minister Ollongren omarmde het akkoord: “Dit is heel goed nieuws voor de energietransitie van de bestaande bouw. Door dit Startmotor-akkoord kunnen 100.000 huurwoningen op een warmtenet worden aangesloten, zonder dat dit extra geld kost voor de bewoners. Dat is goed nieuws voor gemeenten, corporaties, warmtebedrijven en natuurlijk voor de huurders. Ik ondersteun dit akkoord daarom van harte en draag met 200 miljoen subsidie ook bij aan de omschakeling van aardgas naar warmte. Het akkoord is wat mij betreft een prachtig voorbeeld van hoe je samen als overheid en markt tot resultaat kunt komen.”

 

Met dank aan Energie-nederland


TKI Nieuw Gas zet Nederlandse waterstofprojecten in de etalage

In Nederland vinden veel activiteiten en initiatieven plaats op het gebied van waterstof. Projectburo De Laat heeft een overzicht gemaakt van alle bij TKI bekende en openbare waterstofprojecten. Hiermee worden deze projecten en de betrokken spelers in de etalage gezet. Het is een toonbeeld geworden van de Nederlandse ambities en kansen op dit terrein!

Om ook aan de internationale contacten te laten zien wat op waterstofgebied in Nederland speelt, is het overzicht in het Engels. Mocht je aanvullingen of correcties hebben, dan ontvangt TKI die graag via office@tki-gas.nl.

 

OVERZICHT


Zorginstelling wekt zonne-energie op dankzij inzet medewerkers

Duurzaam ondernemen is een kwestie van willen. De Noord-Brabantse zorginstelling Joris Zorg bewijst het. Zij vatte het plan op om op de eigen locaties zonnepanelen te plaatsen. Dankzij inzet van het hoofd bedrijfsvoering en de assistent controller liggen ze er nu.

 

Joris Zorg: zorg voor ouderen

Joris Zorg richt zich met verschillende zorgcentra en zorgboerderijen op ouderen. Het is zorg vanuit het hart. Met hart voor duurzaamheid. Want in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen wil Joris Zorg ook een bijdrage leveren. De investeringen kunnen op termijn ook financieel aantrekkelijk zijn. En voor een prettig binnenklimaat zorgen, zoals gebeurt met de warmte-koudeopslag op de locatie in Oirschot.

Kosten-batenanalyse zonne-energie

In 2018 opperde de raad van toezicht het idee om zonne-energie op te wekken. "We zijn ons gaan inlezen en hebben een kosten-batenanalyse laten uitvoeren", zegt assistent controller Rien van Bijsterveldt. "Maar de investering viel tegen. We vroegen een prijs op bij een andere leverancier, deze was een stuk goedkoper."

 

Strak regie voeren

In 2019 ging de leverancier samen met de vaste elektra-installateur van Joris Zorg de locaties langs. "Maar aan de afstemming tussen beiden schortte het regelmatig", vertelt Van Bijsterveldt. "Dan zaten de regelkastjes van het elektra-installatiebedrijf bijvoorbeeld op de plaats waar volgens afspraak de omvormers hoorden. Daar leerden we vooral zelf van: als opdrachtgever moesten we veel strakker de regie voeren. Uiteindelijk ging ook dat goed." Sinds maart 2020 is het PV-systeem (zonnepanelen) operationeel.

Groene lening en subsidie

Samen met het hoofd bedrijfsvoering Gerard van den Tillaart zocht Van Bijsterveldt uit wat de financieringsmogelijkheden waren voor de zonnepanelen. "Via onze bank hebben we hiervoor een groenlening afgesloten. We hebben SDE+-subsidie aangevraagd voor onze grootste locatie. Voor de 2 kleinere locaties deden wij beroep op de oude Subsidieregeling energiebesparende maatregelen en duurzame energie bij zorginstellingen 2018 (EDZ 2018). De mensen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hebben ons daarin heel goed geassisteerd."

 

Wil om duurzaam te ondernemen

Volgens Van Bijsterveldt kan elke zorginstelling het voorbeeld van Joris Zorg volgen. Hij vertelt verder: "Als je maar de wil hebt om te investeren in duurzame maatregelen. En het is belangrijk om partners te vinden bij wie je een goed gevoel hebt. Op hen moet je kunnen bouwen."


Verduurzaming: nieuw windpark Tweede Maasvlakte

Rijkswaterstaat en Eneco tekenden recent een overeenkomst om een windpark op de zeewering van de Tweede Maasvlakte in Rotterdam te bouwen en exploiteren. Dit is het eerste grote windpark op land waar geen subsidie voor aangevraagd wordt. Eneco bouwt de windmolens op grond van het Rijk.

 

Het project is door Rijkswaterstaat in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, Gemeente Rotterdam, Havenbedrijf Rotterdam, Rijksvastgoedbedrijf en ministerie van Economische Zaken en Klimaat tot stand gekomen. De verwachting is dat het windpark in 2023 in productie is en zal het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 25 jaar 100% van duurzame elektriciteit voorzien.

Forse bijdrage klimaatdoelen

De aanbesteding is uniek omdat het windpark niet alleen op rijksgrond wordt gebouwd, maar het rijk (via Rijkswaterstaat) ook afnemer wordt van de duurzame elektriciteit. Het levert voldoende elektriciteit om het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat inclusief Rijkswaterstaat van 100% duurzame elektriciteit te voorzien. De resterende opgewekte stroom van het windpark zal via Rijkswaterstaat beschikbaar komen voor andere Rijksonderdelen.

 

Het windpark zal naar verwachting in 2023 in productie zijn, waarmee het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 7 jaar eerder dan de geplande doelstelling haar elektriciteitsverbruik verduurzaamt. Het windpark levert tevens een forse bijdrage aan de ambities om meer duurzame energie op te wekken in de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Rotterdamse havengebied. Daarnaast draagt het park bij aan de doelen van het klimaatakkoord van het Rijk.

 

Windpark op land zonder subsidie

Het windpark zal zonder SDE-subsidie worden gerealiseerd. Dat is tot op heden bij windparken op land nog nooit gebeurd. Dit kan door de afname van 25 jaar groene stroom door het Rijk in combinatie met het voor windenergie zeer gunstige windklimaat op de Tweede Maasvlakte.

 

Vernieuwend aanbesteden

Rijkswaterstaat heeft dit duurzame stroomcontract aanbesteed via een intensieve dialoog met marktpartijen. ‘Voor Rijkswaterstaat is dit tekenmoment een mijlpaal in onze ontwikkeling naar duurzame uitvoeringsorganisatie van de rijksoverheid. We hebben deze bijzondere opdracht aanbesteed in een open en eerlijk proces. Eneco en Rijkswaterstaat hebben samen gezocht naar duurzame en innovatieve oplossingen en toegewerkt naar een uitvoeringsproces waarin risico’s goed worden beheerst’, zegt Michèle Blom, directeur-generaal bij Rijkswaterstaat. Het resultaat is voor de komende 25 jaar een goede overeenkomst, een windpark van hoge kwaliteit en financiële voorspelbaarheid voor beide partijen. Dit past binnen ambitie van Rijkswaterstaat om toe te werken naar een vitale infrasector die duurzaam en innovatief is, financieel gezond en waarin de risico’s die inherent zijn aan infraprojecten, in gezamenlijkheid goed worden beheerst.

 

Duurzaamheid en leefomgeving

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wil koploper zijn in verduurzaming en in 2030 energieneutraal zijn. Bij al ons werk aan weg en water willen we de impact op het klimaat zo klein mogelijk houden. Dit betekent: evenveel energie opwekken als verbruiken, volledig duurzaam. We verlagen onze CO2-uitstoot, tot uiteindelijk nul. De Ramspolbrug bij de autoweg N50 is een voorbeeld van een energieneutraal bouwwerk. Ook gebruiken wij ledverlichting langs snel- en vaarwegen wat een besparing van 30% van het totale elektriciteitsverbruik oplevert.


De waterstoffabriek van de toekomst

Het Fraunhofer-Instituut heeft een concept uitgewerkt van een decentrale waterstoffabriek van de toekomst.

 

De waterstoffabriek van de toekomst

Waterstof is onmisbaar voor een succesvolle overgang naar hernieuwbare energiebronnen en het behalen van de klimaatdoelstellingen.  Hoewel het een milieuvriendelijke optie is om aan de vraag van de industrie naar elektriciteit, warmte en transport te voldoen, is deze veelzijdige energiebron alleen milieuvriendelijk als hij uit hernieuwbare energiebronnen wordt gewonnen.

Het Fraunhofer-Instituut (Fraunhofer-Institut für Fabrikbetrieb und -automatisierung IFF) heeft een vraaggestuurde, decentrale, modulaire waterstoffabriek bedacht die groene waterstof produceert en distribueert. Om het concept van de waterstoffabriek te kunnen omzetten hebben de onderzoekers modulair uitbreidbare subcomponenten ontwikkeld. Deze kunnen onderling worden verbonden en geïntegreerd in bedrijven- en industrieparken. Afhankelijk van de toepassing zal worden gekozen voor elektrochemische of biochemische processen om waterstof te produceren. “Het is niet mogelijk om overal wind- en PV-installaties te bouwen. We kiezen voor locatiespecifieke oplossingen en gebruiken waar mogelijk biogasinstallaties voor de productie. Plannen voor een proeffabriek bij Gommern in Saksen-Anhalt liggen op de tekentafel. Het resultaat is altijd groene waterstof”, legt een ingenieur uit.

 

Waterstof uit biomassa

Een voorbeeld van de uitwerking van een subcomponent is het het HyPerFerMent I-project. In dit project werkt het Fraunhofer IFF samen met MicroPro en Streicher Anlagenbau aan de productie van hernieuwbare waterstof uit biomassa. Zij maken gebruik van een speciaal microbieel vergistingsproces, vergelijkbaar met de productie van biogas, om waterstof rechtstreeks uit organisch afval te produceren. De stofwisseling van bepaalde bacteriën zorgt voor de productie van een gasmengsel dat bestaat uit CO2 en vijftig tot zestig procent waterstof, dat gemakkelijk kan worden gezuiverd door de CO2 vervolgens te scheiden.

 

Een mobiel waterstofvulstation

Samen met het bedrijf Anleg hebben de onderzoekers een subcomponent gebouwd, de Mobile Modular H2 Port (MMH2P). Dit is een draagbaar waterstoftankstation voor korte ritten tot 200 kilometer. Op een aanhanger bevinden zich uitbreidbare druksystemen met compressoren die kunnen worden bijgevuld en indien nodig waterstof kunnen leveren. Het Duitse Bondsministerie van Onderwijs en Onderzoek (BMBF) financiert het project.

 

Systeemintegratie

De onderzoekers vinden systeemgeïntegreerde waterstofproductie belangrijk. Niet alleen de waterstof die tijdens de elektrolyse wordt geproduceerd moet worden gebruikt, maar ook de zuurstof, bijvoorbeeld voor lasprocessen of voor in rioolwaterzuiveringsinstallaties. Lastige microverontreinigingen zoals farmaceutica, pesticiden en cosmetica kunnen uit het afvalwater worden verwijderd als er ozon (het molecuul bestaat uit 3 zuurstofatomen) in het water wordt gebracht. Een ander gebruiksscenario voorziet het gebruik van zuurstof in de landbouw om biogasinstallaties te ontzwavelen.

 

Bron: ptindustrieelmanagement


Herziene regeling Energy Performance of Buildings Directive van kracht

De herziene Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III) is omgezet in Nederlandse wet- en regelgeving. Daarom moeten gebouwen en (technische) installaties in gebouwen vanaf nu aan nieuwe eisen voldoen.

 

De EPBD lll-regeling is de Europese richtlijn voor de energieprestaties van gebouwen. De regelgeving heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. De richtlijn bevat maatregelen voor gebruikers en eigenaren van gebouwen. Het doel is om hen bewust te maken van het energiegebruik van hun gebouwen. En het stimuleert hen tot het treffen van maatregelen om energie te besparen.

Woningcorporaties, gebouweigenaren, huurders, technische dienstverleners, bouwbedrijven, bouwmaterialenindustrie, gemeenten en andere partijen die actief zijn in de gebouwde omgeving krijgen met deze regels te maken.

 

Maatregelen EPBD III

De maatregelen uit de EPBD III zijn onderverdeeld in 3 pijlers;

1. Eisen energiezuinigheid voor installaties in gebouwen

Om gebouwen energiezuiniger te maken worden eisen voorgeschreven voor installaties in gebouwen. Wordt er een nieuwe installatie geïnstalleerd? Of wordt een bestaande installatie aangepast? Dan gelden er eisen voor de energieprestatie en het geschikt installeren, inregelen en de instelbaarheid van installaties. Lees meer over de Systeemeisen technische bouwsystemen - EPBD III.

 

2. Keuringen van verwarmings- en airconditioningsystemen

De keuringsverplichtingen voor verwarmings- en airconditioningsystemen wordt aangepast. Verwarmings- en airconditioningsystemen moeten voortaan vanaf een nominaal vermogen van 70 kW worden gekeurd. Deze keuring moet respectievelijk om de 4 en 5 jaar plaatsvinden.

Utiliteitsgebouwen met verwarmings- of airconditioningsystemen met een vermogen van meer dan 290 kW moeten vanaf 1 januari 2026 zijn voorzien van een gebouwautomatiserings- en controlesysteem (GACS). Dit gebouwautomatiserings- en controlesysteem moet voldoen aan bepaalde voorwaarden. Lees meer over de Technische keuringen verwarmings- en aircosystemen - EPBD III.

 

3. Laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer

Het gebruik van elektrisch vervoer wordt gestimuleerd en dit heeft een positief effect op het aantal oplaadpunten voor elektrische auto’s. Daarom introduceert de richtlijn een verplichting om laadinfrastructuur aan te leggen voor elektrische voertuigen in de (private) gebouwde omgeving bij nieuwbouw of als er ingrijpend wordt gerenoveerd. Met deze verplichting moet al bij de ontwikkeling van bouwplannen rekening worden gehouden. Lees meer over de Laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer - EPBD III.

 

De herziene EPBD-regeling is gepubliceerd in het Staatscourant


Lokale biomassa als duurzame brandstof voor de historische stoomtram

De historische tram van Museumstoomtram Hoorn-Medemblik heeft zijn eerste tramreis gemaakt op een alternatieve brandstof. Niet alleen reisden de passagiers door het West-Friese land in een stoomtram, maar deze stoomtram werd ook nog eens aangedreven door biokolen in plaats van steenkool.

 

In Nederland rijden meerdere stoomlocomotieven die met kolen worden gestookt. In West Europa hebben deze veelal een cultuurtoeristische functie. Het museum ‘Museumstoomtram Hoorn-Medemblik’ heeft de grootste collectie dienstvaardig gerestaureerde stoomlocomotieven die in het verleden in ons land gereden hebben. Het gebruik van steenkool als brandstof voor stoomtrams is eindig. In het kader van het project ‘Groene Stoomtram’ is een duurzaam alternatief ontwikkeld voor de steenkool dat wordt gebruikt voor de stoomlocomotieven.

Heden, verleden en de toekomst

Hoe stuur je de stoomtram het duurzame tijdperk in en behoud je tegelijkertijd het ouderwetse, museale karakter van de stoomenergietechnologie? Die vraag werd steeds relevanter voor Museumstoomtram Hoorn-Medemblik.

 

Immers, het gebruik van steenkool – de traditionele brandstof van de stoomlocomotief – staat vanuit milieuoverwegingen onder steeds grotere druk. Vorig jaar sloegen stoomtrammuseum, ECN, Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord en New Energy Coalition de handen ineen om op zoek te gaan naar een verantwoord alternatief. Dit grensverleggende project werd betaald door de gemeenten Hoorn en Medemblik. “Stoomlocomotieven gebruiken maar een fractie van de kolen van een kolencentrale. Maar wij zijn een blikvanger. In 2019 vervoerden we 166.000 reizigers. We voelen een verantwoordelijkheid om het groeiende milieubewustzijn op onszelf te betrekken en dat ook naar buiten toe verder uit te dragen”, vertelt museumdirecteur René van den Broeke op de website van newenergycoalition.

 

Lees HIER verder

 


Google stopt met vliegers voor stroomopwekking

Alphabet (het moederbedrijf van Google) stopt met Makani Power, het bedrijf dat vliegers ontwikkelt voor het opwekken van elektriciteit. Shell heeft mogelijk interesse in de overname.

 

Makani Power was zeven jaar lang onderdeel van Google X – de tak van Google die experimenteert met technologische ontwikkelingen – onder de vleugels van Alphabet. Makani Power heeft een stroomopwekkende windvlieger ontwikkeld. De vlieger hangt in de lucht aan een stalen kabel en haalt elektriciteit uit de wind door rond te vliegen. De techniek biedt een mogelijk alternatief voor de statische windturbine, maar Alphabet ziet blijkbaar geen brood meer in de vlieger.

Een jaar geleden kwam al in het nieuws dat Makani Power als zelfstandig bedrijf verder zou werken aan de windvliegers, en niet meer onder Google X zou vallen. Nu stopt Alphabet volledig met het financieren van de nodige technologische ontwikkelingen aan de windvlieger. ’Ondanks de grote technologische vooruitgang is de weg naar een product op de markt langer en risicovoller dan gehoopt’, schrijft Fort Felker, de directeur van Makani Power in zijn blog.

 

Shell bekijkt de mogelijkheden om het bedrijf over te nemen. ‘We geloven dat Makani een van de meest vooruitstrevende technieken biedt op gebied van vliegende windturbines’, zegt Dorine Bosman van Shell in de Financial Times. Shell had al eerder in de windvliegers geïnvesteerd. Zo werd in samenwerking met Shell het prototype afgelopen jaar getest op de Noordzee.

 

Vliegeren voor energie

Makani Power begon dertien jaar geleden met het ontwikkelen van grote windvliegers die stroom leveren. Het systeem is geïnspireerd door kitesurfers die met behulp van een vlieger en de wind kunnen surfen. In plaats van de vaststaande windturbines, is het systeem gebaseerd op een vlieger met een spanwijdte van 26 meter die via een stalen kabel vast zit aan een platform op land of zee. Zodra de vlieger van zijn platform opstijgt gaat hij met de kracht van de wind omhoog. Aan de vleugels van de vlieger zijn acht propellers bevestigd die energie genereren terwijl de vlieger met de wind mee achtjes draait. De stroom die opgewekt wordt door de propellers wordt via de kabels naar het platform geleid.

 

In theorie zouden de windvliegers efficiënter kunnen worden dan de gebruikelijke windturbines. De windvlieger kan elektriciteit produceren op plekken waar windturbines moeilijk te vestigen zijn, omdat de installatie van de windvlieger makkelijker te positioneren is op de diepe zeebodem. Het platform van de vlieger is relatief klein en wordt op zijn plek gehouden met ankers. Er is dan ook minder staal nodig voor de aanleg dan bij een windturbine, wat goedkoper is. Daarnaast hangen de vliegers veel hoger in de lucht, waar de windsnelheid hoger en constant is. Het windvlieger systeem kan dus efficiënter energie oogsten uit de wind.

 

Achtjes vliegen

Makani Power is niet het enige bedrijf dat bezig is met de ontwikkeling van vliegende stroomopwekkers. Zo ontwikkelt bijvoorbeeld het Nederlandse bedrijf Ampyx Power een soortgelijk systeem. De Nederlandse vlieger levert net op een andere manier stroom: een zweefvliegtuigje aan een kabel vliegt achtjes door de lucht, aangedreven door de wind. De trekkracht van de wind trekt aan de kabel en brengt daarbij een generator in beweging, die vervolgens elektriciteit opwekt. Op bepaalde momenten is het nodig de vlieger actief een beetje binnen te halen, maar dit kost veel minder stroom dan er wordt opgewekt. Lees hierover meer in een eerder verschenen artikel over de Ampyx Power.

 

Met dank aan De Ingenieur

 


Warmtepomp wordt efficiënter met kleine toevoeging

Een toevoeging aan de warmtepomp maakt hem efficiënter, door de restenergie van gassen om te zetten in elektriciteit. Het nieuwe apparaatje kan op elke bestaande warmtepomp geplaatst worden en verbetert de efficiëntie met 5 procent.

 

Onderzoekers van de Amerikaanse Purdue University bouwden een warmtepomp met het extra apparaatje en keken wat de winst was. Het apparaat gebruikt de energie die vrijkomt als het koelgas in een warmtepomp van hoge naar lage druk gaat. Nu gaat die energie verloren. Door een ventiel en een kleine turbine te verbinden aan de gasuitlaat, kun je de energie gebruiken, is het idee.

 

De resultaten zijn bescheiden, maar kunnen toch belangrijk zijn voor het rendement van warmtepompen. De COP (de verhouding tussen geleverde warmte en verbruikte elektriciteit) nam in het lab met 4 tot 7 procent toe bij verwarmen en werd 15 procent beter bij koelen. In de praktijk komt dat neer op een 2,3 procent hogere COP.

 

Elektriciteit besparen

Dat lijkt weinig, maar het voordeel is dat het apparaat eenvoudig op bestaande warmtepompen geplaatst kan worden en niet veel geld kost. Zo kan iedereen direct 2,3 procent elektriciteit besparen - en alle beetjes helpen. Voor nieuwe warmtepompen kan de toevoeging bovendien de businesscase interessanter maken. Nu zijn warmtepompen nog relatief duur. De techniek is ook toepasbaar voor koelende warmtepompen, die bijvoorbeeld in koelkasten zitten.

 

Warmtepompen zijn vermoedelijk onmisbaar voor de Nederlandse energietransitie. Als alle woningen van het gas af moeten, kan een warmtepomp alternatieve verwarming leveren. Voorwaarde is wel dat er dan genoeg duurzame stroom beschikbaar is én dat het huis goede isolatie heeft.

 

Hoe werkt het?

Het apparaatje werkt tijdens de zogenoemde 'dampcompressiecyclus' van een warmtepomp. Het koudemiddel, dat in warmtepompen zit en onder druk staat, verliest in één keer de druk, waardoor het middel zijn warmte of koude afgeeft aan de omgeving. Door de decompressie via een ventiel met een kleine turbine te laten stromen, wekt het apparaat een beetje energie op, die normaal gesproken verloren gaat. Zo neemt de totale COP van de warmtepomp toe.

 

Omdat het apparaat op alle bestaande warmtepompen past (industriële en thuisversies), hopen de onderzoekers hun vondst snel op de markt te brengen. Ze zoeken nu naar partners die het apparaat marktklaar kunnen maken en kunnen installeren.

 

Met dank aan Duurzaam Bedrijfsleven


Nederland en Noordrijn-Westfalen slaan handen ineen

Nederland en Noordrijn-Westfalen werken nauw samen aan de verduurzaming van de energie- en industriesector. Beide partijen stimuleren grensoverschrijdende samenwerking tussen bedrijven en kennisorganisaties uit beide landen om klimaatdoelstellingen kracht bij te zetten.

Project HY3: onderzoek naar de haalbaarheid van een transnationale waterstofeconomie
Dit project is een samenwerking tussen Nederland, Duitsland en de deelstaat Noordrijn-Westfalen. De drie partijen in de samenwerking wijzen ieder een onderzoeksinstelling aan die gezamenlijk onderzoek zullen doen naar de haalbaarheid van een transnationale groene waterstofeconomie.

Minister Wiebes: “Noordrijn-Westfalen is als industriële ruggengraat van Duitsland een belangrijke partner voor Nederland voor het bereiken van de klimaatdoelstellingen en het creëren van economische kansen in de transitie naar klimaatneutraliteit. Onze regio is bovendien uniek gepositioneerd voor groene waterstof: we beschikken al over grensoverschrijdende infrastructuur, logistieke routes en onderzoeksinstituten. Met de verwachte groei van windenergie op zee en de groeiende vraag naar groene waterstof in de industrie, zijn alle voorwaarden aanwezig om een voorloper te worden in de transitie naar een duurzame economie.”


Corona zorgt voor verdaging

In verband met het coronavirus, schudt de NVDO in Houten geen handen. Daarom zijn we echter niet minder gastvrij. Wij volgen de RIVM-instructies.

Wij moeten u helaas informeren dat SAP, NVDO en Ideo de beslissing hebben genomen het Asset Management event op 26 maart aanstaande uit te stellen vanwege zorgen over het coronavirus (COVID-19). De gezondheid en veiligheid van deelnemers zijn onze belangrijkste prioriteit. Wij volgen daarmee de richtlijnen van SAP. Wereldwijd heeft SAP besloten alle fysieke evenementen in maart te annuleren. Ondanks dat wij betreuren dat deze beslissing u eventueel ongemak geeft, blijven wij streven naar het beperken van de verspreiding van het virus. Wij monitoren de situatie rondom het coronavirus, en hopen u zo spoedig mogelijk een nieuwe datum aan te bieden, waarop het event alsnog kan plaatsvinden.

De Hannover Messe, de grootste industriebeurs ter wereld zal niet langer plaatsvinden van 20 tot 24 april maar van 13 tot en met 17 juli 2020. De Deutsche Messe heeft de beslissing genomen in nauwe samenwerking met de Gezondheidsautoriteit van de Hannover-regio, de Hannover Messe-exposantenraad en de partnerverenigingen VDMA (Duitse federatie van ingenieurs) en ZVEI (Duitse federatie van elektrische en elektronische fabrikanten).

TechniShow en ESEF Maakindustrie 2020 worden verplaatst naar 1 t/m 4 september 2020. De organisatie van het tweejaarlijkse evenement in de Utrechtse Jaarbeurs had te maken met annuleringen vanwege Covid-19 en heeft besloten het evenement uit te stellen

Meer weten? Lees dan HIER verder


Bedrijven laden zich beperkt op voor batterijopslag

Batterij rendeert, maar opbrengsten zijn onzeker; De stroomvoorziening van bedrijven wordt veelzijdiger. Vroeger haalden ondernemers alle stroom van het net. Nu wekken steeds meer mkb-bedrijven zelf stroom op met zonnepanelen. Opslag van stroom in een grote batterij is een volgende stap. Zo’n batterij kan zoveel opbrengsten genereren dat de stroomvoorziening niet langer geld kost, maar geld oplevert.

 

De opbrengsten zijn echter onzeker door nog te maken keuzes in het klimaatakkoord. Batterijen zijn daarmee nog geen standaard oplossing, zoals zonnepanelen dat al wel zijn. Bedrijven die hun stroomvoorziening willen verduurzamen, zullen daarom eerder met zonnepanelen dan met batterijen aan de slag gaan, zo becijfert het Economisch Bureau in een recent verschenen rapport.

Stroomvoorziening levert geld op bij inzet batterij om netfrequentie te handhaven

Indicatieve opbrengsten en kosten gedurende 30 jaar

 

 

Batterij kan ervoor zorgen dat stroomvoorziening geld opbrengt i.p.v. kost

Een batterij kan zoveel opbrengsten genereren dat de stroomvoorziening niet langer geld kost, maar geld oplevert. Een ‘gemiddeld mkb-bedrijf’ betaalt over een periode van 30 jaar zo’n €1,5 miljoen voor netstroom. Met zonnepanelen en een batterij kan de stroomvoorziening zelfs €620.000 opleveren. De batterij moet dan wel volledig ingezet worden om de frequentie van het stroomnet op 50 Hertz te houden. Dan kan de ondernemer een rendement van circa 12% op het eigen vermogen behalen. De batterij is nu nog te duur om alleen gebruikt te worden voor het opslaan van zelfopgewekte zonnestroom.

 

Zonnepanelen aantrekkelijker dan batterij

Indicatieve investering en rendement van opties 2 en 3

 

 

Batterij nog niet voor veel ondernemers geschikt

Een investering in grootschalige batterij-opslag kan nu een rendement van circa 12% op het eigen vermogen genereren, maar de risico’s zijn groot. Het klimaatakkoord zet sterk in op flexibilisering van de stroommarkt om de toename van zon- en windenergie op te vangen. Batterijen kunnen daar een bijdrage aan leveren, maar de opbrengsten hangen af van nog te maken keuzes in het klimaatakkoord. Daarnaast is veel kennis van de elektriciteitsmarkt nodig om als ondernemer geld te kunnen verdienen aan een batterij. Batterijen zijn niet iets wat je er als ondernemer ‘even bij doet’. Zonnepanelen zijn dat wel, vergen een lagere investering en het rendement op eigen vermogen van circa 15% is aantrekkelijker.

 

“Batterijen zijn in tegenstelling tot zonnepanelen nog geen standaard oplossing voor mkb-bedrijven. Ondernemers die hun stroomvoorziening willen verduurzamen, zullen dus vooral met zonnepanelen aan de slag gaan. Wie toch stroom in batterijen wil opslaan doet er verstandig aan om eerst een batterij te huren en ervaring op te doen”, aldus Martijn Stevens: programmamanager sustainability grootzakelijk bij ING. 

 

Investering in batterij niet altijd financieel gedreven

Naast deze financiële argumenten kunnen bedrijven ook vanuit andere motieven in batterijen investeren. Zo kunnen batterijen ook vervuilende aggregaten vervangen en bedrijven helpen om hun noodstroomvoorziening te verduurzamen of om minder stikstof op bouwplaatsen uit te stoten.

 

Bron: Maakindustrie


Rotterdam pompt meer geld in Warmtebedrijf

De gemeente Rotterdam zal dit jaar opnieuw miljoenen euro’s uittrekken voor het Warmtebedrijf. De gemeente gaat er wel van uit dat de provincie Zuid-Holland, net als de gemeente 15 miljoen bijdraagt. Dat maakte wethouder van Gils donderdag bekend.

 

Vervelend

Van Gils sprak over een ‘vervelend dossier’ tegenover kritische raadsleden. Het Rotterdamse beleid en toezicht op het Warmtebedrijf werd een paar maanden geleden nog zwaar bekritiseerd door een rapport van de Rotterdamse rekenkamer. Inmiddels heeft het Warmtebedrijf, dat de schakel moest worden warmteproducenten in de Rotterdamse haven en afnemers in woningen en bedrijven in Zuid-Holland.

Verliezen

Het probleem is dat het Warmtebedrijf enorme verliezen draait: er zijn contracten afgesloten over de afname van warmte van afvalverbrander AVR, maar het Warmtebedrijf neemt veel meer warmte af dan ze kwijt kan, omdat een groot deel van de bedachte aansluitingen op dat warmtenet nog niet zijn gerealiseerd. Uiteindelijk zijn er contracten afgesloten om de warmte te leveren aan Leiden, omdat daar al een warmtenet ligt dat nog door een gascentrale wordt voorzien van warmte. Maar de aanleg van de leiding die daarvoor nodig is, bleek ook weer moeilijker dan gedacht. Het probleem is dat het Warmtebedrijf inmiddels wel afspraken heeft gemaakt over de levering van warmte aan Leiden, en nu een Leidse centrale in de lucht moet houden.


Eindpunt

Het is niet de eerste keer dat er miljoenen bij moeten, maar voor veel raadsleden is het eindpunt van de financiële steun wel in zicht, lieten ze donderdag merken. Veel partijen vrezen dat een faillissement van het Warmtebedrijf de gemeente uiteindelijk veel meer geld gaat kosten: Rotterdam staat garant voor een aantal van de afspraken die door het Warmtebdrijf zijn gemaakt.

 

Energietransitie

Of de leiding naar Leiden er daadwerkelijk komt, is nog de vraag. Nu bekend is dat de leiding door het midden, van de Rotterdamse haven naar Den Haag, er wel komt, is het ook mogelijk om deze leiding door te trekken naar Leiden. De problemen met het warmtebedrijf en de distributie van de Rotterdamse restwarmte zijn extra zuur, omdat Rotterdam een belangrijke schakel is in de toekomstige warmtevoorziening. Volgens experts wordt er in de Rotterdamse haven genoeg warmte opgewekt om een groot deel van Zuid-Holland van warmte te voorzien.

 


Voice of the Supplier is ook belangrijk!

In een markt met grote supply chainrisico’s waarin je zelf een relatief kleine speler bent, is het belangrijk om partnerships te hebben met leveranciers. Dat ziet Riek Hamstra, verantwoordelijk voor inkoop bij Ampleaon, dan ook als zijn voornaamste taak. Dat zegt hij in de laatste 2019-editie van Deal!

Download
Deal 22 23.PDF
Adobe Acrobat document 1.8 MB

Volop Nederlandse inbreng in innovaties CO2-reductie

Nederland en andere landen willen werk maken van de afvang, opslag en het hergebruik van CO2. Binnen de Europese tender Accelerating CCUS Technologies (ACT) hebben 12 projecten subsidie gekregen. In 6 projecten doen Nederlandse kennisinstellingen mee.

ACT is een zogeheten ERANET, een samenwerking van landen om gezamenlijk onderzoek en ontwikkeling te stimuleren. Organisaties konden tot begin maart hun volledige voorstel voor innovatieprojecten indienen. Het moest gaan om innovaties waarmee het afvangen, opslaan en hergebruiken van CO2 (CCUS) sneller praktijk kan worden.

 

Nederlandse subsidie

Ook voor Nederland is dit een belangrijke opgave. Zo moet de industrie volgens het Klimaatakkoord de CO2-uitstoot flink verminderen. Nederland heeft dan ook subsidie beschikbaar gesteld voor de tender. In totaal gaat het om € 4 miljoen.

 

Projectbeschrijvingen

Eind oktober werd bekend welke projecten steun krijgen van ACT. De meeste richten zich op CO2-opslag, soms in combinatie met monitoring: waar blijft de CO2 precies in de bodem? Bij 6 projecten is sprake van Nederlandse inbreng:

  • LAUNCH richt zich op CO2-afvang in de industrie. Het project onderzoekt wat bijdraagt aan een langere inzetbaarheid van de afvangmiddelen.
  • REX-CO2 wil een procedure ontwikkelen voor hergebruik van bestaande putten voor CO2-opslag.
  • SUCCEED is een project waarbij CO2 wordt geherinjecteerd in aardwarmtebronnen. De onderzoekers willen een nieuwe manier van monitoring testen en zien hoe de CO2 reageert op de ondergrond.
  • Nederland is ook betrokken bij ACTOM. Dit project richt zich op een betere manier om CO2-opvang op zee te monitoren. Hiervoor komt een webbased instrument.
  • Verder doet Nederland mee aan het DigiMon-project. Ook hier gaat het om betere monitoring van CO2 onder de grond. Vooral om het maatschappelijke vertrouwen in CO2-opslag te vergroten.
  • NEWEST-CCS richt zich op het afvangen van CO2 uit afvalverbranding. Het gaat om nieuwe methodes en om bestaande methodes significant te verbeteren.

Enorme groei dataverkeer legt druk op vergroting doelmatig energieverbruik

Digitale datastromen goed voor 5% globale elektriciteitsverbruik in 2030

In 2030 zijn de wereldwijde digitale datastromen naar verwachting zeker 20 keer zo groot als in 2018. Door die snelle groei verdubbelt de elektriciteitsbehoefte die daarvoor wereldwijd nodig is tot 5 procent van het wereldwijde elektriciteitsverbruik. Om het energiegebruik van datacenters, communicatie netwerken en apparaten niet nog veel verder te laten stijgen moet de sector inzetten op doelmatigheid en hernieuwbare energie. Dat concludeert het ING Economisch bureau in haar sectorrapport ‘Further efficiency gains vital to limit electricity use of data; how to limit the climate impact of an increasingly data-hungry world’.

Groei dataverkeer

Een toenemend aantal mensen in met name Azië en Afrika krijgen toegang tot internet. Bedrijven verzamelen en bewerken meer data. In toenemende mate wordt gebruik gemaakt van cloud diensten. Auto’s gaan gedeeltelijk of geheel autonoom rijden. De enorme groei van data is van invloed op het stroomverbruik van datacenters, communicatienetwerken en de apparaten die data verzenden en ontvangen.

 

Doelmatigheid

Het ING Economisch Bureau verwacht dat de elektriciteit die nodig is voor data verdubbelt. Omdat het verwachte totale elektriciteitsverbruik ook groeit, stijgt het aandeel van data in het wereldwijde elektriciteitsverbruik van 3 procent nu, naar 5 procent in 2030. Bij netwerken en datacenters is de hoogste groei te verwachten. Om de toename van het elektriciteitsverbruik tot een verdubbeling te beperken, moeten datacenters en netwerken aanzienlijk efficiënter worden door een focus op efficiency verhogende innovaties door technologie- en telecombedrijven. Met onder meer een inzet van efficiëntere apparatuur, zuiniger koeling, de aanleg van glasvezel, en het uitfaseren van oudere generaties mobiele netwerken.

 

Hernieuwbare energie

Een toename van het elektriciteitsverbruik lijkt onvermijdelijk gezien de sterk groeiende datastromen. Om de uitstoot van CO2 te beperken is naast het vergroten van de doelmatigheid ook de inzet van hernieuwbare energie nodig. De technologie- en telecomsector kan extra hernieuwbare opwekkingscapaciteit stimuleren door lange termijn contracten voor de afname van een vaste hoeveelheid hernieuwbare energie aan te gaan. Dit levert een bijdrage aan de vergroening van de stroom van het elektriciteitsnet en zo aan de internationale 2050 klimaatdoelstellingen.


Aldel selecteert Ecorus voor installatie van 50.000 m2 zonnecel-daken

DAMCO Aluminium Delfzijl Coöperatie U.A. / Aldel selecteert Ecorus Development BV om diverse fabriekshallen te voorzien van zonnecellen. De totale oppervlakte bedraagt ca 50.000m2 en de verwachte capaciteit uit zon ligt tussen de 8 en 12 MW. Drie bedrijven hadden een voorstel ingediend. Na een zorgvuldig uitgevoerd selectieproces is uiteindelijk de keuze op ECORUS gevallen. Vandaag is de intentieverklaring getekend tussen Chris McNamee, CEO Aldel en Philippe Vanhoef, oprichter Ecorus.

Tijdpad

De doelstelling van de samenwerking is het onderzoek naar de haalbaarheid van het bouwen, onderhouden en exploiteren van een zonnecelinstallatie op de daken van DAMCO. Na ondertekening van de intentieverklaring wordt het volgende globale tijdpad gevolgd:

  • Aanvraag SDE+ subsidie: november 2019
  • Voorlopig ontwerp op basis van het onderzoek, onderlinge overeenstemming over het definitieve contract en implementatie in Q1 + Q2 2020
  • Projectfinanciering in Q3 2020
  • Start installatiewerk: Q4 2020
  • Verwachte oplevering: Q2 2021          

Onderdeel van de groene strategie

De plaatsing van zonnecellen op de fabrieksdaken van Aldel past in de toekomstvisie en strategie van de aluminiumproducent. Het daarvoor opgestelde tienjarenplan wordt in drie fasen uitgevoerd. In dit plan wordt gekeken naar het reduceren van CO2-uitstoot, overschakelen naar duurzame energie, zelf duurzame energie opwekken en het afstemmen van de productie op de beschikbare capaciteit in het net. En dat laatste is weer belangrijk voor het balanceren van het energienet zodat meer duurzame energie het net op kan komen.


Artificiële intelligentie voor 'wicked problems' in de energietransitie

Onlangs lanceerde het kabinet de Nederlandse AI-coalitie met het Strategisch Actieplan voor Artificiële Intelligentie. Een samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen om de kansen te grijpen die kunstmatige intelligentie als techniek te bieden heeft. Innovatie in de energiesector is 1 van de 3 toepassingsgebieden van dit actieplan.

De Topsector Energie ziet Artificiële Intelligentie (AI) als een sleutel voor het oplossen van een aantal -nu nog- zeer uitdagende problemen. De klimaatopgave is zo mogelijk de grootste opgave van onze tijd. Daarvoor kunnen we uitstekend gebruik maken van AI. Het halen van de klimaatambities is complex, omdat we totaal nieuwe werkelijkheden bouwen. Daarbij is nog een groot aantal ‘wicked problems’. Zie bijvoorbeeld de zoektocht van het overbelaste elektriciteitsnet, waterstof als nieuwe energiebron of ook het slim inrichten van de windmolenparken op zee waarbij we rekening moeten houden met natuur, visserij etcetera.

 

Tijs Wilbrink (strategisch verbinder Digitalisering bij de Topsector Energie): “De kunst is om door deze complexiteit te navigeren en besluitvormers van de juiste informatie te voorzien. Tegelijkertijd hebben we nog geen totaalbeeld. We kunnen de problemen, en dus de oplossingen, niet goed overzien. Mede omdat we de beschikbare databronnen en analyses niet op elkaar hebben afgestemd. Juist daarin kan AI een totaalbeeld maken.”

 

Kansen in de industrie

De grootste kansen voor AI bij de energietransitie liggen bij de industrie, de digitale Noordzee en in de systeemintegratie. Daar gaat de Topsector mee aan de slag. De industrie heeft een forse uitdaging om CO2-uitstoot te beperken. Daarvoor moeten nieuwe installaties en nieuwe businessmodellen gebouwd worden. Dat creëert investeringsonzekerheden die men wil minimaliseren. AI moet hier de strategische opties verkennen die alles samenbrengen; van de investeringsagenda’s tot de technische (on)mogelijkheden van de productieketens en de nieuwe energiedragers (zoals waterstof).

 

Noordzee

In de Noordzee liggen de grootste kansen voor windmolenparken. Tegelijkertijd is het ons grootste natuurgebied en visserijgebied. Er is veel data beschikbaar, maar databronnen zijn niet aan elkaar gekoppeld. Daardoor ontbreekt een totaalplaatje. Een goede data-infrastructuur moet de basis vormen voor nieuwe AI-toepassingen in ons nationale iconisch watermanagement. We richten ons op het uitdragen van de visie op een digitale Noordzee, waarin meervoudig ruimtegebruik samengaat in ecologische systemen en ruimte biedt voor onderzoek en ontwikkeling.

 

Tijdens de transitie moeten we overstappen van ‘oude’ energiedragers (fossiele brandstoffen) naar nieuwe energiedragers. Op dit moment kunnen we nog niet zonder de fossiele brandstoffen. Het is continue zoeken naar een optimum. Wanneer nieuwe energiestromen samenkomen, is operationele sturing noodzakelijk die rekening houdt met vele factoren zoals weersinvloeden, marktprijzen, energievraag en uitstoot. We organiseren dat bestaande AI-toepassingen worden toegepast op een fysieke energiehub. Die maakt het mogelijk om beter te voorspellen en in te spelen op het continue veranderende energiesysteem.

 

Wat is de AI-Coalitie?

De Nederlandse AI-Coalitie is een publiek-private samenwerking die juist al deze partijen samenbrengt met als doel elkaar te versterken en helpen en te zorgen voor synergie, zodat Nederland kiest voor een geheel eigen aanpak waarbij we de vruchten van AI ten volle plukken met kansen voor iedereen. Meedoen met de Nederlandse AI Coalitie betekent:

  •  snel kunnen starten met nieuwe initiatieven en projecten
  • het bundelen van krachten, snel kunnen leren van anderen en niet alles zelf hoeven uitvinden
  • toegang hebben tot relevante contacten en organisaties in het Nederlands AI-veld
  • partner zijn bij nieuwe investeringsimpulsen voor AI
  • meewerken aan een sterke propositie van Nederland op het gebied van kennis en innovatie in Europa

Innovatief energie opwekken met drijvende zonnepanelen

Drijvende zonnepanelen die in elkaar kunnen schuiven, verplaatsbaar zijn en meedraaien met de zon: het is een innovatie die 35% meer rendement oplevert. Het consortium INNOZOWA heeft daar 2 jaar intensief aan gewerkt. Onlangs is de pilotinstallatie in Weurt geopend.

 

In waterrijk Nederland zijn zonnepanelen op water een slimme benutting van de openbare ruimte. Waterschap Rivierenland zag hierin een kans om bij te dragen aan de energietransitie. "Daarbij stelden we als voorwaarde dat er geen negatieve impact zou zijn op de doelen van het waterschap", zegt Bjorn Prudon, adviseur innovatie en energie bij Waterschap Rivierenland. "Toen bleek dat dat wel goed zat, hebben we 2 jaar geleden met het consortium het innovatieproject INNOZOWA opgezet." Dat gebeurde met ondersteuning van de subsidie Hernieuwbare Energie.

Panelen als winkelkarretjes

INNOZOWA staat voor INNOvatieve ZOn-pv op Water. "Innovatief is het zeker", stelt Prudon. "Na 2 jaar onderzoek is het ons gelukt om fotovoltaïsche zonnecellen, kortweg PV-panelen, op water te realiseren die aan alle voorwaarden voldoen. Op grond van de waterbeheerdoelen mochten de panelen geen belemmering zijn voor het onderhoud aan de wateren. Daarom bedachten wij een constructie waarbij de PV-panelen als winkelkarretjes in elkaar schuiven. Als geheel zijn ze flexibel en gemakkelijk verplaatsbaar. Dat is ook in ecologisch opzicht een meerwaarde, want vaste zonnepanelen nemen te veel zonlicht weg."

 

Zonvolgende zonnepanelen

Onder de drijfconstructies is nieuw leefgebied gecreëerd bestaande uit BESE-elementen. Prudon: "Deze biologisch afbreekbare structuur van aardappelzetmeel heeft veel gaatjes die jonge vissen een schuilplek bieden. Ook kan hier sediment ophopen waar planten wortel kunnen schieten. De BESE-elementen lossen uiteindelijk op in het water." Prudon vindt het systeem, dat zonvolgend is, revolutionair. Bij zonsopgang zijn de cellen naar het oosten gericht en door de dag heen kantelen ze mee met de stand van de zon. "Dat levert maar liefst 35% meer rendement op. Significant veel als je dat vergelijkt met de extra opbrengst van 5% door reflectie en 2% door koeling, zoals uit onderzoek blijkt."

 

Samenwerking met partners

"Waterschap Rivierenland had dit alles niet kunnen doen zonder de intensieve samenwerking met de partners in het consortium", meent Prudon. De partners zijn de sociale onderneming Blue21 BV die is gespecialiseerd in drijvend bouwen, de waterbouwkundig aannemer Hakkers BV en onderzoeksgroep Photovoltaic Materials and Devices (PVMD), DC-to-AC side energy yield modelling van de TU Delft. "Ondanks dat we andere talen spreken, hebben we groot vertrouwen in elkaar en in het initiatief", aldus Prudon. "Dat heeft geleid tot deze innovatieve pilotinstallatie waarin de voordelen van zonne-energie op water zijn verenigd met de doelen van het waterschap."

 

Monitoring en doorontwikkeling

Komend jaar legt het consortium de focus op monitoring en resultaten meten. Ook gaat het aan de slag met de doorontwikkeling van deze innovatie.


Oplopend tekort op de arbeidsmarkt blokkeert energietransitie

Bedrijven hebben grote moeite om aan voldoende personeel te komen. Ruim één op de zes bedrijven heeft voor meer dan tien procent van het aantal werknemers vacatures openstaan en zestig procent van ondervraagde bestuurders verwacht dat dit aantal in de komende jaren gaat oplopen. Dit blijkt uit een rondvraag onder deelnemers aan de jaarlijkse Strategie Summit Energie & Utilities.

De omstandigheden op de arbeidsmarkt vormen een groot risico voor de realisatie van de energietransitie. Het structurele personeelstekort en het weglekken van kennis en ervaring door de vergrijzing wordt onderschat. Bedrijven ondervinden nu al problemen door de tekorten, zoals verhoogde werkdruk en vertraging bij de uitvoering van werkzaamheden. “Het oplopend tekort op de arbeidsmarkt blokkeert de energietransitie”, zegt een bestuurder in het onderzoeksrapport ‘Realisatie van de energietransitie’.

 

Ketenintegratie

De tekorten zijn zichtbaar in alle sectoren, terwijl voor de realisatie van de energietransitie de komende jaren juist extra denk- en mankracht nodig is. Het probleem van personeelstekort overstijgt individuele bedrijven. Als de markt de groeiende vraag niet kan beantwoorden, stagneert de transitie. Tweederde van ondervraagde bestuurders pleiten voor ketenintegratie, voor het verbeteren van efficiëntie en het verlagen van faalkosten. “Wil je grote dingen tot stand brengen, dan is het heel belangrijk dat we het organiseren vanuit de hele keten. Zodat partijen in die keten samen en parallel aan elkaar ontwikkelingen kunnen realiseren”, zegt Hans Coenen (Gasunie).

 

Intensivering personeelswerving en innovatie

Om het tekort op de arbeidsmarkt het hoofd te bieden zeggen bestuurders de personeelswerving te intensiveren. Daarnaast biedt optimalisatie van bedrijfsprocessen een kans, naast innovatie en digitalisering. Ook het verbeteren van aanbestedingsregels wordt genoemd, om samenwerking te bevorderen, maar ook innovatie mogelijk te maken. Voor een sector als de bouw is industrialisatie van het bouwproces een mogelijkheid.

 

Voor ondervraagde bestuurders en beslissers is de arbeidsmarktproblematiek niet de enige uitdaging. Driekwart van de bestuurders vraagt om een standvastig overheidsbeleid, met zekerheid voor de lange termijn. Ongeveer de helft wil meer ruimte en financiële steun voor innovatie. Tegelijk is voor ruim een derde een marktbrede CO2-heffing bespreekbaar, voor alle sectoren, mits geregeld in EU-verband.

 

Wij lazen dit in ptindustrieelmanagement


Regeling Versnelde Klimaatinvesteringen in de Industrie opengesteld

De regeling richt zich op het bereiken van de CO2-reductiedoelstelling van 25 procent in 2020 t.o.v. 1990, en biedt investeringssteun voor technieken met terugverdientijden van meer dan 5 jaar zonder subsidie. De regeling is opengesteld tot en met 30 juni 2020. Het subsidieplafond wordt vastgesteld op 28 mln euro.

Regeling

De regeling biedt per project een maximale investeringssteun van 3 mln euro voor reeds bewezen technieken, die op korte termijn al ingezet kunnen worden in de industrie (scope 1), met terugverdientijden van meer dan 5 jaar zonder subsidie. Naast een doelmatig energiegebruik ondersteunt de regeling ook projecten op het gebied van recycling of hergebruik van afval en overige CO2-reducerende technieken. De technieken moeten zich al bewezen hebben. Een belangrijke voorwaarde is dat de werking van de techniek al minimaal 3 keer eerder in de Nederlandse industrie is gedemonstreerd. Projecten die zich richten op CCS en CCU zijn uitgesloten. Voor CCS is nog geen infrastructuur beschikbaar en CCU vergt nog de nodige innovatie- en opschalingsstappen.

 

De regeling richt zich op de fase na de DEI+, die pilot- en demonstratieprojecten ondersteunt, die bijdragen aan het kosteneffectief reduceren van de CO2-emissies tot 2030.

 

Aanvragen

Aanvragen voor de regeling Versnelde Klimaatinvesteringen in de industrie kunnen ingediend worden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vanaf 1 augustus 2019. De regeling staat open tot en met 30 juni 2020. De beoordeling vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. De looptijd van een project wordt niet verlengd tot een datum na 31 december 2020.

 

De RVO heeft ook een handige overzichtspagina waarin alle financiële instrumenten uit de klimaatenvelop die relevant zijn voor de industrie, zijn opgenomen.

 

www.rvo.nl/subsidies-regelingen/subsidies-energie-innovatie-topsector-energie


Regionale aanpak voor toekomstgerichte industrie

Om een CO2-arme en circulaire economie te bewerkstelligen waar genoeg arbeidskansen liggen, is het noodzakelijk dat de Nederlandse industrie innoveert en bij de wereldtop gaat horen als het gaat om de energietransitie. Dit stelt de Sociaal Economische Raad (SER) in het ontwerpadvies 'Nationale klimaataanpak voor regionale industriële koplopers'.

De SER adviseert in dit rapport een goede mix van maatregelen waarmee de realisatie van de klimaatdoelen kan samengaan met gunstige werkgelegenheidseffecten. De kosten van de transitie moeten daarbij eerlijk worden verdeeld. Dat staat het op de website van Maakindustrie.

“Het is van groot belang dat de industrie haar internationale koppositie gaat inzetten om de energietransitie tot een succes te maken. Op deze manier kan de industrie een grote bijdrage blijven leveren aan werkgelegenheid en welvaart in ons land en tegelijkertijd de duurzaamheidsdoelen halen”, aldus Mariëtte Hamer, voorzitter van de SER.

Lees HIER verder


Corrosie voorkomen; meten met glasvezel kan helpen

In EuropoortKringen schreef Tindemans recent over isolatiematrassen. Samen met TNO is isolatiebedrijf C.J. van Waas/Econtrans bezig met het ontwikkelen van een technologie waarmee de oorzaken van corrosie onder isolatiemateriaal sneller kunnen worden opgespoord. De technologie is op kleine schaal al ontwikkeld en wil op grote schaal testen vervolgens uitrollen.


Foto van AChubykin

Download
20190718 Glasvezel meten.pdf
Adobe Acrobat document 2.0 MB

Hoe blauwe LEDs de wereld hebben veranderd

LED-lampen zijn een geweldige vondst: ze verbruiken veel minder energie dan gloeilampen en gaan aanzienlijk langer mee. In deze video van Bloomberg wordt uitgelegd waarom vooral de uitvinding van de blauwe LED door Japanse wetenschappers in de jaren ’90 een belangrijke sprong voorwaarts is geweest. Interessant.


Het gezondste gebouw van Nederland – EDGE Olympic

EDGE Olympic, het bedrijfsverzamelgebouw aan de Amstelveense weg in Amsterdam heeft het WELL Core & Shell Platinum Certificaat behaald. Het gebouw haalde al het Energielabel A en BREEAM-NL score van 79,9%

Het certificaat is toegekend voor de positieve impact op de gezondheid en welzijn van zijn gebruikers. Het gebouw is het eerste in Nederland en de zesde in de wereld die het hoogste WELL certificaat heeft behaald.

 

Slim gebouw

Sinds de herbestemming is EDGE Olympic een belangrijk voorbeeld voor een nieuwe generatie van energie-efficiënte en slimme gebouwen. Het gebouw haalde al het Energielabel A en BREEAM-NL score van 79,9% voor zijn duurzaamheidsprestaties.

 

 

Gezondheid en welzijn

Internationaal WELL Building Institute (IWBI) kent de prestigieuze WELL Building Standard-certificering toe aan projecten die prioriteit geven aan de menselijke gezondheid en welzijn, gebaseerd op de prestaties binnen het gebouw van de volgende zeven categorieën: lucht, water, licht, voeding, fitness, comfort en geest.

 

Biophilic Design

De Core & Shell-certificering beoordeelt belangrijke elementen van de structuur en systemen binnen het gebouw. Afgestemd op toewijding van de opdrachtgever EDGE Technologies om gebouwen te realiseren die beter zijn voor mens en planeet, omvat EDGE Olympic slimme technologieën om de gezondheid, betrokkenheid en productiviteit van elke gebruiker te verbeteren.  Bijvoorbeeld door het gebruik van natuurlijke elementen in het interieur (Biophilic Design), een zorgvuldige meting van de luchtkwaliteit en natuurlijke omgevingsgeluiden. EDGE Olympic is een ontwerp van Pi de Bruijn en Eric van Noord van Architekten Cie.


Liander bespaart CO2 door temperatuur gas te verlagen

Energieleverancier Liander gaat de komende maanden de gastemperatuur verlagen in een groot aantal gasontvangststations. Hiermee wil het energiebedrijf CO2 en energie besparen.

 

De komende maanden wordt in bijna 200 zogeheten gasontvangststations de gastemeperatuur twee graden verlaagd. Bij de gasontvangststations komt het aardgas via het landelijke transportnetwerk van Gasunie binnen in het regionale netwerk van Liander. In de stations wordt het gas verwarmd voor het verder getransporteerd wordt. De temperatuur wordt op dit moment nog opgevoerd naar 5 graden.

Na onderzoek in Friesland en een praktijktest op Terschelling concluderen Gasunie en Liander dat een lagere temperatuur van 3 graden veel gas en CO2 kan besparen. De transportleidingen kunnen de verlaging aan; afnemers van gas merken er niets van. Door de temperatuur te verlagen, verwacht de netbeheerder jaarlijks 3 miljoen kubieke meter gas te besparen en 5.400 ton minder CO2 uit te stoten, omdat de verwarmingsketels minder hoeven te stoken.

 

Andere netbeheerders

De komende maanden wordt in 200 stations de temperatuur verlaagd. Gasnetbeheerder Gasunie heeft ongeveer 1.000 gasontvangststations in Nederland; die zijn eigendom van regionale netbeheerders als Liander, Stedin en Enexis. Met de andere netbeheerders wordt nog bekeken of de temperatuur in hun stations ook verlaagd kan worden.

 

Verduurzaming

Liander’s moederbedrijf Alliander wil in 2023 klimaatneutraal werken. In 2018 werd 288.000 ton CO2 uitgestoten. De netbeheerder compenseert CO2 door netverliezen te vergroenen. Een netverlies ontstaat bij het transport van energie en wordt gecompenseerd door energie in te kopen. Het vergroenen gebeurt door garanties van oorsprong aan te kopen bij energieleveranciers die windenergie  gaan leveren van windpark Borssele. Dit jaar investeert het bedrijf ruim € 800 miljoen in het energienetwerk.


Onno Dwars wint ABN AMRO Duurzame 50